8-1-2007 / Missiezuster Dora Slot viert gouden jubileum |
MONTFOORT - De geboren Montfoortse Dora Slot is 50 jaar non. AD Groene Hart interviewde haar.
U bent geboren op Achthoven in Montfoort, hoe was uw jeugd?
,,We waren met acht jongens en zeven meisjes en er moest door ons allemaal hard gewerkt worden om het hoofd boven water te houden. De eerste vijf klassen van de lagere school heb ik gevolgd bij St. Carolus in Montfoort, maar omdat mijn broer Herman<NO1>, die bij het Utrechts Katholiek Dagblad (het latere Centrum) werkte, in zijn maag zat met een krantenwijk tussen Achtersloot en IJsseldijk, ging ik voor de zesde klas naar IJsselstein. Op de terugweg bezorgde ik dan de krant. Ook de huishoudschool volgde ik in IJsselstein en daarna werkte ik acht jaar bij slager Kees Vendrig in Montfoort. Voornamelijk in de huishouding, maar ook moest ik wel eens worsten maken of een kalf vasthouden als het gedood werd voor de slacht.’’
Hoe kwam u op het idee missiezuster te worden?
,,Ik haalde van jongs af aan al geld op voor de missie en mijn oudste broer Johan was pater van Mill Hill (een congregatie van missionarissen, genoemd naar het Engelse plaatsje waar het moederhuis staat, red.).
We hadden thuis weinig geld, zodat ik nooit naar de missiefilms kon gaan die door de katholieke kerk werden vertoond, maar vanaf mijn 18de wilde ik al naar het klooster om mensen te gaan helpen. Mijn vader vond dat ik te jong was voor zo’n beslissing en pas toen ik 23 was gaf hij zijn toestemming. Tijdens de vastentijd, die toen nog echt werd aangehouden, bezocht ik helemaal nuchter een klooster en kreeg daar geen hap te eten. In Roosendaal, bij de zusters van Mill Hill, werd ik vriendelijker ontvangen en bij hen heb ik me aangesloten. Ik heb vooraf nog wel een spoedcursus Engels gehad van de Montfoortse meester van Tellingen, omdat de voertaal in het klooster Engels was.’’
Heeft u het wel eens gemist dat u geen man en kinderen had?
,,Doordat ik pas op mijn 23ste het klooster ben ingegaan, wist ik wat ik opofferde en ik heb er nooit een minuut spijt van gehad. De dankbaarheid die ik kreeg van de mensen die ik verzorgde tijdens mijn werk als zuster woog hier volledig tegenop.’’
U kreeg toen in Engeland een verpleegstersopleiding?
,,Ja, dat was wel even schrikken want ik sprak alleen maar ‘klooster-Engels’ en dat was eigenlijk niet voldoende om de opleiding te volgen. Ik werd toch toegelaten omdat ze dachten dat ik het wel aan zou kunnen. Ik werd in Engeland zelfs gekozen tot verpleegster van het jaar. Daarna volgde ik een opleiding tot vroedvrouw en werkte ik ruim drie jaar in een kliniek in Kota Kinabalu. Toen ik door mijn orde gekozen werd in het hoofdbestuur moest ik terug naar Engeland, maar gelukkig kreeg ik enkele jaren geleden de kans om in Guayaquil (Ecuador) een nieuwe missie op te zetten. Het was daar pure armoede. Er waren wel eerder missionarissen geweest, maar die hadden de situatie aangekeken en waren weer vertrokken.’’
Waarom bent u daar weggegaan?
,,In 1993 werd ik benoemd tot algemeen overste van onze congregatie. Het tweede Vaticaanse concilie was juist achter de rug en de kappen werden kleiner en de rokken werden korter. Ik was de eerste algemeen overste die zonder kap in de Engelse kranten verscheen. In die tijd bezocht ik per vliegtuig alle vestigingen van onze orde. Mijn familie noemde me in die tijd ’de vliegende non.’
Hoe was uw gouden feest in de kerk?
,,De kerk zat volgens de parochianen vol alsof het kerstmis was. Ik voelde me trots op Montfoort en er is heel veel geld gegeven voor de missie in Ecuador. In totaal hebben we bijna drieduizend euro ingezameld om die mensen daar verder te helpen.’’
Bron: Algemeen Dagblad