Psalm 120 (Ik moet leven in het vreemde Mesek)
Bij de Heer klaag ik mijn nood
Hij zal mij zeker verhoren.
Verlos mij, Heer, van lippen die liegen
van de tong die mij verraadt.
Waarmee zal Hij jou dubbel en dwars betalen
jij, tong die mij verraadt?
Met spitse boogschutterspijlen
en gloeiende kolen van bremhout?
Helaas, ik moet leven in het vreemde Mesek
huizen in Kedar, ver weg.
Veel te lang moet ik leven
met mensen die vrede haten.
Hoe ik ook spreek van vrede
zij hebben de mond vol van geweld.