Roep
De nachten waaien. Een vreemde regen
verschrikt mijn gedachten. Een vreemde regen
raast in den tijd. Ik denk aan U -
Lichten spoken - Ik hunker naar U
die zoo ver weg zijt... Ik zoek de sterren:
de nacht staat gesloten. En van verre
komen de winden, machtig en zwart,
en breken de rozen, die nog leven -
Ik denk aan U en de regens beven
wild en stormachtig aan mijn hart.
De regens maken de wankele huizen
tot blinde vreezen, verstild in steen.
De nachten waaien, de winden ruischen.
Ik denk aan U, en ik lig alleen...
Ik lig alleen met een verzwegen
roep om U in de duisternis.
Altijd de wind. Altijd de regen.
Altijd de nacht en mijn hunkering.
Theun de Vries