Homo’s en de katholieke kerk
Homoseksualiteit of homofilie en de katholieke kerk gaan niet echt samen. De kerk bejegent homo's met respect als ieder mens, terwijl tegelijketijd homoseksuele praktijken volgens het Vaticaan ‘intrinsiek ongeordend’ en verwerpelijk zijn. Dit leidt tot veel misverstanden.
|
Homoseksualiteit is een voorkeur om seks te hebben met mensen van je eigen geslacht: man-man of vrouw-vrouw. Vrouwen met deze voorkeur worden lesbiennes, lesbi of lesbo genoemd, afgeleid van het Griekse eiland Lesbos waar de sensuele dichteres Sappho verbleef. Homofilie wordt als vroegere term voor homoseksueel aangeduid, maar er is ook een betekenisverschil: homofielen hoeven geen seksueel verlangen te hebben. In homokringen wordt de term homofiel soms aangewend als verhullende term voor homo’s die niet uit de kast (durven te) komen. |
Het standpunt van de katholieke kerk over homo’s is in het kort:
-
katholieken moeten homo’s met respect en begrip behandelen.
-
discriminatie van homo’s moet te allen tijde en in iedere vorm worden voorkomen
-
homoseksualiteit is een ernstige ontaarding en is intrinsiek ongeordend
-
uit homoseksuele handelingen kunnen – op natuurlijke wijze – geen kinderen voortkomen en is daarom nooit goed te keuren (homo’s worden gevraagd om kuisheid)
Dit vraagt om een toelichting.
De RK Kerk maakt in het homovraagstuk een onderscheid in homoseksuele geaardheid (het zijn van een homo) en homoseksualiteit (het hebben van seks met een partner van hetzelfde geslacht). Homoseksuele geaardheid valt buiten morele beschouwing, waar homoseksuele praktijk wordt verworpen.
Leer en praktijk: uiteenlopende opvattingen
De kerkelijke leer verwerpt homoseksualiteit (de seksuele handelingen tussen man-man of tussen vrouw-vrouw), maar verwerpt geen homo’s. Er is een spanningsveld tussen de leer en de praktijk en hierdoor zie je in de praktijk een moeizame houding.
Traditioneel standpunt
In verschillende bijbelteksten en de katholieke traditie wordt homoseks voorgesteld als intrinsiek ongeordend en in strijd met de natuurwet. De natuurwet is een katholiek begrip en staat voor de gedachte dat er een onveranderlijke wet is die vastligt in de natuur van de mens. Als het gaat om seksualiteit, is volgens de kerk de natuurwet zo, dat seks alleen is gericht op voortplanting.
De visie van de kerk op homoseksualiteit verschilt niet van de kerkelijke visie op andere aspecten van de seksuele moraal, namelijk dat gemeenschap moet open staan voor bevruchting en nieuw leven. Om deze reden is de kerk tegenstander van homoseksuele handelingen, maar ook tegen masturbatie, anticonceptie, seks voor het huwelijk (of daarbuiten).
Bijbelteksten als Gen. 19.1-29, Rom 1, 24-27, Lev. 16,22, 1 Kor 6,10 en Tim 1,10 worden vaak genoemd als het gaat om het afkeuren van homoseksuele handelingen. De congregatie voor de geloofsleer heeft de (actuele) morele leer vastgelegd in het document Persona Humana uit 1975. In het document wordt ingegaan op ethische vragen rondom seks voor het huwelijk, zelfbevrediging en homoseksualiteit. In de paragraaf over homoseksualiteit is te lezen: “Dit oordeel van de Heilige Schrift laat echter niet toe te besluiten, dat al degenen die aan deze misvorming lijden daardoor in persoonlijke schuld staan; desalniettemin bewijst het, dat handelingen van homoseksualiteit naar hun intrinsieke aard ongeordend zijn en op geen enkele manier ooit kunnen worden goedgekeurd.”
Paus Benedictus XVI heeft tijdens diverse gelegenheden zijn morele standpunt over homoseksualiteit toegelicht: hij is tegen homohuwelijken of geregistreerde partnerschappen en bekritiseert deze. In 1986 was het deze paus, toen nog kardinaal Jozef Ratzinger, die Persona Humana aanpaste:
"Reeds in de 'Verklaring over enkele vraagstukken van de seksuele ethiek' van 29 december 1975 (...) heeft de Congregatie voor de geloofsleer dit probleem uitvoerig behandeld. In dat document wordt de plicht benadrukt te trachten de homoseksuele aanleg te begrijpen en wordt opgemerkt, dat de schuldigheid van homoseksuele handelingen met voorzichtigheid moet worden beoordeeld. Tegelijkertijd hield de congregatie rekening met het gebruikelijke onderscheid tussen homoseksuele aanleg of neiging en homoseksuele handelingen. Deze laatste worden als handelingen beschreven 'die hun noodzakelijke en wezenlijke gerichtheid missen', als 'naar hun intrinsieke aard ongeordend' en die als zodanig op geen enkele manier ooit kunnen worden goedgekeurd (...). Maar bij de discussie welke op de publicatie van de verklaring volgde, werd een overdreven welwillende interpretatie van de homoseksuele aanleg zelf gegeven, waarbij sommigen zover gingen haar onverschillig of zelfs goed te noemen. Men moet daarentegen meer nauwkeurig zeggen, dat hoewel de bijzondere neiging van de homoseksuele mens op zich geen zonde is, deze toch een min of meer sterke gerichtheid is op een in moreel opzicht intrinsiek slecht gedrag. Daarom moet de neiging zelf als een objectieve ongeregeldheid worden beschouwd.Daarom moet bijzondere zorg en pastorale aandacht worden besteed aan mensen die deze aanleg hebben, opdat zij niet gaan menen, dat het uitleven van deze gerichtheid in homoseksuele relaties een moreel aanvaardbare keuze is."
(Bron: Congregatie voor de geloofsleer, Pastorale zorg voor homoseksuelen; Archief van de Kerken, november 1986)
Moderne(re) benadering
|
Het Vaticaan geeft de officiële kerkelijke morele leer weer zoals hierboven genoemd. Het is niet de enige opvatting. Veel katholieke theologen beschouwen homoseksualiteit als een variatie op de man-vrouw seksualiteit, waarbij morele oordelen op dezelfde manier moeten worden beoordeeld, en minder of niet in termen van zondig gedrag. Moraaltheoloog Theo Beemer stond bekend als zeer kritisch tegenover de kerkelijke seksuele moraalleer. Hij wilde dat de kerk de koppeling tussen seks en voortplanting losliet. “Het is niet waar dat het gebruik van voorbehoedmiddelen tegen Gods bedoelingen is'”, zei hij in 1993 tegen de Volkskrant. “Zoals ik verdedig dat homoseksuele geslachtelijke relaties goed zijn en gelijkwaardig aan heteroseksuele.”
|
De Amerikaanse bisschoppenconferentie uit zich eveneens in positieve en waarderende bewoordingen:
Over de betekenis en implicaties van de term homoseksuele geaardheid bestaat geen algemene overeenstemming. De kerkelijke leer maakt een onderscheid tussen een homoseksuele "geneigdheid" die "slechts tijdelijk bestaat", en "homoseksuelen die voor altijd zo zijn wegens een aangeboren drang".
Gezien deze mogelijkheid lijkt het dan ook terecht om de seksuele geaardheid (heteroseksueel of homoseksueel) als een fundamenteel element van iemands persoonlijkheid te zien en de relatieve stabiliteit ervan in een persoon te erkennen. Een homoseksuele geaardheid maakt dat iemand zich emotioneel en seksueel gezien sterker voelt aangetrokken tot mensen van hetzelfde geslacht dan tot mensen van het andere geslacht. Een homoseksuele geaardheid betekent niet per definitie dat een persoon zich inlaat met homoseksuele daden.
Er lijkt niet één bepaalde oorzaak aan te wijzen voor een homoseksuele geaardheid. Een algemene mening van deskundigen is dat er meerdere factoren zijn -genetische, hormonale, psychologische- waaruit deze geaardheid voorkomt. In het algemeen wordt een homoseksuele geaardheid ervaren als een gegeven, niet als iets waarvoor men in vrijheid gekozen heeft. Een homoseksuele geaardheid kan daarom als zodanig niet als zondig worden beschouwd, omdat moraal een vrije keuze veronderstelt.
|
In Nederland zijn de katholieke psychiater Trimbos en bisschop Bekkers belangrijk geweest in vernieuwingen in het denken over het thema seksualiteit en de kerk. Trimbos plaatst seksualiteit in een breder perspectief dan alleen voortplanting en Bekkers wijst op de eigen verantwoordelijkheid van katholieken als het gaat om anticonceptie. Dit schept een beter gespreksklimaat voor homo’s in de kerk. In de jaren tachtig, als de Acht Mei Beweging opkomt, komen meer progressieve geluiden voor. In 1980 start de werkgroep Homopastores dat twee belangrijke publicaties laat verschijnen: Tot zegen geroepen (1989) en Tot zegen bereid (2001) waarin wordt benadrukt dat homoseksualiteit een zegen mag zijn van God. |
protestcampagne van homoblad Expreszo tegen Vaticaan |
Katholieke kerk en homo’s in de praktijk
Wat als je homo én katholiek bent?
Hoewel de officiële leer homo’s niet verwerpt en vraagt hen met respect en begrip tegemoet te treden, wordt minder de nadruk gelegd op christelijke naastenliefde, rechtvaardigheid en relaties tussen mensen. God wil bovenal dat de mens gelukkig wordt. Dat geldt voor homo’s en voor hetero’s. Homoparen kunnen net zo gelukkig en goed met elkaar omgaan als man en vrouw in het traditionele huwelijksverbond. Iedereen die homokoppels in hun vriendenkring heeft, weet waarschijnlijk wel hoe gelukkig zij met elkaar kunnen zijn.
Homo zijn is iets persoonlijks, en de invulling die een homo eraan geeft, kent meer nuances dan de termen zondig of kwaad.
| De gelovige katholiek en de meeste pastores zijn redelijk tolerant tegenover homo’s. Er is wel een kloof tussen de opvatting van bisschoppen en de parochies. Katholiek politicus en homo Pim Fortuyn werd begraven vanuit de Rotterdamse kathedraal waarbij bisschop Van Luyn voorganger was. Katholiek schrijver en homo Gerard Reve kreeg eveneens ene kerkelijke begrafenis, waarbij zijn partner het woord kon voeren. Daar staat tegenover dat kardinaal Simonis homorelaties liever niet wil zegenen.
|
|
De pastorale praktijk zal er een van begrip en gedogen zijn. In meer behoudende parochies kunnen homo’s moeite ondervinden zich aan te sluiten bij de gelovige gemeenschap. Een hulpmiddel kan zijn om openheid te creëren voor ieders persoonlijke seksualiteit of geaardheid. De dialoog is zeer belangrijk.
Voor homo’s bestaan diverse belangengroepen in de kerk voor diegene die zich wil verbinden. De stichting Dignity Nederland heeft als doel emancipatie van homoseksuele mensen, en organiseert zogenoemde “Roze vieringen”, volgens de site van de stichting “omdat er nog steeds mensen zijn die zich in hun eigen parochies niet veilig of geaccepteerd voelen in hun homo-zijn”. Daarnaast bestaat de vereniging CHJC (Vereniging voor christelijke homo’s en lesbiennes) die algemeen christelijk van aard is.
Wat als je homo én priester bent?
Homoseksualiteit in de kerk wordt niet ontkend, maar het wordt zeker niet bevorderd vanwege de traditionele morele leer. Het Vaticaan publiceerde in 2005 een richtlijn, die erop gericht was homoseksuele mannen te weren van priesteropleidingen. Het Vaticaan wil geen wijding tot priester van zij die "homoseksuele activiteiten verrichten, diepgewortelde homoseksuele tendensen hebben of die de zogenaamde homocultuur steunen." De richtlijn geldt voor nieuwe priesters en niet voor priesters die al hun ambt uitoefenen. De reacties zijn even veelzijdig als fel. Voor rector Norbert Schnell van de priesteropleiding Ariënskonvikt betekende de instructie weinig nieuws. Het document beoogt volgens hem niet “homoseksuelen van de opleidingen zien kwijt te raken''. Antoine Bodar zei over de richtlijn: “Het gaat om mannen die diep radicaal alsmaar homoseksuele begeerten blijven koesteren. Deze koestering druist in tegen de eis tot kuisheid.” De Vlaamse hoogleraar kerkelijk recht prof. Torfs heeft een andere mening “De Congregatie voor de Geloofsleer heeft een poging ondernomen om, zonder al te veel mensen te kwetsen, duidelijk te maken dat homoseksualiteit een stoornis is.”
Wel wordt op een ongekende manier openlijk over homo’s in de kerk gesproken. Als zodanig accepteert de kerk homopriesters, zolang zij zich aan de celibaatbelofte houden. Of toch niet? Theo Koster, woordvoerder van het werkverband voor homopastores zegt: ‘Na een periode van vrijmoedigheid zie je vanaf eind jaren negentig weer een tendens dat homoseksuele priesters terug in de kast kruipen. De ‘homo-instructie’ heeft die beweging alleen maar versterkt’. Openlijk homoseksueel priester Leen van den Bergen is van mening dat er veel te veel macht en gezag wordt toegekend aan het instituut. ‘De kerk kan niet omgaan met homoseksualiteit. Daarom gaat ze het gesprek niet aan, maar zwijgt en gedoogt ze. Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt. De kerk spreekt machtswoorden en de priesters luisteren er naar en geven er betekenis aan.‘ Toch wil hij de schuld niet alleen bij het instituut leggen: ‘Homoseksuelen doen er zelf ook aan mee, ze spelen verstoppertje. Ze zijn bang voor maatregelen en kiezen voor veiligheid en zekerheid. Ze zwijgen omdat ze geen olie op vuur willen gooien. Maar door terug in de kast te kruipen kennen homoseksuele priesters juist macht toe aan uitspraken van hogerhand.’
Desondanks blijft homoseksualiteit en de kerk een heet hangijzer, waar het laatste woord nog niet over is gesproken. In de (controversiële) film Priest (1994) wordt op hele expliciete wijze het thema (homo)seksualiteit en de kerk in beeld gebracht. Een jonge homoseksuele priester probeert zich staande te houden in een parochie waar hypocrisie, celibaat, incest wordt uitvergroot in tegenstellingen tussen moreel weten en pastoraal handelen in een krachtige film. Een ideale mix voor een levendig debat.
´Reuselgate´
Zo'n levendig debat veert ook op in februari 2010 als pastoor Buyens besluit de openlijke homoseksuele prins Carnaval Gijs Vermeulen de communie weigert. Een waar polemisch Reuselgate ontspint zich. Wat is er aan de hand?
Robèrt Cooijmans is homoseksueel en praktiserend katholiek. Op 23 februari 2010 doet hij in zijn woonplaats Cuijk aangifte gedaan tegen pastoor Luc Buyens van de Brabantse plaats Reusel," vat Nederlands Dagblad kort en krachtig samen. Volgens Cooijmans maakt de pastoor zich schuldig aan discriminatie omdat hij in zijn kerk weigert de communie uit te reiken aan homoseksuelen en lesbiennes in casu de homoseksuele prins Carnaval Gijs Vermeulen. Cooijmans zegt dat hij met de aangifte een daad wil stellen. Volgens de aangever krijgt hij in zijn eigen parochie altijd de communie. "Zelfs in de kerk van het bisdom, de Sint Jan in Den Bosch, maken ze er geen probleem van'', aldus Cooijmans.
Vervolgens komen er protestacties bij de kerken in Reusel en Den Bosch. Gay-krant hoofdredacteur Henk Krol en PvdA-partijvoorzitter Liliane Ploumen zijn razend over de vermeende discriminatie. Het vraagstuk wordt daarmee politieker.
Het bisdom Den Bosch schaart terecht zich achter de pastoor, omdat de Eucharistie te heilig is om een protest aan om te hangen. De consecratie is niet bedoeld voor protest. Volgens priester Antoine Bodar ’mag de kerk altijd nog zelf uitmaken wat de regels zijn. De regels van de kerk zijn niet de regels van de staat’, zei Bodar op de EO-radio. „Niemand heeft recht op de Eucharistie. Men moet zich nederig opstellen.”
Op vrijdag 26 februari is een respectvol gesprek tussen COC Nederland, de Gay krant en de bisschop van Den Bosch, mgr. Hurkmans. Uitkomst is dat het thema homoseksualiteit en kerk een open zenuw zal blijven.
Antoine Bodar in Netwerk van 23 februari 2010 over 'Reuselgate':
|