Het lutheranisme
De Evangelisch-Lutherse Kerk
In de loop van de 16e eeuw raakt het christendom verder verdeeld. Een van de geloofsrichtingen die ontstaat is het lutheranisme. Samen met het calvinisme is het de belangrijkste stroming in het protestantisme. In totaal is ongeveer eenderde van alle protestanten luthers van geloof. De kerk heeft 40 miljoen aanhangers in Duitsland, waar het een van de grootste denominaties is. Verder wonen en leven Lutheranen in Scandinavië (staatskerk), de V.S. en Canada. In Nederland bestond tot voor kort de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden (ELK). Deze is in 2004 opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).
De lutherse kerk stoelt op het werk en de leer van de Duitse Augustijnse monnik Maarten Luther (1483-1546). Hij wil de katholieke kerk intern wijzen op terugkeer naar evangelische waarden, gestoeld op de bijbel. Het evangelie is volgens Luther de schat van de kerk, die niet veronachtzaamd mag worden. Zo heeft Luther nog 94 andere stellingen die pleiten voor een terugkeer naar de kernwaarden van het katholieke geloof.
Luther pleit voor een 'hervorming' binnen de katholieke kerk. Hij pleit zelf niet voor een afscheiding en zeker niet onder zijn naam, maar dat gebeurt uiteindelijk wel. In tegenstelling tot latere prominente katholieken als Theresia van Avila en Johannes van het Kruis, die ook een hervorming naar de kernwaarden van het geloof bepleiten, groeit het lutheranisme onder invloed van de protestantse beweging. De opvattingen en handelwijzen van Luther gaan de kerk te ver. Met een pauselijke bul moet Luther veel van zijn uitspraken herroepen. Zijn boeken worden openbaar verbrand. Luther antwoordt door demonstratief de bul en het pauselijk wetboek te verbranden. De intern gewenste hervorming loopt daarmee uit de hand. Luther wordt in 1521 in de ban gedaan. Drie jaar nadat hij in de ban is gedaan, sticht hij een eigen kerk.
De geloofsleer van Luther vindt veel gehoor, mede dankzij de opkomst van de boekdrukkunst en de algemene afkeer van de bestaande decadentie in de katholieke kerk. Centraal in de Lutheraanse theologie staat dat rechtvaardiging een vrije gave van God is die God schenkt aan de zondige mens. De rechtvaardiging komt via Christus. Het geloof verenigt de zondige mens met Christus en daardoor komt de mens weer in de goede verhouding met God. Luther volgt hiermee de heilige Augustinus.
Na de eerste periode van opkomst van de Lutherse kerk (zeg maar tussen 1520 en 1580) is de volgende periode tot de 19e eeuw er een van consolidatie en orthodoxie. De fundamenten van de geloofsleer wordt verder uitgediept. Als gevolg van de Dertigjarige Oorlog verliest het lutheranisme terrein. Vervolgens kan een derde periode van opsplitsing en verdere hervorming worden gezien. In 1817 eist Frederik Willem III van Pruissen dat de Lutherse en Gereformeerde kerken verder samen gaan onder de naam 'Pruissische Unie'. Niet iedereen is het daarmee eens en besluit tot de oprichting van de Evangelisch-Lutherse kerk. In de Tweede Wereldoorlog proberen de Nazi's de Evangelische Kerk nationalistisch en arisch te maken. Dit stuit op hevige protesten van onder andere Martin Niemöller die de invloed van het Derde Rijk afwijst. Na de oorlog wordt een gezamenlijke Evangelische Kerk in Duitsland gevormd, die bestaat uit groeperingen uit zowel de lutheraanse als gereformeerde traditie. In Scandinavische landen wordt het een staatskerk (die overigens in 2000 door Zweden wordt ontmanteld).