Navigatie: Home >

Beknopte geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland

Kerstening

 
Het vroege christendom doet haar intrede in de 4e eeuw. Ondanks dat de religie onder de Romeinse keizer Theodosius in 391 tot staatsgodsdienst wordt uitgeroepen, heeft dat voor de Nederlanden weinig betekenis. Uit de weinige documenten (oorkondes, heiligenlevens) die ons zijn overgeleverd, weten we dat in de 6e eeuw er bisschoppen (opnieuw?) zijn in de zuidelijke Nederlanden: Doornik, Atrecht-Kamerijk, Terwaan en Maatstricht-Tongeren. Ook zijn klooster tekenen van vroeg christendom in de lage landen.
De geschiedenis van de katholieke kerk voor de Noordelijke Nederlanden begint vervolgens in Ierland en Engeland. Als een vorm van ascese gaat men pelgrimeren: letterlijk het eigen klooster verlaten om als vertegenwoordiger van Christus de wereld in te trekken. Eén van de eerste missionarissen is Willibrordus. Na een bezoek aan Rome krijgt hij van paus Sergius I de opdracht in de Nederlanden en Duitsland te werken. In 695 wordt hij tot bisschop van de Friezen gewijd. Hij sticht in zijn leven veel kloosters, waaronder die van Echternach. Hij sterft er in 738. Een tijdgenoot van Willibrordus is Winfried (bij ons bekend als Bonifatius). In 716 steekt deze Engelse monnik de Noordzee over en werkt dan voornamelijk in midden-Duitsland. Tijdens een missiereis naar de Friezen wordt hij in 754 bij Dokkum vermoord. Volgelingen van Bonifatius zetten zijn werk voort: Lebuinus in Deventer, Willehad in Friesland.

Eerste organisatie

Nadat de gehele streek is gekerstend, worden de Nederlanden in de Karolingische tijd verdeeld in vier bisdommen: Atrecht-Kamerijk en Doornik onder het aartsbisdom Reims en de bisdommen Utrecht en Maastricht-Tongeren-Luik onder het bisdom Keulen. De bisdommen worden opgedeeld in vrij grote parochies. Groei van de bevolking maken verdere opsplitsing noodzakelijk onder leiding van de bisschoppen. Niet alle gelovigen vallen onder het geestelijk (en wereldlijke) gezag van de bisschoppen. De kloosters kennen hun eigen, strakke organisatie. Tot het einde van de 10e eeuw volgen de kloosters de regels van Benedictus van Nursia. Zo ook het het Adalbertklooster in Egmond, dat rond 925 door graaf Dirk I wordt gesticht. Tijdens de grote hervormingen in die periode onder invloed van Cluny, worden veel cisterciënzerabdijen in de zuidelijke Nederlanden gesticht. Bekende voorbeelden zijn de abdijen van Orval (1132) en Villers-la-Ville (1146). In de noordelijke Nederlanden blijft de groei beperkt tot abdijen als Klaarkamp (1165) en Aduard (1192).

De wereld wordt mobieler en meer mensen gaan reizen. Hierdoor gaan gelovigen op bedevaart : Santiago, Palestina, Jeruzalem en Rome zijn voorname bedevaartsplaatsen. Dichter bij huis is Keulen een belangrijk bedevaartsoord.

Verscheurd en zoekend

De tijd van de dubbele pausschappen is voor de gelovigen een kwestie van scheuring. De dubbele pauskeuze in 1378 leidt tot een scheuring in de katholieke kerk. Europa wordt opgesplitst tussen aanhangers van Urbanus VI en het pontificaat van Cemens VII. Ook in de Nederlanden leidt dit tot politieke en economische keuzes in het eigen geloofsleven. In het laatste kwart van de 14e eeuw komt steeds meer openlijke kritiek op de kerk in onze streken. De koopmanszoon Geert Grote zorgt voor een ongekende religieuze volksbeweging, beter bekend als de Moderne Devotie. Hij sticht vele kloosters als tegenhang voor de politisering van het geloof, alsook vanuit de toenemende behoefte aan mystiek en spiritualiteit. In de late Middeleeuwen neemt de persoonlijke devotie een toevlucht. In de 12e eeuw neemt, mede door de bedelorden, de devotie tot Maria toe en neemt dat een meer mystieke plaats in dan verering van heiligen. De persoonlijke devotie krijgt ook andere verschijningsvormen: heiligenbeelden, boetebedevaarten (verering van het H. Bloed, Bloedprocessies), getijdenboeken, pelgrimages en andere processies, zoals die op Sacramentsdag in juni. Ook ontstaan broederschappen van mensen met hetzelfde beroep met de devotie van hun schutspatroon.

Tijden van kritiek en reformatie

In de 16e eeuw zijn de Nederlanden bezet door de Spaanse koning. In de jaren 60 beginnen de Nederlanden zich te roeren tegenover de bezettende macht. Al snel wordt de strijd er één tussen protestanten en katholieken. Weinig tijden zijn zo revolutionair. Omstreeks 1500 is er nog een eenheidskerk in Europa. De belangrijkste kritiek die in deze periode loskomt is in drie punten samen te vatten:

  • De kerk richt zich te sterk op uiterlijk in plaats van het geestelijke.
  • Aanroepen van Maria en heiligen moet niet op de eerste plaats staan, maar Christus
  • De mensen moeten niet meer afhankelijk zijn van bijbeluitleg, maar zelf het Evangelie kunnen lezen.

Na voorlopers van kerkkritiek als John Wyclif (1320-1384) en de Pragenaar Jan Hus (1369-1415) neemt de Augustijner monnik Martinus Luther delen van hun kritiek in de 16e eeuw over. In 1517 spijkert hij 95 (Latijnse) stellingen tegen de kerkdeuren in Wittenberg. Via kooplieden en medebroeders bereiken zijn denkbeelden Antwerpen. Omdat Luthers ideeën aansluit bij eerdere kritiek in de Nederlanden, kreeg hij hier snel weerklank. Zo trad de pastoor Menno Simons uit en sloten vele volgelingen zich bij hem aan als 'wederdopers'. Een andere reformatiegolf die de Nederlanden religieus vernieuwen komt uit het zuiden in de persoon van Johannes Calvijn (1509-1564).

Nederlandse Opstand

In 1555 treedt Karel V af in Brussel en draagt de macht over de Nederlanden over aan zijn zoon Philips II. Een nieuwe landsheer van Spaanse afkomst en van katholieke komaf. Politieke prioriteiten liggen tot 1580 bij de bestrijden van de Turken in Zuid-Europa. Voor de Nederlanden stelt hij zijn halfzuster, Margaretha van Parma, aan als landvoogdes. Eén van haar naaste vertrouwde adviseurs is Granvelle. Hij staat mede aan de wieg van de kerkelijke herindeling in 1559. Met de bul Super Universas van 12 mei 1559 worden in de Nederlanden drie kerkprovincies opgericht: Mechelen, Kamerijk en Utrecht met in totaal 18 bisdommen. Zes ervan behoren tot de Utrechtse kerkprovincie. Het zijn Utrecht, Deventer, Groningen, Haarlem, Leeuwarden en Middelburg. Granvelle wordt zelf aartsbisschop van Mechelen.

Hoge edelen als Willem van Oranje, Filips van Horn en Lamoreal van Egmont dringen bij de landvoogdes aan op aanpak van verslechterde economie en godsdienstvrijheid. Margaretha belooft matiging als zij instructies van Filips II krijgt. Onverwachte reacties volgen echter: op 10 augustus 1566 breekt de Beeldenstorm uit. Kerken worden kerken en calvinistische erediensten worden gehouden in katholieke kerken. De beeldenstorm zet kwaad bloed bij Filips II. Wat volgt zijn de gebeurtenissen van openlijke strijd tussen de calvinist Willem van Oranje en de katholiek Filips II. De strijd duurt uiteindelijk tot 1609. Het duurt vervolgens tot 1648 als de Vrede van Munster wordt getekend.

Hollandse Zending

De katholieken lijden het meeste onder de Nederlandse Opstand. In 1573 wordt de katholieke kerk verboden in de Hollandse gewesten. Kerkelijke plechtigheden mogen niet meer plaatshebben. Bisschoppen resideren niet meer in hun eigen bisdom. Hierdoor functioneert de Utrechtse Kerkprovincie daterend van 1559 praktisch niet meer. De overgebleven priesters hopen nog op herstel, maar vanuit Rome wordt de kerkprovincie tot missiegebied gedegradeerd, bekend als de Hollandse Zending. De paus tracht ermee te voorkomen dat katholieken in de Republiek niet aan nieuwe vervolgingen worden blootgesteld.

De Hollandse Zending wordt bestuurd door apostolisch vicarissen: kerkelijke bestuurders die in naam van de paus een kerkelijk gebied besturen. In het oude bisdom Den Bosch, opgericht in 1559, wordt vanaf 1657 geen bisschop meer benoemd, maar een apostolisch vicaris. Tijdens de Nederlandse Opstand wordt Sasbout Vosmeer tot eerste apostolisch vicaris benoemd (1592-1614). Hij wordt 'in partibus infidelium' gewijd. Om de protestanten niet voor het hoofd te stoten krijgt hij deze titel in plaats van de openlijke wijding tot bisschop van Utrecht. Alle apostolische vicarissen in deze periode:

  • Sasbout Vosmeer (aartbisschop van Philippi, ipi) 1592-1614
  • Philippus Rovenius (aartbisschop van Philippi, ipi) 1614-1651
  • Jacobus de la Torre (aartsbisschop van Efeze, ipi) 1652-1661
  • Boudewijn Cats (aartbisschop van Philippi, ipi) 1662-1663
  • Johannes van Neercassel (bisschop van Castorië, ipi) 1663-1686
  • Petrus Codde (aartbisschop van Sebaste, ipi) 1688-1704)
  • Adam Daemen ((aartbisschop van Adrianopel, ipi) 1707-1717)

Sasbout Vosmeer en Philippus Rovenius stimuleren de verering van de Nederlandse heiligen Willibrord en Bonifatius. In deze tijd neemt het aantal priesters weer toe. In 1645 zijn er bijna 350, bijna 60% meer dan dertig jaar eerder. Rond 1650 was 37% van de bevolking van de Republiek katholiek.

Van 1717 tot 1853 berusste de bestuursmacht bij nuntii en internuntii. De nuntius brengt direct aan de paus verslag van de kerkelijke ontwikkelingen in het land van benoeming. Voor de Nederlanden zetelden de (inter)nuntius in Brussel. Lange tijd mocht deze niet 'boven de rivieren' de Republiek bezoeken. De Brusselse internuntius Busca reist voor het eerst toegelaten in de Republiek in 1778. De relatie tussen protestanten en katholieken blijft koel.

Ondanks de uitroeping van de Bataafse Republiek in 1795 met officiële godsdienstvrijheid, weerspieelt de minderheidspositie van de katholieken zich op diverse wijzen in de samenleving. Er zijn beperkte katholieke scholen en overheidsfuncties staan niet open voor katholieken. Hoewel er godsdienstvrijheid in de Republiek bestaat, zoeken de Nederlandse katholieken steun binnen de schuilkerken, sobere devotie en teruggetrokken spiritualiteit. Als er al katholieke ambities zijn, worden deze veelal weerhouden door de protestantse omgeving.

Na de proclamatie van onafhankelijkheid van België in 1830 worden katholieken in de Hollandse gewesten extra wantrouwd. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in maart 1853 voegt daar antipaapse reacties aan toe middels de Aprilbeweging. Vanaf 1829 wordt in Nederland een internuntius aangesteld, die in 1967 tot nuntius wordt verheven. In deze periode is één onderbreking te noemen, van 1899 tot 1921.

Herstel bisschoppelijke hiërarchie (Kromstaf)

In de grondwet van 1848 wordt het recht van vereniging van vergadering vastgelegd. Nederlandse katholieken dringen in Rome daarom aan op herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Vijf jaar later is dat zover. In 1853 worden de vicariaten Breda, Den Bosch en Limburg omgezet. De paus stelt een aartsbisschop en vier bisschoppen aan: Utrecht wordt aartsbisdom, Breda, Haarlem en Roermond zetels van bisdommen. Eigenlijk is dan alleen het bisdom Haarlem nieuw. Pas later krijgen de bisschoppen ook hun standplaats in de genoemde steden, Utrecht in 1868 voorop met bisschop Zwijsen. In deze jaren daarna treden katholieken meer naar buiten, mede door schrijvers als Alberdingk Thijm en architecten als P.J.H. Cuypers. In 1857 wordt het Groot-Seminarie in Rijnsburg opgericht, zodat er een eigen opleiding van priesters is. Daarvoor al, geven de bisschoppen uiting aan hun voorkeur voor katholiek onderwijs (de schoolstrijd). De Nederlandse bevolking is dan voor 55% hervormd en 38% katholiek, vooral in de zuidelijke provincies.

Rond 1870 kunnen de katholieken geheel 'op eigen benen' staan en zijn ze niet meer afhankelijk van het opkomende liberalisme. In de periode tot aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is er sprake van verdere emancipatie, zelfbewustzijn en interne opbouw. Er worden veel kerken gebouwd, congregaties nemen sterk toe en ook diaconaal (zielzorg, liefdadigheid en onderwijs) beginnen katholieke Nederlanders hun activiteiten uit te breiden. Er komt zelfs een zeer intensieve missiebeweging op gang, die zich richt op niet-Europese landen, tot voorbeeld van vele andere landen. Het levert gelovige katholieken de titel 'roomser dan de paus' op.
Nederland is dan een echt christelijk land. De katholieken, met de herwonnen emancipatie achter de rug, zijn trots een eigen 'zuil' te kennen. Uitingen hiervan zijn een eigen kerkelijke sociologie, en afwijzing van socialisme (zo worden katholieke PvdA'ers gevraagd hun lidmaatschap in de jaren '60 op te zeggen). In 1953 wordt met trots en veel gelovigen 100 jaar Kromstaf gevierd. Drie jaar later vindt een kleine aanpassing in de bisdommelijke geografie plaats. Sinds 1956 telt de kerkprovincie Utrecht een aartsbisdom en zes suffragaanbisdommen. Het bisdom Groningen ontstaat uit het aartsbisdom en het bisdom Rotterdam uit dat van Haarlem.

Polarisatie

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog verandert de zuil gestaag. De ontzuiling van de internationaal erkende progessieve Nederlandse katholieke kerk is spectaculair na de veranderingen die zijn ingezet door de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Kardinaal Alfrink is één van de drijvende krachten om zeggenschap over te dragen aan lokale bisschoppen. De bisschop van Den Bosch, mgr. Bekkers, streeft hem in populariteit voorbij als hij op televisie de introductie van de pil relativeert tot persoonlijke verantwoordelijkheid. De veranderingen als gevolg van het Concilie zijn enorm. De katholieke kerk raakt in een crisis. Intern ontstaan grote verschillen tussen progessieve en ultramontaanse (d.i. op Rome gerichte) katholieken.

De gevolgen van deze katholieke aardverschuiving missen Nederland niet. Gesproken wordt van een Polarisatie en zelfs dreigen dat de Nederlandse Kerkprovincie uiteenvalt in progressieve en conservatieve gelovigen. Voor de een gingen de kerkelijke deuren niet ver genoeg open, terwijl de ander vond dat de hervorming te ver waren doorgeschoten. Er ontstaan kritische groepen aan de linkerzijde (Amsterdamse Studentenekklesia, Septuagint) en aan de rechterkant (Confrontatie, Waarheid en Leven) van de katholieke kerk.
In Nederland slaan de progressieve denkbeelden zozeer aan, dat er in 1966 een nationaal vervolg komt: het Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie in Noordwijkerhout. Progressieve katholieken willen een praktische, Nederlandse uitwerking maken van de gedachte van het Tweede Vaticaans Concilie. Tijdens het Pastoraal Concilie beveelt de commissie aan tot ontloppeling van priesterambt en celibaatsgelofte.
Een ander signaal is de reactie op de encycliek Humanae Vitae (lees bijvoorbeeld deze reactie). Paus Paulus VI verbiedt er opnieuw het gebruik van voorbehoedsmiddelen als anticonceptie. Onderzoeken wijzen uit dat zeer weinig Nederlandse katholieken zich volledig met deze zienswijze eens kunnen zijn. Kardinaal Alfrink brengt de boodschap over aan Rome, dat op zijn beurt de aanbeveling niet kan aanvaarden.

Inmiddels was de vernieuwingsdrift in Rome al een stuk bekoeld, en bovendien gingen de Nederlanders in 1966 nog een stuk verder dan de meest progressieve bisschoppen in 1962. In Noordwijkerhout werd openlijk gesproken over homoseksuelen, anti-conceptie, vrouwelijke priesters, afschaffing van het celibaat en een meer democratische invulling van het pauselijk ambt. Dat gaat het Vaticaan te ver. In 1970 wordt het Pastoraal Concilie verboden. Een aantal conservatieve bisschoppen worden door de paus benoemd: Simonis in Rotterdam (1970) en Gijssen in Roermond (1972). De gevolgen zijn voelbaar. Duizenden keren de kerk door de gebeurtenissen van het decennium daarvoor teleurgesteld de rug toe. Voor het eerst treden priesters uit.

Als Paus Johannes Paulus II amper vijftien maanden paus is, sommeert hij de Nederlandse bisschoppen naar Rome voor een bijzondere synode. De onderlinge ruzies moesten worden bijgelegd. De progressieve uitleg die de besluiten van het Tweede Vaticaans Concilie in Nederland kregen, moest worden teruggedraaid. De Nederlandse RK Kerk moet in de pas lopen met de wereldkerk. De synode, die in aanwezigheid van de paus in volstrekte afzondering in het Vaticaan werd gehouden, markeerde het begin van een moeizame verhouding tussen de meerderheid van de Nederlandse rooms-katholieken en de paus. Nederland als opstandige kerkprovincie en (te) onafhankelijk.
Er zijn verschillende initiatieven om deze polarisatie tussen conservatieve en progressieve katholieken een halt toe te roepen. Met een Bijzondere Bisschoppensynode poogt paus Joannes Paulus II in 1980 de bisschoppen op één lijn te krijgen, maar met weinig succes. Tot aan deze pogingen van de paus, lukt toenadering vooralsnog niet.

Acht Mei en pausbezoek

De verhouding met het Vaticaan wordt niet beter door het pausbezoek in mei 1985. Een bezoek van vier dagen, dat - op zijn zachtst gezegd - rampzalig kan worden genoemd. De paus kwam naar een Nederland van punkers, krakers en landgenoten die schoppen tegen alles wat gezag uitstraalt. Kort voor het bezoek was de behoudende hulpbisschop Ter Schure van Roermond benoemd tot opvolger van de populaire en progressieve Bluyssen. 'Popie Jopie' blijkt in het vijandige Nederland helemaal niet populair. Bij aankomst op het verregende vliegveld staan enkele duizenden gelovigen in plaats van enkele honderdduizenden. De straten blijven angstvallig leeg. In Utrecht roepen demonstranten 'Pope go home' en er ontstaan rellen.
In het programma van het pausbezoek is geen plaats voor progressieve rooms-katholieken, zoals de hoogleraar feministische theologie dr. Catharina Halkes uit Nijmegen. Daarom organiseerden progressieve katholieke organisaties en bewegingen aan de vooravond van het pausbezoek een manifestatie op het Haagse Malieveld. Ongeveer 12.000 mensen bezochten de bijeenkomst op 8 mei die het motto droeg: Het andere gezicht van de kerk. Bisschop Ter Schure zou later spreken van het gezicht van een andere kerk. Uit deze manifestatie ontstond de Acht Mei Beweging. Jarenlang zou deze diepgaande polarisatie tussen de bisschoppen en deze koepelorganisatie van progressieve RK bewegingen het klimaat in katholiek Nederland bepalen. Aan de rechterzijde ontstaat in 1986 het Contact Rooms Katholieken (CRK) dat de behoudende gelovigen bindt, met het Katholiek Nieuwsblad als het wekelijks orgaan.

In de jaren negentig begint een toenadering te ontstaan tussen episcopaat, behoudende en progressieve katholieken. De bisschoppen kiezen voor dialoog en de polarisatie verdwijnt langzamerhand naar de achtergrond. In 2003 maakt de AMB bekend dat ze zich opheft. Ondanks dat de benoeming van Eijk tot bisschop van Groningen hevige reacties oproept vanwege zijn denkbeelden over homo's, doodstraf en oecumene, wijzen de reacties op de eerste (gezamenlijke) Katholiekendag in 2003 wijzen op een nieuwe voorzichtige toenadering.

Citaat

Uw leven is wat uw gedachten ervan maken
Joodse wijsheid

Heilige van de dag

28-10-2007

Judas Taddeus / Simon

 

Zoeken

 

Nieuws

Parochie De Ark wil bisdom op andere gedachten brengen
Diaken Berg en Terblijt stapt eveneens op
Veel energie, en uiteindelijk een nieuwe parochie
Kardinaal Ruini: 'Zusters moeten bloggen en chatten'
Pastoor A. Penne / Dood en vergeten?
De microfoon in de kerk: Moet ie aan, of toch maar uit?
Nieuwe cursus geloof naast Alpha-cursus
Bijzondere Gemmatuin Sittard behouden
Stadswandeling naar klooster Mariadal
Pastoors mogen niet preken voor eenheid België
Nieuwe uitgave credo pastor Jan Schafraad
Pastoraat rond euthanasie roept pijnlijke vragen op
KRO herhaalt uitzending met Wolkers en Muskens
Allerheiligenmis met Koninklijke Roermondse Zang- en Muziekvereniging
Heiligverklaring Pater Damiaan stapje dichterbij
Paus publiceert tweede encycliek over hoop
Bredase familie geeft 'zouaaf' aan Zouavenmuseum
Oecumenische dialoog in het slop
Homo’s blijven kerk zelden trouw
Oktober is Maria-Rozen-kransmaand

Meer nieuws >>
 
 
 

Pagina opties

A A A


© Isidorusweb 2001-2009 - Aanvullingen? Wijzigingen? Reageer op deze pagina - Disclaimer