Jacobus, apostel
|
Andere namen: Jacobus de Meerdere, Jacobus Maior Gedachtenis: 25 juli (Feest) Heiligverklaring: onbekend |
Levensbeschrijving
In het openbare leven van Jezus roept Hij zijn eerste volgelingen. Onder hen zijn de twee zonen van Zebedeus: de vissers Jacobus en Johannes (Mt. 27:56). Zij laten hun netten achter en volgen Jezus (Mc. 1-19-20).
Samen met Petrus en Johannes behoort Jacobus tot de intiemste vrienden (Mc. 9:2, 14:33). Hij mag aanwezig zijn bij drie belangrijke gebeurtenissen, die nauwkeurig zijn opgetekend in de evangeliën. De eerste was de opwekking uit de dood van het dochtertje van Jaïrus, de overste van de synagoge (Lc. 8:51). De tweede de gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor (Mt. 17:1). De derde was de doodsstrijd van Jezus in het Hof van Olijven, waar Jacobus in slaap was gevallen (Lc. 22: 45).
Na de Hemelvaart van Christus en de neerdaling van de heilige Geest op het feest van Pinksteren, begint Jacobus zijn eigen apostolaat. De traditie wil dat hij predikte in Judea en Samaria. Op zekere dag vertrekt hij naar het Iberische schiereiland. Negen discipelen vergezellen hem op deze reis. Het land van zijn keuze bleek echter niet erg enthousiast te reageren op de blijde boodschap. Jacobus raakt hierdoor erg mistroostig en keert later terug naar Jeruzalem.
Terug in Judea
In Judea hervat de apostel zijn prediking en zijn faam wordt er groot. Zo groot dat dit ergernis en vijandigheid opwekken van de magiër Hermogenes. Deze laatste stuurt Filetus naar Jacobus om alles wat Jezus verkondigt, te ontkennen en voor vals te verklaren. De zoon van Zebedeus weerlegt alle beschuldigingen en aantijgingen.Door zijn woorden en mirakelen overtuigt hij Filetus die zich onmiddellijk bekeert. Dit tot grote woede van Hermogenes. Hij stuurt een leger van demonen op Sint Jacob af om hem en Filetus vast te nemen en geboeid terug te brengen. De demonen worden onderweg zodanig geplaagd door schroeiende vlammen, dat zij huilend en om hulp smekend bij Jacobus aankomen. De apostel bedaart de boze geesten en gaf hen de opdracht terug te keren naar Hermogenes en hem geketend bij Jacobus te brengen.
Tijdens de confrontatie tussen de twee gebiedt Jacobus de demonen Hermogenes van zijn boeien te ontdoen en zegt: "We kunnen niemand bekeren, tenzij hij dit zelf wil'. Thuisgekomen verzamelt Hermogenes zijn boeken en brengt ze naar Jacobus om ze te verbranden. De gewezen magiër bekeert zich en wordt zelf een vurig verkondiger van het evangelie.
Jacobus' dood
Het spreekt voor zich dat dit niet naar de zin was van de vijandige joden. De hogepriester Abjatar jut het volk op. Jacobus wordt gevangengenomen en voor Herodes gebracht. Herodes vindt dat Jacobus moet worden onthoofd. De grimmige stoet trekt langs één van de stadspoorten van Jeruzalem. Daar ligt een lamme man die om genezing smeekt. Jacobus geneest de lamme en Josias, de schriftgeleerde die Sint Jacob begeleidde naar het schavot, was zo diep onder de indruk van het mirakel, dat hij voor Jacobus knielt en hem vraagt om christen te mogen worden. Abjatar laat Josias in elkaar slaan en Herodes geeft de toestemming ook hem te onthoofden. Jacobus kan de beul ertoe bewegen een kruik water te brengen om Josias te dopen. Vervolgens worden beiden onthoofd.
In de Handelingen van de Apostelen staat het korte bericht over zijn dood: "Rond die tijd stak Herodes de handen uit, om sommige leden van de Kerk te mishandelen. Jacobus, de broer van Johannes, doodde hij met het zwaard." Dit gebeurt omstreeks het jaar 44.
Begraven in Galicië
Nadat het donker is geworden, komen Athanasius en Theodorus, twee leerlingen van Jacobus, het lichaam van de apostel halen. Zij leggen het in een bootje zonder roer en door een engel geleid drijft de boot in zeven dagen naar de kust van Galicië, in de mond van de rivier de Ulla. In de plaats Padrón loopt het bootje vast op een steen die nu nog onder het altaar van de parochiekerk daar te zien is. De leerlingen gaan aan land en plaatsen het lichaam van Jacobus op een witte steen die onmiddellijk smelt als was en zich vanzelf vormt tot een prachtige sarcofaag. Het lichaam van Jacobus wordt vervolgens waardig begraven in de buurt van Lupuria.
De ontdekking van zijn graf
Eeuwen gaan voorbij. In 711 vallen de Moren Spanje binnen en maken zich volledig meester van het gehele schiereiland. Niemand denkt nog aan het graf van de heilige Jacobus, tot er omstreeks 813 een groot wonder gebeurt.
Niet ver van Padron leefde een kluizenaar, Pelayo genaamd. Op een zekere nacht ziet hij een helder licht stralen boven een struikgewas. Dit verschijnsel herhaalt zich enige malen. Theodomirus, de bisschop van Iria Flavia, waar Padron deel van uitmaakt, wordt op de hoogte gebracht. Hij schrijft een vasten voor van drie dagen en laat de aangegeven plaats onderzoeken. Tot grote verbazing van alle aanwezigen ontdekt men onder de overwoekerende plantengroei het graf van Sint Jacob.
De bouwgeschiedenis naar de huidige kathedraal
Na de ontdekking van dit kleine mausoleum stuurt Theodomirus een bericht naar koning Alfons II van Asturië (791-842). De vorst komt naar Galicië, laat het gebouwtje restaureren en bouwt op het graf een klein kerkje. Weldra wordt het gebouwtje te klein en samen met bisschop Sisnandus I bouwt Alfons III (866-910) een nieuwe, grotere kerk die in 899 wordt gewijd. Deze kerk heeft het ongeveer een eeuw uitgehouden, totdat in 997 de Moren het gebouw in de as leggen.
Toen Alfons VI (1072-1109) koning werd van Castilië en Leon, was de begraafplaats van Sint Jacob intussen het centrum geworden van een kleine stad, Santiago de Compostela. De bisschop van Iria Flavia had zijn buitenverblijf verlaten ten voordele van Compostela, en dus werd het tijd een nieuwe kathedraal te bouwen. Dit wordt de huidige kathedraal van Santiago. De uiteindelijke wijding van het kerkgebouw is in 1211.
Ontstaan van de verering
Reeds voor de ontdekking van zijn graf, bestaan er in Asturië liturgische vieringen ter ere van Jacobus. Aanvankelijk was dit op 30 december. Vanaf de elfde eeuw herdenkt de Spaanse kerk op deze dag de translatie van het lichaam van Sint Jacob. De herdenking van zijn marteldood viert men op 25 juli.
De oudste schriftelijke vermeldingen over het ontstaan van de Jacobusverering is terug te vinden in een Franse tekst van vóór 870. De tekst zegt, dat 'het gewijde gebeente van de heilige apostel naar Spanje werd overgebracht en aan de uiterste grens van Spanje werd begraven, tegenover de Britse zee. Het gebeente wordt er hogelijk vereerd'. Vanaf dit ogenblik ontstaan meer geschriften over het apostelgraf. Door heel Europa ontstaan belangrijke pelgrimsroutes naar Santiago. Vanaf circa 1100 vandaag is de stad na Jeruzalem en Rome de belangrijkste bedevaartplaats. Met de reformatie in de 16e eeuw vermindert de belangstelling, maar na de echtheidsverklaring in 1881 door Paus Leo XIII bloeit deze weer op en duurt tot op de dag van vandaag.
Santiago de Compostela?
Dat de stad de naam van Sint Jacob heeft gekregen, is niet zo verwonderlijk. Sint Jacobus is in het Spaans Sant Iago. De oorsprong van de toevoeging Compostela is echter helemaal niet eenduidig.
De meest verspreide en populaire etymologie leert dat het woord Compostela een vervorming zou zijn van campus stellae, dat staat voor het veld van de ster. Een duidelijke herinnering aan het miraculeuze lichtschijnsel dat leidde tot de ontdekking van het apostelgraf.
Het zou ook afkomstig kunnen zijn van compositum tellus, ofwel 'een mooi samengesteld stukje aarde'. Dit kan worden geïnterpreteerd als een landgoed dat er perfect uitzag. Maar.uitgaande van het Latijnse woord 'componere' in de betekenis van 'begraven', verklaren andere etymologen Compostela als een verkorting van compositum met het bijvoegsel ela: een directe verwijzing naar het graf van Sint Jacob.
En, om het misschien nog verwarrender te maken, is er de opvatting die in de jaren 70 van de vorige eeuw naar voren kwam. Het zou teruggaan op een veel oudere, Keltische betekenis. Compostela zou een verbastering zijn van 'comboros' en 'steel' en zou niets anders betekenen dan stortplaats voor mijnafval. De werkelijke oorsprong van de toevoeging Compostela aan Santiago blijft nog altijd duister.
Vanuit vele plaatsen vanuit de wereld ondernemen gelovigen pelgrimstochten naar Santiago de Compostela. Vanuit onze parochie hebben verscheidene parochianen de reis naar Noord-Spanje te voet of per fiets afgelegd. (eventuele paar getuigenissen of verwijzingen aanbrengen).
Patronage
Jacobus is vooreerst patroon van de pelgrims. Bij de beroepsgroepen wordt Jacobus de Meerdere vereerd door arbeiders, apothekers, hoedenmakers en soldaten. Jacobus wordt aangeroepen bij reuma. Jacobus de Meerdere is patroon van de stad Den Haag.
Attribuut
Een pelgrimsstaf, een kalebas en een hoed. Jacobus is vaak afgebeeld als een pelgrim naar Santiago. Aan de hoed en op zijn borst draagt hij de pelgrimsschelp, die vanaf de twaalfde eeuw het teken van de pelgrim naar Galicië is.
Verwijzingen
www.santiago.nl
Nederlands Genootschap van Sint Jacob in Utrecht
http://users.skynet.be/Compostelagenootschap/index.htm
Site van het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela in Leuven
www.ultreia.ch/index.html
het Zwitserse "Jakobsnet" met veel links
www.csj.org.uk/
site van Confraternity of Saint James in Londen