Charles de Foucauld
Andere namen: Gedachtenis: 1 december Heiligverklaring:
Levensbeschrijving
Hij is gevierd, Charles de Foucauld. Overal waar hij binnenkomt, verstomt het geroezemoes. Maar 's avonds, als hij lag te peinzen op bed, voelt hij zich zo alleen.
Jarenlang had hij door het onherbergzame Algerije en Marokko gezworven, als rabbijn verkleed door gebieden waar nog nooit een christen was geweest. Hij had de streek voor zijn Frankrijk in kaart gebracht.
Zes jaar oud had hij zijn ouders verloren, waarop zijn grootvader hem grootbracht. Om hem had Charles zich nog enigszins gedragen, maar na zijn dood gaan alle remmen los. Charles ontdekt dat God er is voor de simpelen, die een houvast nodig hebben. Het leven was er om genoten te worden en wel met volle teugen.
Nu hij zo gevierd is, denkt hij aan die vieze, ongeletterde nomaden. Hij is jaloers op hen. Onbewust hebben zij iets waar hij naar snakt: het geloof in God. Hij had overwogen naar de islam over te gaan, maar dat geloof kon het ware niet zijn. En ook het streven naar genot, vrouwen en materialisme kon niet het ware geloof zijn.
Eind oktober 1886. Onrustig stapt Charles de Augustinuskerk in Parijs binnen. Voor de biechtstoel weigert hij te knielen, hij zegt slechts: "Ik bezit het geloof niet, maar wilt u mij onderrichten?" De verbouwereerde priester Huvelin zegt: "Kniel, spreek je biecht en je zult geloven." Charles durft niet te weigeren, knielt en biecht. Na afloop zegt Huvelin: "Ga naar de communiebank, dan breng ik je zo de Communie." Vanaf dat moment gelooft Charles de Foucauld.
Om zijn 'fans' te ontvluchten vertrekt hij naar Palestina en bezoekt de heilige plaatsen. Grote moeite kost het hem om weer naar Frankrijk terug te keren. Daar zoekt hij de rust van een trappistenklooster op, nog hetzelfde jaar reist Charles als novice Albéric naar een afgelegen klooster in Syrië. Maar hier vindt de jonge broeder het niet. Hij werkt, studeert theologie, maar vindt niet dat waar hij zo naar hunkert. Wanneer hij verlof krijgt de orde te verlaten, keert hij terug naar Palestina, waar hij bij de zusters Clarissen zich aanbiedt als manusje van alles. Aanvankelijk zitten de zusters met hem in hun maag, maar als zij in hem een heilige zien, haalt de abdis hem over priester te worden: als hij elke dag de Mis leest, zal er meer genade over de aarde komen. Charles keert terug naar Frankrijk en na zijn wijding in 1901 vertrekt hij naar Beni-Abbès. Hij reist naar de kleine oase in de woestijn in het zuidwesten van Algerije, ver van de wereld dichtbij God.
Hier koopt hij een paar zandduinen en bouwt daar zijn kleine kloostertje. Hij schrijft hier zijn regels voor twee nieuwe ordes: leven als Jezus van Nazareth, delen in het leven van de arme naasten. Hij noemt zich de kleine broeder Charles van Jezus. De officieren van het nabijgelegen garnizoen brengen hem eten, dat hij sneller wegschenkt dan dat hij het ontvangt. Hij eet niet meer dan een vaag stukje brood, gesopt in iets wat op thee moet lijken. Hij wacht op volgelingen, mannen die hem willen volgen in dit harde godgewijde leven. Echter altijd tevergeefs.
Op verzoek van een oude legervriend reist hij mee naar het zuiden. Hij komt in Hoggar aan, waar hij besluit opnieuw te beginnen. In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. De onderdrukte volkeren van Noord-Afrika ruiken hun kans. Onderdrukte vrienden worden vijanden. Op 1 december 1916 wordt Charles, die op verzoek van de soldaten in het fort woont, door de Toearegs gevangengenomen. Hij moet knielen en zijn geloof afzweren, maar hij sterft liever. Dan horen de gijzelnemers in de donkerte van de nacht geluiden, van naar zij vrezen de Fransen. Voor alle zekerheid wordt er een geweer tegen het hoofd van de heilige kluizenaar gezet. Enkele momenten later stort Charles de Foucauld, 58 jaar oud, ter aarde neer.
|