Psalm 6 (Heer bestraf mij niet in uw toorn)
Heer bestraf mij niet in uw toorn,
tuchtig mij niet in uw gramschap.
Wees mij genadig, zwak als ik ben;
maak mij gezond, Heer, ik voel mij geslagen.
Heel mijn geest is verward;
Heer, hoe lang moet dit duren?
Maak er een eind aan en spaar mijn leven,
schenk mij genezing, barmhartige God.
Want in de dood denkt geen mens meer aan U;
wie zal U loven onder de doden?
Uitgeput ben ik van klagen en kreunen,
wenend breng ik mijn nachten door,
tranen doordrenken mijn kussen.
Dof van verdriet zijn mijn ogen geworden,
oud vóór hun tijd, omdat velen mij kwellen.
Gaat van mij weg, die onrecht bedrijft:
God heeft mijn schreien gehoord.
God heeft mijn bede om hulp vernomen,
God heeft mijn smeken verstaan.
Laat nu mijn kwellers met schaamte en schrik
spoedig beschaamd op de vlucht slaan.