Hemels bepleit kerkelijke communicatie als nieuwe kardinale deugdProfessor Joan Hemels bepleit in zijn boek Geloven in communicatie voor een
alternatieve kerkelijke communicatiestijl die past bij modern mediamanagement.
Dat is ook nodig vindt Hemels. De dynamiek van moderne massamedia vraagt van de
Kerk een omgangsvorm waarbij Hemels een communicatiestijl voorstaat die als een
spiegel van Gods vriendelijkheid werkt.
De RK Kerk komt geregeld in het nieuws met media-events. Of
het nu gaat om voorpaginafoto’s van een groep jonge priesters op een cursus
exorcisme, om de live-uitzendingen rond het overlijden en uitvaart van paus
Johannes Paulus II of om de Wereldjongerendagen. De kerk biedt massamedia voldoende om
modern én met een sterke identiteit in het nieuws te komen. Hoe kwetsbaar die
kerkelijke cultuur ook is geworden in een dominante seculiere mediacultuur. Met
de kans op imagoschade en de zorg om ‘imago je beste amigo’ te laten zijn.
Hemels geeft een heldere analyse van het kerkelijk
medialandschap en benoemt daarbij geschiedenis van de verhouding Vaticaan en
media (Vaticaanse mediadocumenten), de katholiciteit van massamedia als krant,
tijdschrift, radio en televisie, communicatiestijlen en de spelers in de
katholieke mediawereld, van bisschoppen tot katholieke journalisten.
In zijn zeer lezenswaardige boek komen verschillende
perspectieven aan bod in de omgang tussen kerk, cultuur en media. De auteur vindt dat de
kerk niet mee moet doen aan de communicatiewedloop. Dat kan de kerk ook amper omdat
ze niet, zoals bedrijven en overheid, over dergelijke communicatiebudgetten
beschikt. Dan ligt het voor de hand om gematigd en bewust onderdeel te zijn van
de hedendaagse mediacultuur. Bewust betekent volgens Hemels dat kerkelijke
leiders en iedereen die vanuit de geloofsgemeenschap zich in het publieke
(media)forum begeven, veel waarde zouden moeten hechten aan een communicatieve houding.
Geloven in communicatie is niet alleen analyserend en beschrijvend, maar
ook opiniërend. Zo vindt prof. dr. Hemels het jammer dat er geen Nederlandse Tertio is. Hij vindt het blad een ‘begerenswaardig
bezit’. ‘Nederlandse katholieken missen een opinieweekblad met de signatuur van
Tertio, een open forum voor debat en opinievorming’, zo schrijft hij. Hij vindt
dat de bisdombladen een marginaal bestaan leiden en bestempelt het Katholiek
Nieuwsblad als een geisoleerd medium, waarbij diens functie overgenomen lijkt
door katernen als Het Goede Leven (van het Friesch Dagblad) of dagblad Trouw. Hemels
merkt daarbij overigens in de zijlijnen op, dat hij niet alles leest en dat maakt
zijn opinie zwakker.
Hemels staat een alternatieve communicatiestijl voor. Hij
vindt dat het denken over communicatiestijlen nieuwe impulsen verdient. Hij
stelt terecht dat het ontbreekt aan een visionair en open debat over de meest
wenselijke communicatiestijl. ‘De dominante hiërarchische communicatiecultuur zal
moeten wijken voor een door open dialoog gekenmerkte communicatie, dus zonder
bevelsstructuur en de monoloog van het eenrichtingsverkeer.’ De recente kritiek
die journalist Peter van Zoest uit op Twitter op de redactie van Katholiek
Nederland en zijn pleidooi voor een herziening van de RKK/KRO-verhouding ten
aanzien van 39f omroepen past in zo’n open discussie.
Hemels denkt dat het rituele communicatiemodel van Denis
McQuail een handreiking biedt voor een communicatiestijl als spiegel van Gods
vriendelijkheid. In dat model wordt communicatie geassocieerd met delen,
participatie, saamhorigheid, goede omgang met elkaar en het aanhangen van een
gemeenschappelijk geloof. Zo’n alternatieve communicatiestijl heeft geen harde spin
doctors, kent geen mediamanipulatie en heeft niet de kenmerken van een productiebedrijf. Een kerk mag
zich niet op het gladde ijs begeven, aldus Hemels.
Het is een communicatiestijl die inventiviteit en
voorzichtigheid vraagt. Wie zou dat dan kunnen volgens Hemels? Hij roept
bisschoppen, theologen en religiedeskundigen op voorop te lopen. ‘Theologen en
religiedeskundigen zouden er goed aan doen zich te wagen om een visie op
kerkelijk communicatiemanagement te ontwikkelen.’ Daarbij kan nauwelijks een
conclusie zijn, maar wel een leidende soundbite: Kerkelijke communicatie is een kardinale kunst, die
alle kerkgenoten met hun eigen talenten kunnen beoefenen.
Waar Hemels veel te weinig aandacht aan besteed, is de
invloed van internet op de mediacultuur in het algemeen en met name de
kerkelijke-communicatieve houding ten aanzien van het internet. Niemand mag eraan
voorbij gaan dat die invloed enorm is op alle perspectieven die Hemels opsomt. Wat
te denken van de functie van religieuze internetfora, bloggende en twitterende katholieken?
Of van websites waar religieuze rituelen te ervaren zijn? Die niche moet zeker nog
eens gevuld worden in een tweede druk.
Eric van den Berg
Prof.dr.
J.M.H.J. Hemels (1944) was sinds 1966 werkzaam in het wetenschappelijk
onderwijs en op het gebied van communicatiewetenschappelijk en
communicatiehistorisch onderzoek aan universiteiten in Nederland (Radboud
Universiteit Nijmegen), Oostenrijk, Duitsland en België. Van 1986 tot het
voorjaar van 2009 was hij hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder
–geschiedenis, aan de Universiteit van Amsterdam.
Geloven in communicatie; Religie in de media verscheen
vorige maan bij Uitgeverij Kok Kampen. ISBN 9789043516709. Prijs EUR 29,90.
|