O Moedermaagd, gij, dochter van uw Kind
O Moedermaagd, gij, dochter van uw Kind,
verheven boven alle creatuur,
in wie Gods plan zijn eeuwig einddoel vindt,
gij zijt het, die de menselijke natuur
doorstraalde tot haar Maker haar verkoos,
zich tot haar maaksel makend, licht en puur.
Diep in uw schoot ontstak zich eindeloos
de liefde weer, die door haar warme gloed
de bloem des vredes opent, mateloos.
Hier zijt gij 't vuur, dat alle liefde voedt;
beneden, in der stervelingen kring,
zijt gij de bron der hoop, die leven doet.
Gij, Vrouwe, zijt zo groot dat wie, gering,
genade zoekt en zich tot u niet keert,
wil vliegen zonder vleugels, - een dood ding.
Want niet alleen die smekend haar begeert
zendt gij uw milde kracht, doch ongeteld
zoekt gij die haar, nog onbewust, ontbeert.
Erbarming is de titel, die u geldt;
u is grootmoedigheid en al wat ooit
aan goedheid enig sterveling ontwelt.
Dante Alighieri 1265-1321