In de weblog: Nieuwe encycliek heet 'Deus caritas est' | Dan Brown: De man van de code spreekt | RK-faculteiten Tilburg en Utrecht gaan fusie aan | Preek van het Jaar / We doen allemaal alsof er een God is | Da Vinci-film komt Opus Dei niet tegemoet | Bewoners kerk krijgen € 15.000 Gemeente schikt met krakers | Handel: ’Mariamaand is goed voor omzet’ | Meer logs >>
Weblog
Handel: ’Mariamaand is goed voor omzet’
Dan Brown: De man van de code spreekt
RK-faculteiten Tilburg en Utrecht gaan fusie aan
Preek van het Jaar / We doen allemaal alsof er een God is
Da Vinci-film komt Opus Dei niet tegemoet
Bewoners kerk krijgen € 15.000 Gemeente schikt met krakers
Euregionale conferentie over kerk en jongeren
Hurkmans bespreekt ’Waalwijk’
Mgr. Bekkers vandaag 40 jaar geleden overleden
God helpt in en om het huis
Onze-Lieve-Vrouw van Fatima voor derde maal naar Rome
Paul Verhoeven: Jezus is door kerk de nek omgedraaid
Mariadal verwelkomt eigentijdse Maria met CD
Kapel is ‘kerncentrale’ voor Zuster Franciscanessen
Startsein voor speciale meimaand in Aarle-Rixtel

Meer >>

 


 


6-4-2006 / Een jaar Benedictus XVI: Van doctrinaire waakhond naar verzoeningsgezinde pontifex

ANTWERPEN - In het eerste jaar van zijn pontificaat toonde Benedictus XVI zich vooral een luisterbereide leraar die behoedzaam orde op zaken wil stellen in het kerkelijke huishouden. Dat schrijft Jan De Volder in het woensdag verschenen nummer van het christelijk opinieweekblad TERTIO.

Toen de 78-jarige Joseph Ratzinger op 19 april vorig jaar tot paus werd gekozen, zagen de meeste waarnemers daarin een bestendiging van het pontificaat van Johannes Paulus II. Was de toenmalige decaan niet de enige van het kardinalencollege die nog mee Karol Wojtyla had verkozen? En had hij daarna niet lange jaren in een cruciale functie loyaal samengewerkt met Johannes Paulus II? Maar anderen voorspelden dat de nieuwe paus wel eens verrassingen in petto kon hebben. Continuïteit of breuk? Na een jaar kunnen we stellen dat het beide is geworden.

De hoop of de vrees dat Benedictus XVI voor een ‘theoconservatieve’ breuk in de katholieke kerk zou zorgen, kwam niet uit. De kerk leent zich dan ook niet echt tot revoluties, zelfs niet van neoconservatieve strekking, maar veeleer tot voorzichtige hervorming. Inhoudelijk wordt de lijn van Johannes Paulus II in grote mate voortgezet. Dan kon ook moeilijk anders, want Ratzinger was daar als hoofd van de Congregatie voor de geloofsleer in belangrijke mate verantwoordelijk voor.

De meest in het oog springende verschillen liggen in de stijl. Dat gaat niet over de vermeende timiditeit van Benedictus XVI. De onwennigheid van de eerste dagen is allang weg, zowel bij de paus als bij het publiek. De paus paste zich wonderwel aan zijn nieuwe rol aan en verving moeiteloos het register van de doctrinaire waakhond die hij een kwarteeuw was, door het pastorale taalgebruik van de herder. Een en ander getuigt niet alleen van een groot geloof, maar ook van een grote intelligentie, twee kwaliteiten die niemand de paus kan ontzeggen.

Johannes Paulus II was de kampioen van de ontmoeting. Hij geloofde dat een waarachtige ontmoeting van mens tot mens heel wat leerstellige, geschiedkundige of ideologische geschilpunten kon overwinnen. En terecht. Hij was haast bezeten door het verlangen de hele wereld te ontmoeten. Dat verklaarde waarom hij zich de ‘bain de foule’ zo liet welgevallen. Of waarom hij met iedereen wilde spreken: van Augusto Pinochet tot Fidel Castro. Kunstenaars, sportlui, zangers, hij ontving ze allemaal. Ook zijn veelvuldige reizen toonden die drang om de hele mensheid te ontmoeten en lief te hebben. En die wereld begreep dat. Op zijn begrafenis waren ze er allemaal: de staatshoofden, de religieuze leiders, de gewone gelovigen.

Benedictus XVI is uit een ander hout gesneden. Zijn charisma is meer dat van de leraar die overtuigt door een gefundeerde uitleg en een heldere formulering. Deze paus leidt een veel meer teruggetrokken bestaan. Hij ontvangt veel minder gasten. Zijn maaltijden gebruikt hij gewoonlijk alleen of met zijn secretaris. De audiënties zijn minder talrijk, korter en soberder. Het fysieke contact met de aanwezigen wordt tot een minimum beperkt. "Ik heb de indruk dat hij zich meer concentreert op het leiden van een centraal bezielings- en bestuursapparaat dan dat hij zich profileert als de universele pastor,’’ drukt een curie-insider het uit.
Overigens weegt dat niet op zijn populariteit. Zijn audiënties trekken steevast tienduizenden gelovigen en ook de miljoenen jongeren op de Keulse Wereldjongerendagen keerden begeesterd huiswaarts.

De curie leiden was niet het sterkste punt van Johannes Paulus II. Daarvoor was hij te uithuizig, te veel gericht op de grote profetieën waar zijn aandacht en zijn energie naar uitgingen. Dat hij de ‘kleinere’ kwesties, de benoemingen, en de vele grote of kleine dossiers het liefst aan de verschillende geledingen van de curie overliet, maakte ook de grootte van zijn pontificaat mogelijk. In die constellatie groeide de macht van de staatssecretaris evenwel buitensporig en werkten de verschillende congregaties en raden vaak naast elkaar. Benedictus XVI die de curie van binnenuit kent, weet dat een hervorming zich opdringt. Daaraan werkt hij met de behoedzaamheid die hem kenmerkt. Misschien zelfs wat te behoedzaam.

Door na zijn aantreden alle hoofden van de congregaties en raden in hun functie te bevestigen, ‘donec aliter provideatur’, sloop er naar verluidt ook heel wat onrust in de gelederen. In een situatie waar niemand zeker is van zijn toekomst, groeit met de angst voor een misstap ook het immobilisme. De verwachte ‘tsunami’ van nieuwe benoemingen kwam er niet.

Wel begon de paus de jongste weken enkele pionnen te verzetten. Zo werden de Raad voor de migranten en de Raad voor de interreligieuze dialoog toegevoegd aan respectievelijk de Raad voor rechtvaardigheid en vrede en de Raad voor de cultuur. Dat wordt gezien als een eerste stap naar een vereenvoudiging van de curie, die compacter en gestroomlijnder moet werken.

De invloed van het staatssecretariaat wordt beperkter. Al werd kardinaal Angelo Sodano als enige curieverantwoordelijke in zijn functie herbevestigd, toch is diens rol niet meer wat die onder Johannes Paulus II was. Het staatssecretariaat onder Benedictus XVI is minder een beslissingscentrum en meer het uitvoeringscentrum van de pauselijke beslissingen. "Dat is geen slechte zaak,’’ vindt onze insider. "Het is beter dat de grote oriëntaties en beslissingen een gezicht krijgen, dan dat ze worden bepaald door een anoniem apparaat dat optreedt met het gezag van de paus.’’

Terwijl de curie dus minder bij het beslissingsproces wordt betrokken, geldt het omgekeerde voor de bisschoppen en het kardinalencollege. Zo werd in de bijzondere bisschoppensynode van oktober 2005 over de eucharistie meer vrije discussietijd ingebouwd. Hetzelfde gebeurde bij het recente consistorie in maart. Het ziet ernaar uit dat Benedictus XVI zo het begrip collegialiteit meer gestalte wil geven in het bestuur van de kerk.

De liturgie is een ander domein waar paus Benedictus XVI orde op zaken wil. Het is geen geheim dat hij de liturgieën waarin Johannes Paulus II voorging, vaak te pompeus vond, met te veel toegiften aan folklore-elementen zodat de essentie naar de achtergrond dreigde te verdwijnen. "Met Johannes Paulus II had ik wat meer vrijheid. We hadden een stilzwijgend pact gesloten dat hij een man van het gebed en niet van de liturgie was,’’ zei Piero Marini, de pauselijke ceremoniemeester, daarover vorige week nog. "Met paus Benedictus XVI moet ik wat meer oppassen, omdat hij een expert is in liturgie.’’ Marini kreeg al eerder het verwijt dat hij het gregoriaans al te veel had teruggedrongen. Dat is met Benedictus helemaal terug. Ook heeft de aanbidding van het sacrament zijn plaats opnieuw verworven. Dat was een nieuwigheid in de slotviering op de Keulse jongerendagen.

Benedictus XVI delegeert meer vieringen dan zijn voorganger. Onder meer de zaligverklaringen laat hij over aan de prefect van de Congregatie of aan de bisschop van het bisdom waar de zaligverklaring wordt uitgesproken.

De paus maakt van de waardige viering van de liturgie een hoofdzaak in de beleving van het katholicisme. Allerlei experimenten die hier en daar nog de jaren zeventig overleefden, worden aan banden gelegd. Daarmee viseert hij niet louter de progressieve vleugel. Opmerkelijk was dat hij de neocatechumenale beweging op liturgiegebied terugfloot. De beweging kreeg twee jaar om te breken met de preken in dialoogvorm of het gebruiken van de communie aan lange tafels, die, overigens niet zonder succes, een handelsmerk van de beweging waren.

Paus Benedictus XVI maakte van het begin van zijn pontificaat gebruik om een bruggenbouwer te zijn met de krachten waarmee zijn voorganger de voeling was verloren. Zo kwam het gesprek met de traditionalistische volgelingen van wijlen bisschop Marcel Lefebvre in een stroomversnelling. Een compromis lijkt in de maak. Dat zou eruit kunnen bestaan dat de klassieke Tridentijnse liturgie – van Pius V – weer wordt toegelaten als een mogelijke variant, maar in ruil zouden de Lefebvristen andere, en meer wezenlijke, intuïties van het Tweede Vaticaans Concilie – zoals de godsdienstvrijheid, de oecumenische en de interreligieuze dialoog – moeten aanvaarden.

De paus keek overigens wel uit om alleen gesprekken langs traditionalistische zijde aan te knopen. Zo ontving hij de vooruitstrevende Zwitserse theoloog Hans Kung, een generatiegenoot die vaak met Rome in conflict kwam. Na het gesprek, dat vooral handelde over diens ‘Weltethos’-project, drukten beide partijen tevredenheid uit. De boodschap is duidelijk: zo streng en onverbiddelijk Ratzinger als bewaker van de kerkelijke orthodoxie moest zijn, zo open en verzoeningsbereid wil hij zijn als pontifex.

Benedictus XVI kan niet alleen luisteren, hij is ook een goed spreker en een uitmuntend schrijver. Zijn preken, die hij zelf schrijft, zijn stuk voor stuk pareltjes van catechetiek en onderricht, die niets aan duidelijkheid te wensen overlaten. Hoewel zelf een fijnbesnaard intellectueel en een belezen theoloog verstaat hij ook de kunst om complexe inzichten bevattelijk en helder te formuleren.

Dat bleek het best in zijn eerste encycliek Deus caritas est, die in januari verscheen. Dat document is misschien de grootste verrassing van het pontificaat tot nog toe. Het werd een toegankelijke tekst over de kern van het christelijke geloof, opgesteld in een hedendaagse taal. De beschouwingen over de aardse liefde – eros – vormen een kostbaar tegengewicht voor onze oversekste cultuur. En de beschouwingen in het tweede deel over de caritas of naastenliefde zouden verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die, professioneel of vrijwillig, met christelijke diaconie bezig is.

De encycliek vond overal gretige afname. Ook van de Nederlandstalige versie gingen de exemplaren opmerkelijk vlot de deur uit. Er kwam zelfs een tweede druk, wat volgens uitgeverij Licap eerder uitzonderlijk is. De mediabelangstelling voor de inhoud van het document was omgekeerd evenredig met de hype waarmee naar de verschijning ervan werd uitgekeken. Dat kwam wellicht omdat er geen scherpe morele veroordelingen instonden.

Dat was eind november vorig jaar wel even anders met de instructie van de Congregatie voor het katholiek onderwijs, waarin werd gesteld dat mannen met ‘diepgewortelde homoseksuele neigingen’ geen geschikte priesterkandidaten zijn en dus het best worden geweigerd. Wereldwijd tumult, want kwam hier de ware Ratzinger-aard niet naar boven? De werkelijkheid is gelukkig veel genuanceerder. Veel hangt immers af van de interpretatie van het woordje ‘diepgeworteld’. En die afweging wordt aan de bisschoppen overgelaten. Het Belgische en het Zwitserse episcopaat lieten al verstaan dat dit niet betekent dat homoseksuelen per definitie geen goede priesters kunnen zijn.

Duidelijk is dat het Vaticaan een halt wilde toeroepen aan de nauwelijks verholen gay-cultuur die in sommige seminaries heerst en die heteroseksuele kandidaten zou afschrikken. Hoewel het document al jaren in de pijplijn zat, speelde het feit dat Ratzinger bijzonder goed op de hoogte is van de details van de seksschandalen in de Amerikaanse kerk, een doorslaggevende rol. De cijfers van de onderzoekscommissie toonden immers zwart op wit aan dat het overgrote deel (81 procent) van de seksuele vergrijpen op minderjarigen niet met meisjes, maar met jongens plaatsvonden. Hoewel men er zich ook in Rome voor hoedt homoseksualiteit en pedofilie zomaar op een hoop te gooien, is men er blijkbaar wel van overtuigd dat homoseksueel geaarde priesters het moeilijker hebben zich aan het celibaat te houden dan heteroseksuele. Het laatste woord is hierover wellicht nog niet gesproken. Sommigen merken op dat het Vaticaan zich hiermee handig indekt tegen mogelijke schadeclaims, die verschillende Amerikaanse bisdommen al op de rand van het bankroet brachten.

Duidelijk is dat de paus van zijn priesters een onberispelijk gedrag eist. Dat bleek vorig jaar toen hij, kardinaal nog, in zijn Goede Vrijdagspreek een opgemerkte uitval deed naar de ‘vunzigheid’ (sporcizia) waarvan de kerk zich moest reinigen. Deze paus zal niet geneigd zijn bepaalde misstanden met de spreekwoordelijke mantel der liefde te bedekken, daarvoor tilt hij te zwaar aan de feiten.

Zo is het ook opvallend dat er in de Congregatie voor de geloofsleer een onderzoek loopt naar Marcial Maciel, de stichter van de invloedrijke ‘legionairs van Christus’. De man wordt beschuldigd van misbruik van seminaristen en schending van het biechtgeheim. Benedictus XVI is er niet de man naar om zulke beschuldigingen blauw blauw te laten, al gaat het dan om iemand wiens invloed tot in de hoogste regionen van de kerk reikt.

Trouw aan zijn principes legt paus Benedictus XVI de lat dus hoog, zeker voor zijn priesters. Hij verkiest een kleinere kerk waarvan een krachtig en authentiek getuigenis uitgaat, boven een brede kerk die, om iedereen aan boord te houden of uit schrik om de tijdgenoten te mishagen, allerlei misstanden en afwijkingen tolereert.

Om zo’n kerk te verwezenlijken, stelt de paus veel hoop in de zogenaamde nieuwe bewegingen die de voorbije eeuw in de katholieke kerk ontstonden. Hoewel hij niet blind is voor hun zwakheden, weet hij dat ze – elk volgens een specifiek charisma – missionair dynamisme en evangelische ijver met een uitgesproken katholiek identiteitsgevoel combineren. De paus nodigt dit jaar met Pinksteren die nieuwe bewegingen uit voor een grote bijeenkomst in Rome. Op het vorige congres van Pinksteren in 1998 hield kardinaal Ratzinger zelf een belangrijke rede die – eigenlijk voor het eerst – de eigen positie van dergelijke charismatische lekenbewegingen binnen de katholieke traditie erkende en scherp stelde.

Hoewel er signalen zijn dat het accent op binnenkerkelijke toestanden ligt en sommigen waarschuwen voor een nieuw klerikalisme, zou het niet fair zijn te stellen dat de paus de relatie met de buitenwereld verwaarloost.

Van drie actuele uitdagingen maakt de paus een prioriteit: de oecumene, de verhouding tot de islam en de relaties met China.

Dat Benedictus werk wilde maken van de toenadering tot de niet-katholieke christenen, en vooral met de orthodoxe wereld, was van meet af aan duidelijk. In Moskou en Athene werd enthousiast op zijn verkiezing gereageerd: daar wordt gehoopt op een bondgenootschap met het anders vaak vermaledijde Rome, teneinde de christelijke wortels van Europa veilig te stellen en een aantal moderniserende maatschappelijke tendensen te counteren. Na een jaar is het evenwel nog wachten op concrete resultaten. De reactie van het patriarchaat van Moskou op het achterwege laten van de titel ‘patriarch van het Westen’ – die volgens een omstandige uitleg van de Raad voor de oecumene vandaag geen zin meer heeft – was allesbehalve positief. Wel gaat de paus op het feest van de Heilige Andreas in november op bezoek bij de patriarch van Constantinopel in Turkije en komt in het najaar de gemengde theologische orthodox-katholieke commissie weer samen. De werkzaamheden lagen zes jaar stil.

De toenemende wrijvingen tussen de islam en de Westerse cultuur stellen de kerk voor een grote uitdaging. In grote lijnen houdt de paus de dialogerende lijn van zijn voorganger aan. Dit tot onvrede van een aantal neoconservatieve krachten, die hoopten dat met Ratzinger aan het roer de kerk zich sterker met het Westen zou identificeren en de islam in zijn geheel opnieuw tot vijand zou uitroepen. Aan dat vijanddenken geeft de paus evenwel niet toe.

Wel is duidelijk dat Benedictus XVI meer concrete eisen wil verbinden aan die dialoog. Zo zet hij de godsdienstvrijheid op de agenda. Dat blijkt bijvoorbeeld in zijn standpunt over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie – waar hij zich nu minder tegen lijkt te verzetten dan in een vorig leven – en uit zijn recente brief aan de Afghaanse president Hamid Karzai over de toen dreigende terdoodveroordeling van de tot het christendom bekeerde Abdul Rahman.

Dat de Raad voor de interreligieuze dialoog wordt samengevoegd met de Raad voor de cultuur doet toch vragen rijzen over de toekomst van de dialoog met de andere religies. "Theologisch zijn andere godsdiensten meer dan alleen cultuurfenomenen. Het gaat ook om tochtgenoten op zoek naar de levende God, die het Concilie expliciet heilswegen noemde,’’ meent onze insider.

Ten slotte is er de relatie met de opkomende grootmacht China. De Heilige Stoel streeft een akkoord met Peking na, zij het niet tot eender welke prijs. De kardinaalshoed voor de aartsbisschop van Hongkong, Joseph Zen Ze-kiun, is in die zin een niet mis te verstane vingerwijzing. Zen staat bekend als een verdediger van het recht op godsdienstvrijheid en wil indien nodig daarover ook de confrontatie aangaan.

Overigens bleek uit de recente reeks kardinaalsbenoemingen het belang dat de paus hecht aan het Aziatische continent. Drie nieuwe Aziatische pauskiezers, tegenover geen enkele Afrikaan. Toch wil dat niet zeggen dat Afrika voor de paus een blinde vlek is, vindt Jan Dumon, de vroegere voorzitter van het Belgische Missio die nu actief is in de Congregatie Propaganda Fide. "Een aantal van zijn tussenkomsten lieten niets aan duidelijkheid te wensen over. Zo stelde de paus dat een aantal verhoudingen tussen Noord en Zuid radicaal moet veranderen, en hekelde hij de neokolonialistische praktijken in Afrika. Als politiek signaal kan dat tellen.’’

Aan uitdagingen geen gebrek dus voor een paus die binnenkort 79 wordt en weet dat hij in een onvermijdelijk kort pontificaat maar een beperkt aantal zaken kan verwezenlijken. Allicht put hij sereniteit uit de wetenschap dat ook hij ‘maar een werktuig van de Heer is’. En dat dus ook voor hem geldt wat hij schreef in Deus Caritas est (§35): "Hij zal in alle nederigheid datgene doen wat hem mogelijk is en in nederigheid de rest aan de Heer overlaten. God regeert de wereld, niet wij. Wij dienen Hem slechts, voor zover we kunnen en Hij ons daartoe de kracht geeft.’’

Tertio/RKNieuws.net

Reageer op dit artikel
Naam
E-Mail
Reactie

van
reactie
Reijmers P.M.W.
Een goede zaak deze uiteenzetting over het reilen en zeilen in het eerste jaar van het pontificaat van de paus. Heldere informatie. Hartelijk dank daarvoor.
  
Update: 10-5-2006

(c) Sint Isidorusweb 2001-2009