De paus is dood: hoe wordt een nieuwe paus gekozen?
In de geschiedenis van de katholieke kerk zijn verschillende methoden gebruikt om een nieuwe paus te kiezen. De eerste pausen werden gekozen door lokale geestelijken, die in de buurt van Rome woonden. Diverse koningen en keizers waren er veel aan gelegen het proces te beïnvloeden. Er zijn perioden geweest dat zij het niet eens waren met de keuze, en eigen pausen naar voren schoven (tegen-pausen).
In 1059 vaardigt paus Nicolaas II het decreet uit, dat alleen kardinalen een nieuwe paus kunnen voordragen. In 1179 verstevigt paus Alexander III deze methode, door alle kardinalen een gelijkwaardige stem te geven in de verkiezing. Bijna een eeuw later, bepaalt paus Gregorius X dat binnen tien dagen na de dood van de paus, de kardinalen in gesloten conclaaf bijeen moeten komen, totdat een nieuwe paus is gevonden. Het woord conclaaf komt van het Latijnse cum clave : met sleutel. Oftewel: achter gesloten deuren.
Het conclaaf vindt altijd plaats in de Sixtijnse Kapel van het Vaticaan. Het conclaaf begint in principe op zijn vroegst vijftien dagen/op zijn laatst twintig dagen na de dood van de paus, tenzij dat praktisch niet gaat. Uiteraard moeten alle kardinalen in de mogelijkheid worden gesteld om naar Rome af te reizen.
Meer weten?