Scherpenheuvel, Onze Lieve Vrouw van de Zuidelijke Nederlanden
|
Eén van de meest belangrijke Maria bedevaartplaatsen in België ligt in de gemeente Scherpenheuvel-Zichem, een stad met circa 22.000 inwoners in Vlaams-Brabant. Scherpenheuvel is ook het drukbezochtste pelgrimsoord. De bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel (Montaigu op zijn Frans) komt op in zestiende eeuw. De toenmalige aartshertog Albrecht van Oostenrijk en zijn vrouw Isabella hadden het gezag over de Zuidelijke Nederlanden en om het opkomend protestantisme in te dammen omarmt hij de wonderen die in de omgeving van Scherpenheuvel plaatsvonden. |
Wat is er gebeurd? In 1304 wordt al melding gemaakt van een eeuwenoude eik waaraan magische krachten werden toegeschreven. De eik zou staan op een heuvel tussen Diest en Zichem. De schors van die eik hielp tegen ziekte en onheil. Het is onduidelijk of het om dezelfde eik gaat als waarom Scherpenheuvel nu druk bezocht wordt, maar er lijkt sprake van een verchristelijking van vroege heidense verering. Het was in 1514 dat een Mariabeeld uit de eik wordt weggenomen door een herder. Maar, zodra de man het beeldje in zijn handen nam, bleef hij als versteend staan en kon pas weer bewegen als iemand anders het beeldje had teruggeplaatst. Deze wonderbaarlijke gebeurtenis verspreidde zich snel en bracht de eerste toeloop. In 1578 bezoekt landvoogd Alfa zelfs het beeldje op de ‘Scherpen Heuvel’.
|
Twee jaar later is het beeldje plotseling verdwenen en komt nooit meer te voorschijn. De bedevaartgangers blijven echter komen. Weer zeven jaar later wordt een ander beeld overgebracht van Diest naar de eik. Dit beeld komt uit Diest en er zijn tegenstrijdige bronnen over het overbrengen. Sommigen zeggen dat de Zichemse schepen Jan Momboers het beeld wist te bemachtigen, anderen houden het erop dat de Diestse kosteres Agnes Frederix het beeld schonk. Het Mariabeeld is tot op nu het genadebeeld van Scherpenheuvel.
In 1598 vindt de eerste georganiseerde bedevaart van Zichem naar Scherpenheuvel plaats. In 1602 wordt een houten kapelletje gebouwd waar het beeld naartoe verhuist. In dat jaar is er een onverklaarbare genezing: een blinde vrouw van een militair uit Diest keert ziende naar huis. |
|
Een jaar later vinden maar liefst 49 gebedsverhoringen plaats. De stroom pelgrims neemt toe tot duizenden per jaar. Intussen werd de eik, de plaats waar het allemaal begon, omver gehakt. Bisschop Miraeus van Antwerpen gaf de opdracht ertoe, omdat er teveel bijgelovige praktijken plaatsvonden: stukken schors werden meegenomen. Stukken hout van de gevelde boom werden als geschenk gegeven aan Isabella, die er diverse houten Mariabeeldjes uit liet snijden, die overal in de wereld terecht zijn gekomen, tot India en Canada aan toe.
De lokale verering en gebeurtenissen bereiken dan het hof in Brussel en Albrecht en Isabella pelgrimeren naar Scherpenheuvel en geven vervolgens in 1607 opdracht om de kapel om te bouwen tot kerk. Het hoogaltaar komt op de plaats van de eik te staan. Het altaar met prachtige retabel werd geschonken door Filips Willem, de oudste zoon van Willem van Oranje. De aartshertog wilde om het heiligdom heen een stervormige vestingstad bouwen. De vesting kreeg stadsrechten en andere privileges waardoor nog meer pelgrims het wonderdadige beeld konden bezoeken. De kerk werd in twintig jaar tijd voltooid en in 1627 ingewijd. Bij de inwijding brengt Isabella veel goud en juwelen mee om afstand van te doen.
Ten tijde van de Franse revolutie neemt de pelgrimages sterk af. Een nabij gebouwd klooster wordt verwoest en het heiligdom zelf wordt verbeurd verklaard. Pas in de loop van de 19e eeuw keren de goederen terug (dat is: worden teruggekocht van de nieuwe eigenaren) en herstelt de pelgrimage zich langzaam. In 1842 wordt een kruisweg aangelegd. In 1922 wordt de kerk verheven tot basiliek. Tijdens de twee wereldoorlogen neemt het aantal bedevaarten af. In 1947 telt men echter weer ruim 400 groepsbedevaarten naar Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel. Nu nog altijd trekken vele honderdduizenden pelgrims naar het heiligdom. Ieder voorjaar wordt bovendien een studiedag gehouden rondom Mariaverering. Het bedevaartsseizoen loopt van 1 mei tot 1 september.
Naast het bezoeken van het Mariabeeldje zijn er twee specifiek te noemen bijzonderheden. Als eerste is er, vlak naast de basiliek een waterput. De put is in 1632 gegraven voor de watervoorziening van Scherpenheuvel-Zichem. Hoewel er geen bijzondere krachten aan het water worden toegekend, is er een gebruik ontstaan om het water te laten wijden en mee naar huis te nemen.
Als tweede is er de kaarsenprocessie. De eerste processie werd in 1629 gehouden. Velen kwamen tijdens de pest om bijstand van Onze Lieve Vrouw vragen om van de ziekte te worden verlost.