Home Opinie & Nieuws Geloven Inspiratie Lifestyle Praktisch Contact
Series Agenda Twitter RSS Podcasts Katholiek in beeld Katholiek in video
Video Pick of the day


Guus Meeuwis - Brabant
Citaat De doden zijn niet afwezig, zij zijn alleen onzichtbaar.
Augustinus
Advertentie
 

 

 
Gebedsintenties
 
Lieve God dank u voor deze nacht. en voor allen goede dingen...
God, Vader ik dank U voor alles. Lieve Vader blijf mijn kind...
Ik bid tot U Heilige Moeder voor mijn kinderen ...
Heilige Maria ik bid voor vrede en voor alle gevangenen dat ...
Heilige Vader, Help ons Dat de Liefde van de Heilige Geest a...
Heilige van de dag
10-12-2009

Miltiades, paus


Het Rijke Roomsche Leven Katholiek prikbord


Catharina van Alexandrië

Andere namen:
Gedachtenis: 25 november
Heiligverklaring:
 
Levensbeschrijving 
 
Nee hoor, voor een dommerd, een lelijkerd, een sukkel gaat zij haar leven niet opgeven. Alleen aan de man die haar gelijke kan zijn, wil Catherina haar hand wel schenken.

Catherina leeft in het Alexandrië van begin vierde eeuw, waar keizer Maxentius de scepter zwaait. Catherina heeft het van alle kanten getroffen: ze is van adelijke afkomst, heeft de uitstraling van een koningin, is verbluffend mooi, uitzonderlijk begaafd en voor die tijd zeer hoog geschoold. En dat weten ze in Alexandrië maar al te goed. Hoewel iedere jonge man haar wel tot zijn echtgenote zou willen maken, durft er geen een de poging te wagen. Catharina heeft namelijk laten weten dat de man die dat in zijn hoofd haalt, jong moet zijn en haar gelijke in rijkdom, wijsheid, schoonheid en medeleven.

Catherina's moeder ziet ook wel dat haar dochter niet de eerste de beste is, maar maakt zich ernstig zorgen over haar: op deze manier zal ze nooit een man krijgen. Ze haalt Catherina over een als zeer wijs bekendstaande kluizenaar te bezoeken. "Ik kan je wel introduceren bij een uitzonderlijke man, die de uitstraling heeft van een heer en een koning, die wijser en rijker is dan je ooit zou durven dromen, die onvergelijkbaar meeleeft met zijn medemens en wiens schoonheid zelfs de zon doet verbleken."

Catherina is overdonderd: zou er dan toch zo'n man bestaan? De ietwat vreemde instructies van de kluizenaar neemt ze graag ter harte, want ze wil dolgraag die man ontmoeten. Ze moet bidden tot de Heilige Maagd op de icoon die ze van de kluizenaar meekrijgt, en vragen of Maria haar de gunst wil schenken degene die ze zoekt, te ontmoeten.

's Avonds droomt Catherina van de icoon: het christuskind op Maria's arm kijkt zijn moeder aan, maar weigert naar Catherina te kijken. Ook wanneer Maria het kind wijst op de uitzonderlijke schoonheid, rijkdom en wijsheid van de jonge Catherina, volhardt Christus in zijn weigering: "Nee, ze is lelijk, dom en naiëf en ongelovig. Ik laat me niet aan haar zien. Maar wanneer ze opnieuw naar de kluizenaar luistert, zal ze mij eens zien en worden getroost."

De volgende dag haast Catherina zich naar de kluizenaar en verzoekt hem haar te onderrichten in het christelijke geloof. De wijsgerige en begaafde Catherina leert snel. De nacht na haar doop droomt ze opnieuw van de icoon. Christus vertelt zijn moeder nu: "Eerst was ze arm, nu is ze rijk; eerst was ze onwetend, nu heeft ze de ware wijsheid; eerst was ze trots, nu is ze nederig. Nu is ze waardig en ik acepteer haar als mijn bruid."

Keizer Maxentius intussen heeft weer eens het fijne plan opgevat al zijn onderdanen te verordenen offers te brengen aan de heidense goden. Catherina weet nu wel beter, en protesteert in het openbaar. De keizer is woest: schandalig, een zo prominente jonge vrouw die het waagt zich tegen hem te keren. Hij laat haar gevangen nemen en stuurt vijftig van zijn beste theologen, filosofen en andere geleerden op haar af: die zullen die dwaasheid wel even uit haar hoofd praten. Integendeel, Catherina bekeert hen. Van Maxentius' aanbod alle rijkdom van de wereld te krijgen als ze haar geloof ontkent en met hem trouwt, moet Catherina al helemaal niets hebben. En de keizers woede bereikt het kookpunt wanneer de jonge vrouw zijn echtgenote Faustina, legeraanvoerder Porphyrius en tweehonderd van zijn manschappen bekeert. Maxentius laat hen allen doden en beveelt ook de achttienjarige Catherina te martelen tot de dood erop volgt.

Haar gebeente zou op miraculeuze wijze door engelen vanuit Alexandrië naar de berg Sinai zijn gebracht, waar monikken het, op aanwijzingen in een droom, drie eeuwen na de oprichting van hun klooster (542), vinden. Voor hen staat vast dat het Catherina is, en het klooster draagt vanaf dan haar naam.
 
© Katholiek Nieuwsblad. Deze tekst is met toestemming overgenomen.