Ik loop door een dal
Ik loop door een dal, verlaten, alleen
rondom mij zijn de heuvels zo hoog.
Ik vraag me af: hoe kwam ik hierheen
en hoe stijg ik ooit weer omhoog?
Steil is het pad, broos de houvast
en mistig lijkt me ieder uitzicht.
Boven mij hangt een loodzware last
waarvan ik niet kan schatten 't gewicht.
De nacht ontvouwt zich als een donkere waas ook maan en sterren doven hun licht Wist ik maar dat er iets is dat baat of is het juist daarom dat ik nu bid?
Ik loop door een dal, verlaten, alleen
met mijn wanhoop weet ik nergens waarheen maar ver, heel ver, heeft iemand mijn schreien gehoord en een herder brengt me weer naar een veiliger oord!
Bronvermelding: Uit mijn dichtbundel: 'Tranen van mijn jeugd.'