Opdracht (morgengebed)
Ik geef U mijn handen om uw werk te verrichten,
Uw zegen te verspreiden.
Ik geef U mijn voeten om uw weg te gaan.
Ik geef U mijn ogen, opdat Gij ze doet richten
en doet stralen van uw zachtheid.
Ik geef U mijn verstand om te denken,
mijn mond om te spreken:
Uw woord van wijsheid, uw woord van liefde.
Ik geef U mijn geest om in mij te bidden.
Ik geef U bovenal mijn hart om met dat hart
uw hemelse Vader te beminnen, uw lieve Moeder
en alle mensen.
Laat mij kleiner worden en Gij groter in mij
opdat ik niet meer leve, niet ik meer bidde,
niet ik meer werke maar Gij, almachtige God,
Zoon van de Vader, liefdevolle Verlosser.
O Jezus, levend in Maria; kom en leef ook in mij,
uw dienaar.