In de weblog: Kerk Reusel koopt hoogaltaar van Zusters Visitatie | Paus neemt het op voor vluchtelingen | Vaticaan krijgt nieuwe tweede man | Krachtenbundeling drie parochies Borne | Vernielingen voor bloedprocessie Boxmeer | Meer logs >>
Weblog
Kerk Reusel koopt hoogaltaar van Zusters Visitatie
Paus neemt het op voor vluchtelingen
Vaticaan krijgt nieuwe tweede man
Krachtenbundeling drie parochies Borne
Vernielingen voor bloedprocessie Boxmeer
Twee nieuwe priesters voor het bisdom Groningen-Leeuwarden
Weinig belangstelling voor rondgang Sint Vitus
Restauratie Antonius Abt kerk succesvol door samenwerking
Diensten Emmaus Bergen op Zoom stoppen
Bestuurlijke fusie parochies Bergen op Zoom
Strandkerk: Het gezang maakte mij emotioneel
Deken Verhoeven ontevreden over bisschop Hurkmans
De gregorianiserende aanpak van de Paulusabdij
Heilig Bloedprocessie trekt door tropisch en verstild Boxtel
Zondag Maria van Jesse Ommegang in Delft

Meer >>

 


 


13-6-2006 / WK Voetbal: van het janken en juichen kan de kerk nog wat leren

Het WK voetbal is begonnen, tot genoegen van de theologen Kees Waaijman en Georg Essen. Zij schreven mee aan de essaybundel ’Fußballgott’, over de relatie tussen religie en voetbal. „Voor Jezus was de visserij een parabel; voor ons voetbal.”
In veel opzichten mag paus Benedictus XIV verschillen van zijn voorganger Johannes Paulus II, één ding hebben ze gemeen: liefde voor voetbal. Voetbal, zei Benedictus eens toen hij nog kardinaal was, zou niet kunnen bestaan als het spel niet in wezen ’de grens overschrijdt tussen het dagelijks leven en het verloren paradijs’.

Gewichtige woorden van een gewichtig man. Je zou haast denken dat voetbal religie is. Dat is het zeker níet, zegt Georg Essen, fan van Borrussia Dortmund en hoogleraar dogmatiek aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. „Wel zie je in het voetbal verschijnselen en rituelen die ook bij religies voorkomen. Voor de supporters van Borussia Dortmund is zaterdag, de speeldag, een feestdag die de monotomie van hun alledaagse leven doorbreekt. Dat is een equivalent van de christelijke zondag, de islamitische vrijdag of de joodse sabbat. Mensen hebben behoefte aan een verbijzondering van het alledaagse leven met een plechtigheid. Dát kan een voetbalwedstrijd zijn, meer niet. Voetbal verlost niet. En in de godsdienst gaat het om genade, niet om succes. Je mag er zijn, ook als je niet presteert.”

„Voetbal is beeldtaal”, zegt Essens, Ajax-supporter en hoogleraar spiritualiteit, eveneens aan de Radboud Universiteit. „Jezus sprak in beelden die hij ontleende aan de visserij. Toch was vissen geen religie. Zo is het ook met voetbal, het is een symbool voor het leven. Als je voetbal beschouwt als een parabel, ook als je zelf geen fan bent, kun je er spirituele wijsheden in zien.”

Essen en Waaijman leverden beiden een bijdrage aan de essaybundel ’Fußballgott’, waarin elf theologen ingaan op de relatie tussen voetbal en religie. Geleerde borrelpraat, menen sommigen. „Ach”, zegt Essen, „je moet het allemaal niet zo serieus opvatten. Met een knipoog heb ik geprobeerd om mijn liefde voor Borussia Dortmund en mijn dagelijks werk als wetenschapper met elkaar te verbinden.” En de belangstelling voor het spel is heus niet alleen maar ingegeven door het WK, zegt Waaijman. „Ik denk altíjd na over voetbal.”

Georg Essen: „Ik zie in voetbal pogingen om de chaos terug te draaien, het toeval te bedwingen, terwijl dat nooit lukt. Dat is precies wat in het alledaagse leven belangrijk is: je probeert grip op de situatie te houden, bent aan één kant bang dat dat niet lukt, maar toch houd je vertrouwen in de goede afloop.”

Niet alle essays in 'Fußballgott' zijn vrolijke gedachte-experimenten over de theologie van het voetbal. „Voetballers zorgen er soms voor dat volwassen mensen zich huilend in de armen van wildvreemden storten”, signaleert Peter Scheuchenpflug, docent pastoraat te Regensburg en Passau. Om er de – licht pijnlijke – vraag aan toe te voegen: ’Welke kerk krijgt dat nog voor elkaar?’

„Tegenwoordig zijn voetbalfans in de openbaarheid makkelijker te herkennen dan christenen”, stelt Scheuchenpflug vast. „Het moderne voetbal provoceert de fan tot een coming-out: de hoedenplank van de Ford Focus lijkt wel voorbestemd als vitrine voor de Kaiserslautern-sjaal, en op menig BMW prijkt een FC Bayern-sticker op de achterklep. Aan de andere kant zie je steeds minder roestige Volkswagenbusjes met plakkaten in de trant van ’Jezus houdt van jou’. Hoogstens mag een Ichthus op de kofferbak verwijzen naar de christen in de auto.”

Waar het de kerk aan ontbreekt, volgens Scheuchenpflug, is een ’collectieve emotie’. Die komt nog het meest tot uitdrukking in de zangcultuur: in het stadion lijkt de creativiteit van de supporters grenzeloos, maar in de kerk wordt voor sentimentele mariagezangen de neus opgehaald.

Wellicht, denkt Scheuchenpflug, is sport dé plaats geworden om je emoties te uiten, „omdat deze menselijke basisbehoefte in de kerkelijke cultuur minstens is verdampt, zoniet doelbewust wordt vermeden.”

Dát kan de kerk volgens Scheuchenpflug leren van het stadion: een plaats te zijn waar je kunt juichen en janken. „Als emotionele beroering in de kerk zich alleen in je binnenste en je bovenkamer mag afspelen, en schoonmama’s vochtige ogen bij het zingen van Stille Nacht het maximum zijn dat aan vervoering mag worden vertoond, legt Bach het af tegen Beckenbauer.”

De kerk is te intellectualistisch geworden, volgens Scheuchenpflug, en ’volkse’ emotie kan rekenen op dédain. Dat zie je ook bij voetbal, zegt Kees Waaijman. „Een Braziliaanse collega schreef eens dat volksreligiositeit, of dat nu tot uiting komt in samba, carnaval, of voetbal, voor nette schooltheologen niet betekenisvol is. Zij hebben niet de brille om daar fris over na te denken. Dédain voor voetbal is een dédain voor volksheid. Zo van: ’die onnozele mensen die naar Lourdes gaan, die hebben niet ons verlichte geloof’.”

Tijd om over de voetbalactualiteit te praten. Diego Maradona maakte onlangs een einde aan de mythe dat zijn doelpunt tegen Engeland op het WK van 1986 door de hand van God werd gemaakt. Hij was het zelf, biechtte ’Pluisje’ op.

Die eerlijkheid valt te prijzen, vindt Essen. „Maar het is wel jammer dat ’Maradona’ en ’Hand van God’ nu niet meer onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zijn naam ’Diego’ betekent ’goddelijke’, maar geen enkel opperwezen is onaantastbaar. Dat bewees Achilles al.”

Dat Maradona zich beriep op goddelijke interventie bij het doelpunt, is volgens Kees Waaijman niet verwonderlijk. „In de Latijns-Amerikaanse volksreligiositeit is de wereld vol van intermediairs tussen onze en de goddelijke wereld. In een cultuur waar geesten en engelen heel reëel zijn, kun je ook een doelpunt maken met de hand van God.” Lacht: „Maar zo’n actie waarbij Maradona de hele Engelse verdediging dolt, maakt toch al zijn leugens goed?”

Als voetbal en religie parallellen vertonen, kun je dan behalve van de (veel bediscussieerde) soloreligieus ook spreken van de solosupporter?

Waaijman: „De soloreligieus is minder solo dan hij lijkt. Mensen maken zich misschien los uit bestaande fanclubs, waardoor ze ongebonden lijken. Dat kun je ook zien als een vorm van emancipatie. En zo geïsoleerd zijn ze niet; er zijn ook anderen die zo denken. Op kleine schaal zoeken mensen naar nieuwe verbanden. Degenen die daartegen bezwaar hebben zijn recalcitranten die hun oude club niet los durven laten. Juist zij noemen de zoekers zo liefdeloos en gedistantieerd een ’soloreligieus’.”

Solosupporters bestaan niet, denkt Georg Essen. „Voetbal is juist gemeenschapstichtend; je bent supporter met zijn allen. In Dortmund wonen bijna 500.000 mensen en in alle lagen van de bevolking vind je supporters van Borussia. Ik zat eens in de bus op weg naar het stadion. Tegenover me zat een man in een duur pak met een mooie stropdas. Zijn sokken waren zwart-geel, de clubkleuren van Borrussia.”

Toch, zegt Essen, heeft voetbal iets archaïsch, met zijn levenslange binding aan een club. „Daar kun je beslist een deel van je identiteit aan ontlenen. Binding aan een club geeft houvast, zelfs als je al jaren in een andere stad woont.”

Maar als solosupporters niet bestaan, hoe moeten we dan de couch potato noemen die geen wedstrijd op tv overslaat? Essen: „Zo iemand is professioneel. Hij is als de theoloog die objectief naar andere geloven kijkt.”

Welk land wereldkampioen wordt? Op die vraag hadden de theologen al gerekend. Brazilië, denkt Waaijman. „Zij spelen voetbal zoals het gespeeld hoort te worden.”

Dat is Essen een te gemakkelijke gok. „Met heel mijn hart hoop ik: Nederland.”

Dan springt uit de rugzak van de verslaggever een voetbal te voorschijn. „Aha!”, roept Waaijman. „Dit doet me denken aan de begintune van het programma ’De Wedstrijden’. Als ik dat zie denk ik: lekker een avondje voetbal kijken.”

Essen pakt de bal op en zucht: „Wat heb ik láng niet gespeeld.”

 
 
 
 
trouw/emiel hakkenes

Reageer op dit artikel
Naam
E-Mail
Reactie

van
reactie
er is nog niet gereageerd op dit artikel
  
Update: 19-6-2006

(c) Sint Isidorusweb 2001-2009