Driekoningenlied
Drie koningen zijn er op reis gegaan,
vlugger nog dan de wind,
van over de bergen kwamen zij aan
te Bethlehem, bij het Kind.
Nergens hoefden zij lang te zoeken,
zij vonden de weg vanzelf,
naar het Kind in sneeuwwitte doeken
wees een ster aan het nachtgewelf.
De eerste die er de stal betrad
was Kaspar, waardig en wijs;
de tweede was koning Balthasar,
nog moe van de lange reis.
Maar Melchior, zwart als een nikker,
durfde niet binnen te gaan,
want het kind begon schokkend te snikken
toen Het hem donker zag staan.
Sint Jozef maakte een vriendelijk gebaar:
'Wees niet bang, kom stil dichterbij,'
Hij kwam en kuste het Kind, dat zowaar
hem met heldere stem iets zei:
Ik huilde niet om uw zwarte handen,
Ik huilde alleen om de pijn
van de bittere, zwarte zonde
die straks genezen zal zijn.'
Anoniem, Frans?, 16e eeuw