Vreugde van Bethlehem
Verheugt u allen deze nacht
heeft Maria het Kind ter wereld gebracht
Maria, die altijd maagd is gebleven,
heeft aan ons allen dit Kind gegeven.
't Was bitter koud, om het twaalfde uur,
de nacht was donker, de wind was guur,
en toen de engelen het Kindje zagen,
hebben zij stro naar de stal gedragen
en daarop legde Maria Hem blij
de engelen zongen en dansten erbij.
De kudde lag rustig onder de bomen
de herders zijn bij de dieren gekomen,
maar groot was hun schrik: een stralend licht,
als een vreemde ster, stond voor hun gezicht.
Doch snel, om hen weer gerust te stellen,
begon in dit licht een stem te vertellen,
een klare stem, van de duizenden een:
Vreest niet en gaat er dadelijk heen.
Gaat naar de stal en onthoudt wat je ziet,
want het is voor alle mensen geschied.
De herders liepen zo hard ze konden
naar de stal, waarin zij het Kindje vonden:
ze zagen een beeld van heerlijk geluk,
het leek wel een hemels altaarstuk.
Met een klein, wit kleedje, simpel en recht,
was een Kind in de kribbe neergelegd
en van alle zijden kwamen gedrongen
duizenden engelen; zij speelden en zongen
voor de Moeder, die van geluk nog bleek,
naar het Kindje in de houten kribbe keek.
Ook dieren zagen zij in de stal,
een os en een ezel - een vreemd geval,
maar zij vroegen toch vriendelijk en bedeesd
naar binnen te mogen bij het feest
zij gingen stil voor de Moeder staan
en spraken haar buigend, deemoedig aan:
'O Koningin, hoe komt in een stal
de machtige Koning van het heelal?
Een wonder geheim, een wondere nacht:
Gij hebt Gods Zoon ter wereld gebracht.
Stil, Kindje, stil, blijf rustig dromen,
wij kunnen geen traan uit je oogjes zien komen.
Gegroet, en ook gij, vriendelijk ouderpaar,
heb dank; wij leggen nu bij elkaar
al wat wij hebben, stil en devoot:
een lam voor het Kind, als speelgenoot.
Gegroet, os en ezel, het beste met u,
houdt trouw de wacht, wij verlaten u nu -'
Toen traden de herders weer in de nacht
en hebben God prijzend hun dank gebracht.
Anoniem, 16e eeuw