Heiligdomsvaart
Een Heiligdomsvaart is een religieus festijn dat verbonden is aan een bedevaart. Een Heiligdomsvaart wordt met een vaste regelmaat gehouden: iedere zeven jaar. Bekende heiligdomsvaarten zijn die van Susteren (Gregorius, Albericus, Cecilia, Benedicta en Amelberga), Tongeren, Hasselt (Virga Jesse), Aken en Maastricht (Servaas), met alle een rijke traditie van deze zevenjaarlijkse feesten.
Het is niet bekend hoe en wanneer de Heiligdomsvaart exact is ontstaan. Een eerste melding stamt uit de late Middeleeuwen. In 1391 werd melding gemaakt van een tentoonstelling van relieken van Maastricht, ook wel 'toning' genoemd, die daarna elke zeven jaar zou worden herhaald. In Maastricht gaat het met name om de relieken van Sint Servaas van Maastricht.
De heiligdomsvaarten ontwikkelden zich verder in de 14e eeuw. Uit een pauselijk schrijven uit 1447 blijkt dat Susteren het recht had om relieken in het openbaar te tonen. Vanaf de 16e eeuw verdwijnen langzamerhand steeds meer heiligdomsvaarten, totdat deze in de 18e eeuw definitief ophouden te bestaan. Susteren kende in 1888 de laatste zelfstandige heiligdomsvaart.
In de vorige eeuw worden de heiligdomsvaarten gedeeltelijk weer in ere hersteld zij het in een andere vorm met kermissen, open luchtspelen en ander volksvermaak.
Een reliekenstoet vormt de basis van een Heiligdomsvaart. Relieken zijn stoffelijke resten van heiligen of voorwerpen die hen hebben toebehoord. Deze kerkelijke traditie vindt haar oorsprong in de Middeleeuwen. Van heinde en verre kwamen pelgrims en nieuwsgierigen om de relieken te vereren.
In tegenstelling tot voorgaande uitvoeringen krijgt de reliekenstoet een zeer gevarieerde samenstelling. Naast het tonen van relieken is hierbij veel ruimte geschapen voor spel, muziek, zang en dans. Hierdoor bestaat de stoet feitelijk uit twee gedeelten. In het eerste deel worden de toeschouwers meegevoerd in taferelen die zich rondom de Heiligdomvaart van vroeger afspeelden. Zo is het een gegeven dat mensen bij elkaar, weer nieuw volk aantrekt. De vele pelgrims, geestelijkheid en adel die “ten heiligdomsvaart” trokken vormden in de loop der tijden het decor van minstreels, dansers, acrobaten, narren, vuurspuwers, van kooplieden en marskramers. Tevens maakten bedelaars, dieven en ander gespuis hun opwachting. Zo gingen in vroeger tijden de kerkelijke feesten vaak gepaard met kermissen en andere vermakelijkheden. En gaf iedereen op zijn of haar eigen wijze invulling aan de heiligdomsvaart. En dat allemaal “In Gaodsnaam” (in naam van God). Vandaar ook het thema van de stoet: van reliekentoning, tot…..
Het tweede deel is de processie en vormt de kern van de Heiligdomsvaart: het tonen en ronddragen van de relieken. Naast de plaatselijke relieken worden tevens de borstbeelden van Sint Servaas, Sint Lambertus, Sint Petrus en het beeld van O.L.Vrouw Sterre der Zee en het zwarte kruis van Wijck-Maastricht meegedragen. De stoet wordt afgesloten met de banieren van de Heiligdomsvaart.
De feesten rond de heiligdomsvaarten in de verschillende steden zijn op elkaar afgestemd:
Susteren: 2000, 2007, 2014
Tongeren: 2002, 2009, 2016
Maastricht: 2004, 2011, 2020