Onwetendheid omtrent de biecht
Het kerkgebouw in Italie wordt belaagd door toeristen alsof het bedehuis slechts verzamelplaats van kunst is en de daar beleden godsdienstige beleving nog niet van het verleden. Dit is geenszins het geval. Terwijl op zondag in de kathedraal van Arezzo de eucharistie wordt gevierd, vindt tezelfdertijd het sacrament van boete en verzoening plaats in een biechtstoel terzijde. Gelovigen knielen in deemoed neer, belijden hun zonden en keren terug in de gezamenlijke viering.
Ik denk aan de onwetendheid omtrent de biecht in Nederland en de onzin die over de zin van de biecht in de openbaarheid te berde wordt gebracht. Een katholiek kan van alles doen, luidt de redenering in onwetendheid; daarna biecht hij eenvoudigweg en alles is in orde. Voor de biecht evenwel is berouw voorwaarde die niet alleen betrekking heeft op het verleden maar ook op de toekomst.
Wie zonden belijdt zonder het voornemen aan diezelfde voortaan af te zien, biecht onwaardig. Belijden beduidt uitspreken en toevertrouwen hetgeen het geweten bezwaart maar tevens erkennen en prijzen van Gods majesteit die liefde is. Barmhartigheid plaatst zich tegenover zondigheid. De mens toont berouw. Hij rouwt uit spijt om zijn liefdeloos gedrag tegenover de medemens, om zijn teweerstelling tegenover Gods geboden. Hij rouwt om zijn gebrek aan antwoord op Gods liefde. Hij berouwt dat alles, daartoe in staat omdat God in hem berouw teweegbrengt, menselijke rouw als goddelijke gave. In de verootmoediging van de mens reikt de Eeuwige hem de hand om terug te keren in Zijn liefde en louter uit liefde te leven. De biecht is zo naast vergeving en verzoening tevens vertroosting en bemoediging, verkering met de Heer die tot kering van leven leidt.
Goddelijke troost doet menselijke troosteloosheid teniet. Want troost van God herinnert de mens aan zijn goddelijke oorsprong en brengt hem daarenboven zijn menselijke hoedanigheid in geheugen terug. De mens komt bij zichzelf terug, wordt zich zijn bestemming gewaar, wordt meer mens. Zoals menselijkheid put uit goddelijke bron, zo zondigheid uit menselijke. De mens immers is van God, de zondaar van de mens. 'Vernietig wat gij hebt gemaakt opdat God redt wat Hij heeft gemaakt.' Aldus Augustinus. Uw daden ten goede vangen aan wanneer gij aanvangt uw daden ten slechte aan te klagen. Begin van goede daden is belijdenis van slechte daden.
Vergeving geeft nog geen voldoening en vergeven is nog geen vergeten. Ook hieromtrent is onbegrip uit onwetendheid ten aanzien van de biecht legioen. Vergeving brengt bevrijding maar niet terstond voldoening. Voldaan moet nog worden aan gevolgen van zondigheid. Aanwezigheid van zondigheid is immers altijd afwezigheid van gerechtigheid. Vergeving herstelt wel orde in de zondaar zelf maar niet wanorde door de zondaar teweeggebracht.
Naarmate zijn berouw om gedane zonden dieper is, wordt zijn zielenpijn om de gevolgen heviger. Daarom poog ik te herstellen waar ik kan en zo voldoening te geven. Mijn verantwoordelijkheid in het heden groeit als gevolg van besef van gebrek aan verantwoordelijkheid in het verleden. Daarom ook kan vergeven niet meteen vergeten betekenen. Noch aan de zijde van de ene noch aan de zijde van de ander. Barmhartigheid maakt de mens verantwoordelijk voor het gezicht van God in Zijn eeuwigheid, vergeving tevens voor het gezicht van mensen in hun tijdelijkheid. De Heer vergeeft in Zijn barmhartigheid en wil niet vergeten opdat de mens niet vergeet. De mens vergeeft als gave van God en kan niet vergeten omdat hij mens is. Maar mocht hij kunnen vergeten, het is de Heer die hem wil doen vergeten. De biecht heeft niets met knechting van doen, alleen met bevrijding.
In Nederland is dit geschenk van goddelijke nabijheid vooralsnog onbekend geworden. Gebrek aan geloof in eigen zondigheid werkt hier nauw samen met gebrek aan geloof in bijzonder priesterschap. Biechten is niet nodig, meent menige katholiek, daarin voorgegaan door menige herder. Mijns inziens doet het sacrament van de biecht geen afbreuk aan de oecumene, maar draagt zij daartoe bij. Protestanten zouden in dezen katholieken tegemoet kunnen treden - alleen al om heilzaamheid van persoonlijke belijdenis die rustig maakt en doet rusten in Hem.
Antoine Bodar
(Bron: Trouw, 02-06-1998)