Huwelijk
|
De Bijbel begint met de schepping van man en vrouw naar Gods beeld en gelijkenis. Het is God die de mens uit liefde heeft geschapen, en de mens ook tot de liefde roept. Volgens de Bijbel zijn man en vrouw voor elkaar geschapen. Als een man en een vrouw elkaar ontmoeten en van elkaar gaan houden, liefhebben, willen ze altijd bij elkaar zijn. Het is de wens van God, dat man en vrouw een verbond sluiten voor de rest van hun leven: de vorm die de kerk daarvoor heeft, is het kerkelijk huwelijk.
|
|
|
|
Het is Jezus die wijst op het belang van het huwelijk, door in zijn eerste openbare optreden aanwezig te zijn op het bruiloft te Kana. God is de stichter van het huwelijk, omdat de roeping ertoe is gegrift in man en vrouw. Het is daarom met recht een sacrament.
De echtgenoten beloven elkaar de liefde ten overstaan van de gemenschap, vertegenwoordigt door de priester. Ze geven elkaar hun ja-woord, om op deze manier te worden verbonden door God, wetende 'dat wat God heeft verbonden, een mens niet mag scheiden'.
|
Lees verder:
De kerk erkent het huwelijk pas, als het in een kerk is voltrokken, vanwege de sacramentele werking. Een burgerlijk huwelijk is een onderdeel van de volledige huwelijksvoltrekking. Voor de wet mag je niet alleen in een kerk trouwen (zoals dat bijvoorbeeld in Engeland wel kan).
Wat ook anders is, is de ontbinding van een kerkelijk huwelijk. Voor de wet is het relatief vrij eenvoudig van elkaar te scheiden. Omdat het God is, die het huwelijk voltrekt, is het vrijwel niet mogelijk voor de kerk te scheiden. Volgens het kerkelijk recht zijn er wel mogelijkheden, maar een ontbindingsprocedure is vaak lang en ingewikkeld.
Er is wel eens onderzoek gedaan naar de effecten tussen het kiezen van een relatie (huwelijk of ongehuwd samenwonen) en geloofsbeleving. Zo onderzocht de Universiteit van Utrecht (Miranda Jansen, 2002) de wederzijdse relatie tussen religiositeit en gedrag ten aanzien van relatie- of gezinsvorming (samenwonen, trouwen, kinderen krijgen, scheiden). Uit de resultaten blijkt dat geloof nog steeds een rol speelt bij keuzesomtrent relatie- en gezinsvorming. Zelfs in een relatief jonge populatie, opgegroeid in een periode van secularisering, is invloed waarneembaar van geloof op relatiekeuzes. Frequente kerkbezoekers kiezen relatief meer voor gehuwd samenwonen als eerste samenlevingsvorm dan mensendie niet naar de kerk gaan.
Voor katholieken en hervormden heeft frequent kerkbezoekgeen invloed op de keuze voor een traditionele leefvorm, bij gereformeerden wel. Daarnaast krijgen frequente kerkbezoekers meer en sneller achter elkaar kinderen dan anderen. Dit geldt niet specifiek voor leden van een bepaald genootschap. Verder hebben frequente kerkbezoekers een kleinere kans op echtscheiding dan mensen die niet naar de kerk gaan.