Marialied
Als het noodweer aarde's flanken
geselt en de mens doortrilt,
zijt Gij 't, die als klokkenklanken
biddend alle stormen stilt.
Als het veld na zware regen
zijn betraande vruchten tilt,
straalt de regenboog uw zegen, -
Moeder, ach, wat zijt gij mild.
Eens, als 't donker mij zal komen
en de koele avond zacht
nederruist in blad en bomen,
dan, Maria: heilige nacht!
Laat mij anderer hoogmoed derven,
dek mijn lichaam, oud en moe,
eindelijk rustend van mijn zwerven
met uw sterrenmantel toe.
Josef von Eichendorff 1788-1857