Allerzielen
Het 'feest van de zielen' is de dag na Allerheiligen, zoals het sinds de twaalfde eeuw wordt gevierd. Op deze dag worden alle zielen van gelovigen herdacht. Deze traditie is ingezet door de abt van Cluny, die de overledenen wilde herdenken in de liturgie. Paus Johannes XIX nam deze traditie over voor de gehele kerk. In de protestanse kerk wordt Allerzielen niet gevierd, omdat zij de leer van het vagevuur ontkennen. Tijdens het concilie van Trente (1545-1563), bijeengeroepen door paus Paulus III werd de geloofsleer van het vagevuur vastgelegd (zie de Katechimus van de Katholieke Kerk, 1030-1032). De kerk leert ons dat de zielen van de overledenen min of meer zondig zijn en kunnen wachten op hun loutering om voor God te verschijnen.
Het is dus een dag waarop wordt gebeden voor de zielen van alle doden. Een oud gebruik is, om naar de kerkhof van vrienden en familie te gaan om (witte) bloemen te plaatsen, kaarsen op te steken en te bidden.
In Zuid-Amerika wordt Allerzielen in vergelijking zeer uitbundig gevierd. Hele families gaan naar het kerkhof met tassen vol eten en drinken. Ze versieren de graven met bloemen en slingers. Muzikanten maken muziek, priesters houden preken. De hele dag is het een gezellige boel op de begraafplaats. Het feest sluit aan bij een oude traditie: je moet goed zorgen voor de geesten van de doden. Zo laat je zien dat die er nog gewoon bij horen.
Een in onbruik geraakte traditie zijn de zogenaamde zielebroodjes. Het eten of uitdelen ervan is lange tijd onderdeel geweest van de gedachtenis van Allerzielen. Elk gegeten broodje staat voor de verlossing van een ziel in het vagevuur.
In de kerk kan een
requiemmis worden opgedragen aan de gestorvenen van het afgelopen jaar.
Beluister een van deze fragmenten uit een requiemmis van Tomas Luis de Victoria (Windows Mediaplayer nodig!)