Relikwieën
Het vereren van relieken stamt uit de tiende eeuw. Boven het graf van een heilige werd geregeld het hoogaltaar in de kerk gebouwd. Onder het altaar waren de beenderen van de heilige zichtbaar. In plaatsen waar geen graven van heiligen waren, werd dit gecompenseerd door het plaatsen van kostbare relikwieën. Rondom deze relieken werden vervolgens prachtige schrijnen gemaakt.
Een relikwie is dus meestal een overblijfsel van het lichaam van een heilige. Er zijn relikwieën die een alleen maar een relatie met Christus of een heilige.
Voorbeelden zijn kledingstukken, zoals de Heilige-Rok-relikwie in Trier, het kleed van Maria, de
Lijkwade van Turijn, of onderdelen van het martelaarschap van
Jezus of een heilige: een spijker of houtsplinter van het heilig Kruis, de heilige Lans en dergelijke.
Vaak werden relikwieën verzameld ter genezing of ander genademiddel
Het overbrengen van relieken, zoals de stoffelijke resten van
Petrus of de heilige
Therese van Lisieux, vormt aanleiding tot het houden van processies. Voorbeelden zijn Heilig-Bloedprocessies, de relikwieprocessie rondom de heilige Liduina in Schiedam of de waterprocessie rondom
Sint Nicolaas in Bari.