In de weblog: Nissen: ‘Visitatie mogelijk vereist in bisdom Roermond’ | Bisschop Wiertz ontslaat pastoor-deken Haffmans | Bisdom ontslaat omstreden deken | Aantal christenen in Japan blijft constant | Benedictijnen in Nederland houden met bescheiden aanwas stand | Meer logs >>
Weblog
Nissen: ‘Visitatie mogelijk vereist in bisdom Roermond’
Bisschop Wiertz ontslaat pastoor-deken Haffmans
Bisdom ontslaat omstreden deken
Aantal christenen in Japan blijft constant
Benedictijnen in Nederland houden met bescheiden aanwas stand
Paus hamert op gezinswaarden
Bisdom vraagt medewerking in onderzoek deken Haffmans
Rel rond deken van Gulpen breidt zich uit
Stichting Kloostertuin op haar hoede
Xspirit: Dansen in de kerk
Rector Ham favoriete bisschopskandidaat Breda
Rooms-katholieke bisschop opgepakt in China
Pastoor de Wolff vijftig jaar Karmeliet
Priesters verontwaardigd over politie-optreden in kerk
De avond is kort in de Paulusabdij

Meer >>

  

 


 


30-6-2006 / WK: Peptalk, zingen, Maria of een gebed

BERLIJN - Het WK gaat vrijdag verder met de eerste twee kwartfinales. Vrijdagmiddag om 17.00 uur als eerste de kraker Duitsland-Argentinië in Berlijn. Spanning op het veld, maar wat gebeurt er vóór de wedstrijd in de kleedkamer? Elk team heeft zo zijn eigen rituelen, geregeld ook religieus van aard. Dit is een verhaal over een heiligdom dat betrokkenen proberen af te schermen als de Sixtijnse kapel bij een pausverkiezing.

De kleedkamer.

Journalisten zijn er soms welkom. Bij een kampioenschap, bijvoorbeeld. Bekende beelden levert dat op, feest in het ligbad. Maar de rest van het jaar sluiten spelers zich er af voor de buitenwacht die altijd iets van hen wil. Zeker vóór een belangrijke wedstrijd, zoals op het WK, bestaan er rituelen die coaches en voetballers het liefst onder zich houden. Een code van vertrouwen. Soms komt er toch iets naar buiten en het geeft een prachtig inzicht.

In navolging van onder meer FC Barcelona besloot de Braziliaanse voetbalbond de regie over wat er in de kleedkamer gebeurt, in eigen hand te houden. Twee jaar lang volgde een cameraman de Goddelijke Kanaries in hun kooien waar niemand hen ooit zag. In hotels, in de bus, maar ook voor en na wedstrijden tussen de kleerhangers.

Natuurlijk zijn de beelden van de documentaire Brasil, lo nunca vista (in Nederland voor het WK uitgezonden door de NOS) geselecteerd, gescreend en gekeurd. Maar wat een schat aan details.

Altijd is er muziek. De Braziliaanse spelers nemen hun trommels mee. Ze zingen en schreeuwen, ze trommelen en roffelen. Ook voor de wedstrijd. Eigenlijk altijd. Nadat de Braziliaanse ploeg vorig jaar in Duitsland de finale van de Confederations Cup had gewonnen van de grote rivaal Argentinië, gingen de spelers in een lange, toeterende, zingende polonaise door de gang van het stadion. Duitse officials keken beduusd toe. Dat zagen ze hun Ballack en Klose niet doen.

Dat is eigenlijk het grote verschil tussen Zuid-Amerikaanse en Europese voetballers. Allemaal luisteren ze naar muziek, allemaal hebben ze een iPod. Zie het Nederlands elftal uit de spelersbus stappen en daarna in het stadion het veld inspecteren, de dopjes lijken in de oren vastgelijmd. Ieder heeft zijn eigen muziek. Het past bij het ritueel van de concentratie waarin Nederlandse spelers opgroeien. Niet te veel poespas ter verstoring. Ze trekken zich terug in hun eigen wereld. Hooguit schreeuwt er eens iemand door de kleedkamer.

,,Ik word vandaag de beste,’’ riep Arjen Robben vlak voor de WK-wedstrijd van Oranje tegen Servië & Montenegro.

Paul Bosvelt stapte eens met een ghettoblaster vol hardrock de kleedkamer van Feyenoord binnen, zo vertelde trainer Bert van Marwijk deze week bij de NOS. Hij liet hem maar gaan. Harde muziek is in Nederland iets voor ná de wedstrijd. Vooraf liever een eigen iPod. Dat gebeurt ook bij de Engelsen, morgen de tegenstander van Portugal bij de kwartfinale in Gelsenkirchen.

Latijnse voetballers maken zélf geluid. De Argentijnen stappen tijdens dit WK uit de spelersbus, terwijl ze voetballiederen schreeuwen. Hun fans rond de bus vallen hen bij. Mooi verschil tussen Brazilianen en Argentijnen: de eerste groep gaat het om de muziek, welke dan ook; de Argentijnen richten zich op de strijdbaarheid van het voetballied. Daarbij slaan ze zo hard op de ruiten van de spelersbus dat die het bijna begeven.

Dan nadert de wedstrijd en stijgt de spanning. Bij de Braziliaanse ploeg gaan alle spelers in de kleedkamer in een kring staan, dus ook morgen wanneer Brazilië in Frankfurt tegen Frankrijk speelt. Midden in de kring aanvoerder Cafú. Hij roept enkele strijdkreten. Dat héél Brazilië in de kwartfinale iets van hen verwacht. Dan wordt er gebeden.

Misschien dat Nederlandse internationals het bij interlands in alle stilte doen, maar bij latijnse, en dus veelal katholieke ploegen gebeurt dat in de groep.

De Brazilianen bidden eerst het ‘Onze Vader’. Met zijn allen. De katholieken gaan verder met een ‘Wees Gegroet Maria’. Anderen, zoals Kaká, houden hun mond. Zij hangen als minderheid het protestantse geloof aan en kennen geen Maria-verering. Als de spelers van Brazilië naar buiten gaan voor de warming-up, blijft coach Roberto Carlos Parreira binnen. Hij ziet zijn ploeg zich nooit opwarmen.

De Braziliaan Luiz Felipe Scolari laat de spelers van Portugal voor wedstrijden ook tot de heilige Maria bidden, die zich in 1917 het Portugese plaatsje Fatima zou hebben vertoond. En hij citeert in de kleedkamer vaak uit zijn lievelingsboek, ‘De kunst van het oorlogvoeren’ van de Chinese generaal Sun-Tzu.

Het is geschreven in de vierde eeuw voor Christus, maar de woorden bleken zondag nog erg actueel tegen Nederland. Scolari deelde het boek vier jaar geleden zelfs uit aan de internationals van Brazilië, die hij in Japan naar de titel leidde.

Jürgen Klinsmann is meer van de Amerikaanse positiviteitstheorieën. De Duitse bondscoach woont in Californië en haalde de mentale en fysieke begeleiders uit zijn tweede vaderland. Bij zijn aantreden als Teamchef in 2004 stak Klinsmann zijn licht ook op bij succesvolle zakenmensen en Olympische sporters.

Voor elke WK-wedstrijd wijst Klinsmann een speler aan die precies twintig minuten voor de aftrap een korte speech moet houden. De afgelopen weken kwamen David Odonkor (tegen Costa Rica), Oliver Kahn (Polen), Jens Nowotny (Ecuador) en Thomas Hitzlsperger (Zweden) aan de beurt. Geen toeval: allen reserves. Doel: het groepsgevoel verstevigen. Saillant is dat ook doelman Oliver Kahn werd gevraagd. Hij heeft grote moeite met zijn reserveplek achter Lehmann, toch moest hij speechen. Het is zo'n ritueel dat wel aan de vertrouwelijkheid van de kleedkamers is ontsnapt. Eerst neemt Klinsmann het woord. Hij spoort zijn troepen voor de laatste keer aan. Dan geeft hij het woord aan de uitgekozen speler die een tijdje over zijn woorden heeft kunnen nadenken. Voor de wedstrijd tegen Zweden haalde Hitzlsperger de duizenden toeschouwers in het stadion aan, en dat het een bijzondere dag voor héél Duitsland zou worden. Het zijn geen hoogdravende teksten van Goethe of Schiller, maar ze hebben effect in die ambiance, in die groep, op dat beladen WK-moment.

De spelers staan in een kring om de spreker heen, met de armen om elkaar heen. Een clan met een missie. Daarna riep Hitzlsperger tot drie keer toe: ,,We zijn een...’’ Zijn medespelers, ook drie keer: ,,...Team!’’ Klinsmann vindt het prachtig, brult altijd hard mee. Als speler maakte hij nog de succesvolle Franz Beckenbauer mee, die slechts zei: ,,Zo, en nu naar buiten en voetballen!’’

Tijden veranderen. Op het WK van 1974 had doelman Jan Jongbloed zo zijn eigen ritueel voor de wedstrijd. Hij ging op z'n gemak op het toilet een sigaretje zitten roken. Rookmelders waren er nog niet.

Wie van de Duitsers krijgt vrijdagmiddag voor het duel met de Argentijnen het woord?
 
 
 
ad rotterdam/paul van den bosch

Reageer op dit artikel
Naam
E-Mail
Reactie

van
reactie
er is nog niet gereageerd op dit artikel
  
Update: 9-7-2006

(c) Sint Isidorusweb 2001-2009