20-6-2007 / Column / Winfried Kuipers : Mobieltjes, een ramp of een zegen? |
Ik zat laatst in de trein in een zogenaamde stiltecoupé. Op alle ramen stond “stiltecoupé”. Op de deuren stickers met doorgestreepte mobieltjes. Het mocht niet baten: Links en rechts waren mensen aan het bellen. Je ziet ze overal: op straat, in de rij voor de kassa, op ’t strand, in de bus, terwijl men eet, fietst, afwast of tennist.
|
Ik had zelf 15 jaar geleden al een mobieltje op het autotelefoonnet (ATF) terwijl ik geen auto had. Men noemde het daarom de fietsofoon. Omdat ik alleen woonde op de pastorie vond ik het nodig om bereikbaar te zijn voor noodgevallen. Het toestel was toen nog loodzwaar en peperduur. Bij aankoop vroeg men op een enquêteformulier waarin ik werkzaam was: high-management – midden – management – diplomatie – vertegenwoordiger of zelfstandige ondernemer. Meer keus was er niet. Dus antwoordde ik: vertegenwoordiger van een multinational, de kerk. |
Nu heeft soms ieder kind in het gezin zo’n mobieltje. Een telefoontje kan storend en irritant zijn: tijdens een vergadering, een bioscoopfilm, een theatervoorstelling, in een kerkdienst, in een gesprek, in een klas, in een groepsactiviteit. Ik bezocht in de vakantie een kamp van het bisdom. Daar hadden ze de mobieltjes verboden.
We moeten er mee leren omgaan: er zit een uit-knop op!! Mobieltjes mogen geen inbreuk plegen op het sociale leven. Van de andere kant bieden mobieltjes enorme kansen tot goede communicatie en daarmee tot gemeenschapsopbouw, vrede en vriendschap tussen mensen. Misverstanden kunnen snel uitgepraat worden, men hoeft iemand niet onwetend te laten wachten bij vertraging, we kunnen elkaar snel informeren over droeve of blijde gebeurtenissen; ouders kunnen beter contact houden met de kinderen; een sms-je kan een vriendschap stimuleren …..
Communicatie schept “communio”, gemeenschap, verbondenheid. En dat is een belangrijke christelijke waarde. Daarom kan zo’n technische ontwikkeling een zegen zijn voor de samenleving! Voor één persoon hebben we geen mobieltje nodig: voor God. Hij hoort ons gebed altijd en overal, draadloos en zonder mobieltje.
Je kunt Hem rustig tien keer per dag bellen. Hij is nooit bezet.