Psalm 3 (Talrijk zijn mijn vijanden)
Een zangstuk op naam van David,
op de vlucht voor zijn zoon Absalom.
Hoe talrijk zijn mijn vijanden, Heer,
hoe talrijk zijn mijn tegenstanders,
hoe talrijk zijn degenen die van mij denken:
`God zal hem niet redden.'
Toch bent U levenslang een schild om mij heen,
mijn glorie, U heft mijn hoofd omhoog.
Nauwelijks heb ik de Heer geroepen
of Hij antwoordt mij vanaf zijn heilige berg.
Ik leg mij te slapen en ontwaak,
ik word wakker: de Heer is mijn steun.
Ik heb dan ook geen angst,
hoe ontelbaar velen het ook zijn
die opgesteld staan rondom mij.
`Heer, sta op, mijn God, red mij.
U treft al mijn vijanden vol op de kaak,
en breekt het gebit van de bozen.
O Heer, red ons. Spreid uw zegen uit over uw volk.'