Navigatie: Home >

Reglement voor het bestuur van een dekenaat in het bisdom Rotterdam (1998)

Voorwoord

Toen de Bisschoppenconferentie op 9 december 1997 besloot de verplichting tot naleving van het Algemeen Reglement voor drie jaar op te schorten, werd daarmee aan iedere bisschop de mogelijkheid geboden om voor zijn bisdom een eigen reglement vast te stellen. Na de Priesterraad gehoord te hebben en na consultatie van o.a. de Dekensvergadering en het Diocesane Financieel Beraad heb ik in samenspraak met het Diocesaan Bestuurscollege op 1 juni 1998 het Reglement voor het Bestuur van een Dekenaat in het Bisdom Rotterdam vastgesteld en ter publikatie uitgegeven.

Het doel van dit reglement is een bestuursstructuur in te richten, met andere woorden gunstiger voorwaarden te scheppen, voor een zo goed mogelijke vervulling van de taken van een dekenaat, zoals deze geformuleerd staan in de beleidsnota Dekenale Herindeling van 17 januari 1997:

* een actieve rol spelen in de zending van de kerk in de samenleving;
* een actieve begeleiding en ondersteuning geven bij de vorming van permanente samenwerkingsverbanden van parochies;
* het onderkennen en behartigen van gemeenschappelijke pastorale zorg door overleg met de parochies en met de andere vormen van pastoraat;
* een actieve rol vervullen bij een evenwichtige personeelsvoorziening voor de diverse vormen van pastoraat;
* het bemiddelen in de communicatie tussen het bisdombestuur en de parochies.

Uit deze kerntaken van het dekenaat blijkt een nauwe relatie met de opties van de beleidsnota Samenwerking Geboden en met de nieuwe Evangelisatie, waartoe Paus Johannes Paulus II ons oproept bij de nadering van het jaar 2000.

In het reglement staat het doel van dekenaat als volgt omschreven:"..... een gemeenschappelijk handelen te bevorderen van de parochies en hun samenwerkingsverbanden..... ten dienste van de pastorale zorg".
Ik doe dan ook een dringend beroep op de pastorale beroepskrachten en de besturen om in collegialiteit en onderlinge solidariteit dit doel na te streven en in onderling beraad de pastorale zorg te bevorderen. Ik vraag dit te doen in een goede communicatie met het Diocesaan Bestuurscollege en in overeenstemming met het diocesane beleid.

Als Bisschop van Rotterdam hoop ik oprecht, dat deze reglementering van de bestuurs- en organisatiestructuur van het dekenaat in het bisdom mag bijdragen tot hetgeen ik mijzelf tot taak gesteld heb en ik de diocesanen heb gevraagd: "Collabora Evangelio" (2 Tim. 1,8) dat we allen dat deel bijdragen in de gezamenlijke inspanning voor het Evangelie waartoe ieder van ons geroepen en gezonden is.

Rotterdam, 1 juli 1998

+ A.H. van Luyn s.d.b.
Bisschop van Rotterdam

REGLEMENT VOOR HET BESTUUR VAN EEN
DEKENAAT IN HET BISDOM ROTTERDAM

Considerans

De bisschop van Rotterdam, overwegende:

- dat elk bisdom of andere particuliere Kerk verdeeld dient te worden in onderscheiden delen, dit wil zeggen parochies (Wetboek van Canoniek Recht canon 374 § l),
- dat om de pastorale zorg door gemeenschappelijk handelen te behartigen, meerdere parochies verbonden kunnen worden in bijzondere groeperingen, zoals daar zijn dekenaten (canon 374 § 2),
- dat de bisschop de verschillende apostolaatsvormen in het bisdom dient te behartigen en te zorgen dat in het gehele bisdom, of in zijn onderscheiden districten, alle apostolaatsvormen, met behoud van de eigen aard van elk daarvan, onder zijn leiding gecoördineerd worden (canon 394 § l),
- dat de functie en de taken van de deken, die aan het hoofd van een dekenaat staat, in de canones 553 t/m 555 zijn omschreven,
- dat de nadere structurering van het dekenaat noch door het universeel recht noch door een decreet van de paus geregeld wordt en derhalve wordt overgelaten aan de wetgevende bevoegdheid van de diocesane bisschop,
- dat het voor de structurering van de pastorale zorg in de parochies, de samenwerkingsverbanden van parochies en andere gelijksoortige organisaties van belang is een regeling uit te vaardigen,
- dat het Algemeen Reglement voor het Bestuur van een Dekenaat van de R.K. Kerkprovincie in Nederland, uitgevaardigd op 8 november 1977, tengevolge van de promulgatie van het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 herzien moest worden,
- dat bij besluit van de Bisschoppenconferentie van Nederland d.d. 9 december 1997 de verplichting van de diocesane bisschoppen tot naleving van het Algemeen Reglement voor het bestuur van een Dekenaat 1977 per 1 januari 1998 voor drie jaar is opgeschort en dat vanaf die datum de reglementering van een dekenaat door iedere bisschop voor zijn bisdom afzonderlijk kan worden vastgesteld, heeft - de Priesterraad gehoord hebbende - op 1 juni 1998 besloten en vastgesteld, dat voor het bisdom Rotterdam het volgende reglement voor het bestuur van een Dekenaat van kracht zal zijn, hetgeen hij bij deze afkondigt.

I ALGEMEEN DEEL
I.1. Begrippen

Dekenaat

Artikel 1

1. Een dekenaat is een instelling van de Rooms-Katholieke Kerk, in de zin van canon 374 § 2 van het Wetboek van Canoniek Recht en is overeenkomstig canon 116 als publieke kerkelijke rechtspersoon opgericht en als zodanig een zelfstandig onderdeel van het R.K. Kerkgenootschap in de zin van artikel 4 van het Reglement voor het R.K. Kerkgenootschap in Nederland van 1996 dat ingevolge artikel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek als rechtspersoon is erkend naar Nederlands recht.
2. Tot een dekenaat behoren de parochies in een gebied, waarvan de grenzen door de bisschop zijn of worden vastgesteld, alsmede de door de bisschop aangewezen organisaties.

Bisschop

Artikel 2

De bisschop is de gewijde bedienaar aan wie de zorg voor een bisdom is toevertrouwd en aan wie alle gewone, eigen en onmiddellijke macht toekomt, die voor de uitoefening van zijn herderlijke taak in het hem toevertrouwde bisdom vereist is, uitgezonderd zaken die door het recht of door een decreet van de Paus aan het hoogste of ander kerkelijk gezag voorbehouden zijn (canon 376 juncto canon 381 § l).

Deken

Artikel 3

1. De deken is een priester die aan het hoofd van een dekenaat gesteld wordt (canon 553, par. l).
2. De deken wordt benoemd door de bisschop volgens een procedure van voordracht en benoeming van dekens, die door de bisschop is vastgesteld.
3. De deken wordt benoemd voor een bepaalde tijd, die door het particulier recht vastgesteld is
(cf. canon 554 § 2).

Dekenale coördinator

Artikel 4

De dekenale coördinator is een christengelovige aan wie de deken in het kader van de diocesane beleidsnota Dekenale Herindeling d.d. 17 januari 1997 bepaalde taken m.b.t de leiding van het dekenaat delegeert. Hij/zij wordt door het dekenaatsbestuur aangesteld op basis van een arbeidsovereenkomst en krachtens de pastorale opdracht van de bisschop.

Priester

Artikel 5

De priester is een gewijde bedienaar die door de bisschop in een parochie, een samenwerkingsverband van parochies of in een andere kerkelijke instelling is aangesteld als pastoor, moderator, eindverantwoordelijke priester, parochie-administrator, parochie-vicaris, rector of cappellanus (cf. canon 517, 519, 539, 540, 545, 546, 547, 556 en 564) of elders in het dekenaat werkzaam is krachtens een benoeming of zending door de bisschop.

Diaken

Artikel 6

De diaken is een gewijde bedienaar die als zodanig door de bisschop in een parochie, in een samenwerkingsverband van parochies of in een andere kerkelijke instelling is aangesteld (canon 517 § 2 en canon 519) of elders in het dekenaat werkzaam is krachtens een benoeming of zending van de bisschop.

Pastoraal werker

Artikel 7

De pastoraal werker is een christengelovige, vrouw of man, die als pastoraal werker is erkend door de bisschop, omdat zij of hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld door de bisschop; en als zodanig in een parochie, in een samenwerkingsverband van parochies of in een andere kerkelijke instelling of elders in het dekenaat is aangesteld op basis van een arbeidsovereenkomst en krachtens de pastorale opdracht van de bisschop.

I.2. Betekenis van het Reglement voor het bestuur van een dekenaat

Artikel 8

1 . Het Reglement voor het bestuur van een dekenaat is een particuliere wet, die door de bisschop is vastgesteld en afgekondigd en geldt als een reglement voor alle dekenaten van zijn bisdom.
2. Het Reglement voor het bestuur van een dekenaat geldt als het statuut van de dekenaten van het bisdom, waarin bestuurlijke en vermogensrechtelijke regels zijn vastgelegd.

Artikel 9

1 . Het oprichten en opheffen, evenals het vaststellen van de grenzen van een dekenaat komt toe aan de bisschop.
2. De bisschop kan regels stellen met betrekking tot de samenwerking van een dekenaat in regionaal en diocesaan verband.
3. De bisschop kan regels stellen met betrekking tot de deelneming van parochies en andere organisaties aan de realisering van de doelstellingen van het dekenaat.

I.3. Rechtspersoonlijkheid en bestuursstructuur van een dekenaat

Artikel 10

Het dekenaat heeft als rechtspersoon een bestuurstructuur, die bestaat uit de volgende organen:
a. dekenaatsvergadering, nader omschreven in de artikelen 12 t/m 17;
b. de pastorale vergadering, nader omschreven in de artikelen 18 t/m 21;
c. de deken, nader omschreven in de artikelen 3 en 22;
d. het dekenaatsbestuur, nader omschreven in de artikelen 23 t/m 32;
e. de dekenale raad voor economische aangelegenheden, nader omschreven in artikel 38;

II HET DEKENAAT

Doelomschrijving

Artikel 11

Het dekenaat heeft ten doel een gemeenschappelijk handelen van de parochies en hun samenwerkingsverbanden, alsmede van andere door de bisschop aangewezen organisaties in het dekenaat te bevorderen ten dienste van de pastorale zorg (cf. canon 374,2).

III DE DEKENAATSVERGADERING

Artikel 12

1. De dekenaatsvergadering stelt, in overeenstemming met het diocesane beleid, het algemene beleid vast ten aanzien van de samenwerking en het gemeenschappelijk handelen van de parochies en hun samenwerkingsverbanden, alsmede van andere door de bisschop aangewezen organisaties in het dekenaat, ten behoeve van de pastorale zorg in het dekenaat.

2. Aan de dekenaatsvergadering komt met name toe:
a. leden te doen opnemen, overeenkomstig artikel 13, lid l;
b. leden van het dekenaatsbestuur voor te dragen ter benoeming of tot ontslag, overeenkomstig de artikelen 24, 25 en 28;
c. gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het dekenaatsbestuur;
d. de begroting en de jaarrekening vast te stellen die door het dekenaatsbestuur overeenkomstig artikel 42 en 43 aan de bisschop ter goedkeuring worden voorgelegd;
e. het dekenaatsbestuur te machtigen tot het doen van uitgaven die niet op de goedgekeurde begroting voorkomen of de daarvoor toegestane bedragen overschrijden overeenkomstig artikel 42, lid 5;
f. het dekenaatsbestuur te machtigen voor daden die de grenzen van het gewone beheer te buiten gaan overeenkomstig artikel 40.
g. een secretariaat/bureau in te richten overeenkomstig artikel 32.

3. De deken c.q. het dekenaatsbestuur heeft de plicht ervoor zorg te dragen dat de dekenaatsvergadering haar taken naar behoren kan vervullen. De deken c.q. het dekenaatsbestuur zorgt tijdig voor overlegging van stukken en verstrekking van informatie.

Samenstelling dekenaatsvergadering

Artikel 13

1. Leden van de dekenaatsvergadering zijn
a. de parochies van het dekenaat;
b. andere organisaties, welke door de bisschop op voordracht van het dekenaatsbestuur en eventueel overeenkomstig door hem te stellen voorwaarden als lid van de dekenaatsvergadering zijn aangewezen;
c. de deken.

2. Het lidmaatschap van de in lid 1.b. bedoelde organisaties wordt beëindigd:
a. door opheffing of ontbinding van de organisatie;
b. door een besluit van de bisschop al dan niet op verzoek van de organisatie dan wel van het dekenaatsbestuur, gehoord de dekenaatsvergadering. Het dekenaatsbestuur kan om beëindiging van het lidmaatschap verzoeken, indien een organisatie op ernstige wijze haar plichten, die uit het lidmaatschap voortvloeien, heeft verwaarloosd of heeft gehandeld in strijd met het doel van het dekenaat.

Artikel 14

1. leder lid wordt vertegenwoordigd door één afgevaardigde, die door het betreffende lid zelf schriftelijk wordt aangewezen. De afgevaardigde maakt deel uit van het bestuur van een parochie dan wel van het bestuur van een organisatie die door de bisschop als lid van de dekenaatsvergadering is aangewezen.
2. Een afgevaardigde kan door een ander bestuurslid van de parochie of de organisatie worden vervangen, mits het lid de plaatsvervanger tevoren schriftelijk bij de voorzitter heeft aangemeld.
3. leder lid heeft het recht één stem uit te brengen in de dekenaatsvergadering. Stemmen bij volmacht is geoorloofd, mits de volmacht aan een ander lid van de dekenaatsvergadering wordt gegeven.
4. Parochies die deel uitmaken van een samenwerkingsverband, dat met goedkeuring van de bisschop is opgericht, kunnen in de dekenaatsvergadering eensgezind worden vertegenwoordigd door één afgevaardigde. Deze afgevaardigde is lid van de stuurgroep van de parochiefederatie of van de unie van besturen van het samenwerkingsverband en kan alleen meerdere gelijke stemmen uitbrengen, gerelateerd aan het aantal parochies waaruit het samenwerkingsverband bestaat.
5. De deken is ambtshalve lid van de dekenaatsvergadering.
6. De voorzitter en de secretaris van het dekenaatsbestuur zijn tevens voorzitter en secretaris van de dekenaatsvergadering.
7. Ieder lid van het dekenaatsbestuur dat geen afgevaardigde is neemt deel aan de dekenaatsvergadering en heeft een adviserende stem.
8. De dekenale coördinator die geen lid is van de dekenaatsvergadering neemt deel aan de dekenaatsvergadering en heeft een adviserende stem.

Werkwijze van de dekenaatsvergadering

Artikel 15

1. De dekenaatsvergadering komt tenminste twee keer per jaar bijeen. Voorts zo dikwijls als het dekenaatsbestuur, de deken of tenminste een kwart van de leden, die dit nodig oordelen en schriftelijk en onder opgave van redenen aan het dekenaatsbestuur te kennen geven. In het laatste geval is het dekenaatsbestuur verplicht om de dekenaatsvergadering binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek bijeen te roepen.
2. Na overleg met de deken roept de voorzitter van het dekenaatsbestuur de dekenaatsvergadering bijeen. De convocatie en de agenda van de dekenaatsvergadering moeten tenminste tien dagen voor de dag van de bijeenkomst zijn verzonden.

Artikel 16

1. Alle besluiten worden genomen met absolute meerderheid van stemmen der aanwezige leden als bedoeld in artikel 14.
2. In een bijeenkomst waarin niet meer dan de helft van de leden aanwezig cq. vertegenwoordigd is kunnen geen geldige besluiten worden genomen. De voorzitter is alsdan bevoegd om binnen veertien dagen de dekenaatsvergadering bijeen te roepen, waarin omtrent dezelfde onderwerpen geldige besluiten kunnen worden genomen ongeacht het aantal aanwezige cq. vertegenwoordigde leden.
3. In dringende omstandigheden, zulks ter beoordeling van de voorzitter, kunnen ook buiten de bijeenkomst schriftelijk besluiten worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen van het totaal aantal leden.
4. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een der aanwezigen schriftelijke stemming verlangt. Over personen vindt altijd schriftelijke stemming plaats.
5. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen; bij staking van stemmen over personen wordt de oudste in leeftijd geacht te zijn gekozen.
6. Door de secretaris worden van het verhandelde in elke bijeenkomst van de dekenaatsvergadering notulen gehouden, welke in de eerstvolgende bijeenkomst worden vastgesteld en getekend door de voorzitter en de secretaris.
7. Van schriftelijk genomen besluiten wordt in de eerstvolgende bijeenkomst melding gemaakt; zij worden in de notulen van deze bijeenkomst opgenomen.

Toetsing van besluiten

Artikel 17

1. De dekenaatsvergadering kan geen besluiten nemen die in strijd zijn met het kerkelijk recht.
2. Indien besluiten van de dekenaatsvergadering in strijd zijn met het algemeen belang van het dekenaat, de parochies, de door de bisschop aangewezen organisaties of van het bisdom, kan de bisschop de uitvoering van de besluiten opschorten, eventueel de besluiten nietig verklaren, nadat hij het dekenaatsbestuur, de dekenaatsvergadering en eventuele betrokkenen heeft gehoord.

IV DE PASTORALE VERGADERING

Doelstelling van de pastorale vergadering

Artikel 18

1. De pastorale vergadering heeft ten doel:
a. coördinatie en onderlinge afstemming van pastorale activiteiten;
b. voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gezamenlijke pastorale activiteiten;
c. uitwisseling van ervaringen;
d.permanente vorming van de leden;
2. De pastorale vergadering heeft voorts ten doel de deken te adviseren, en voorstellen c.q. verwachtingen kenbaar te maken aan het dekenaatsbestuur en de dekenaatsvergadering.

Samenstelling van de pastorale vergadering

Artikel 19

1. Leden van de pastorale vergadering zijn de priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers die pastoraal werkzaam zijn binnen het dekenaat met een benoeming en/of pastorale opdracht van de bisschop, of met zijn goedvinden.
2. De deken is ambtshalve voorzitter van de pastorale vergadering.

Werkwijze van de pastorale vergadering

Artikel 20

1. De pastorale vergadering komt tenminste tweemaal per jaar bijeen en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of twee leden dit nodig oordelen en dit schriftelijk en onder opgave van redenen aan de voorzitter te kennen geven. In dat laatste geval is de voorzitter verplicht om de pastorale vergadering binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek bijeen te roepen.
2. De pastorale vergadering wordt bijeengeroepen door de voorzitter. De convocatie en de agenda moeten tenminste 10 dagen voor de dag van de bijeenkomst zijn verzonden.

Artikel 21

De besluitvorming van de pastorale vergadering over het uitbrengen van een advies verloopt als volgt:
1. Alle besluiten worden genomen met de absolute meerderheid van de stemmen der aanwezige leden van de pastorale vergadering.
2. In een vergadering, waarin niet meer dan de helft der leden aanwezig is, kunnen geen geldige besluiten worden genomen. De voorzitter is alsdan bevoegd om binnen veertien dagen een pastorale vergadering bijeen te roepen, waarin omtrent dezelfde onderwerpen geldige besluiten kunnen worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden.
3. In dringende omstandigheden, zulks ter beoordeling van de voorzitter, kunnen ook buiten de bijeenkomst geldige besluiten worden genomen met absolute meerderheid van stemmen van alle leden van de pastorale vergadering.
4. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een der aanwezigen schriftelijke stemming verlangt. Over personen vindt altijd schriftelijke stemming plaats.
5. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen; bij staking van stemmen over personen wordt de oudste in leeftijd geacht te zijn gekozen.
6. Onder verantwoordelijkheid van de voorzitter worden van het verhandelde in elke bijeenkomst van de pastorale vergadering notulen gehouden, welke in de eerstvolgende bijeenkomst worden vastgesteld en getekend door de voorzitter.
7. Van schriftelijk genomen besluiten wordt in de eerstvolende bijeenkomst melding gemaakt; zij worden in de notulen van deze bijeenkomst opgenomen.

V DE DEKEN

De taak van de deken

Artikel 22

1. De deken heeft tot taak de gemeenschappelijke pastorale activiteit in het dekenaat te bevorderen en te coördineren alsmede zorg te hebben voor degenen die in het dekenaat werkzaam zijn krachtens een benoeming en/of pastorale opdracht van de bisschop, overeenkomstig de aan hem verstrekte opdracht volgens het algemeen en particulier kerkelijk recht (cf. canon 555).
2. De deken bezit voorts alle rechten en plichten, die hem door het algemeen en particulier kerkelijk recht zijn toegekend (cf. canones 524; 547; 553-555). Onder meer heeft de deken volgens besluit van de bisschop van Rotterdam d.d. 1 juni 1976 de gedelegeerde bevoegdheid leden van de besturen van de parochies en van de parochievergaderingen te benoemen en te ontslaan.
3. Krachtens dit reglement komen aan de deken de volgende rechten en plichten toe:
a. hij dient er zorg voor te dragen dat tijdig stukken worden overgelegd en informatie wordt verstrekt aan de dekenaatsvergadering (artikel 12);
b. hij is ambtshalve lid van de dekenaatsvergadering (artikel 14);
c. hij kan verzoeken de dekenaatsvergadering bijeen te roepen (artikel 15).
d. met hem wordt overlegd over het bijeenroepen van de dekenaatsvergadering (artikel 15);
e. hij wordt geadviseerd door de pastorale vergadering (artikel 18);
f. hij is ambtshalve voorzitter van de pastorale vergadering (artikel 19);
g. hij is ambtshalve lid van het dekenaatsbestuur (artikel 24);
h. hij kan verzoeken het dekenaatsbestuur bijeen te roepen (artikel 29).

VI HET DEKENAATSBESTUUR

Artikel 23

Het dekenaatsbestuur bestuurt het dekenaat overeenkomstig het door de dekenaatsvergadering ingevolge artikel 12, lid 1 vastgestelde beleid. Het dekenaatsbestuur heeft met name tot taak het voorbereiden en uitvoeren van besluiten van de dekenaatsvergadering in de zin van artikel 12.

Onder meer behoren ook tot de taken van het dekenaatsbestuur:
a. de goederen te besturen die behoren tot het vermogen van het dekenaat;
b. geldelijke bijdragen te verwerven en te ontvangen van de parochies en andere door de bisschop aangewezen organisaties, alsook andere bijdragen en inkomsten ten behoeve van het dekenaat;
c. uitgaven ten behoeve van het dekenaat vast te stellen en te doen;
d. financiële medewerking te verlenen aan taken welke geacht kunnen worden te behoren tot het terrein van zielzorg in dekenaal verband;
e. verplichtingen na te komen welke op het dekenaat als deel van het bisdom en van de gehele kerk rusten;
f. financiële activiteiten toe te laten ten behoeve van de onder d. en e. genoemde taken;
g. andere rechtshandelingen te verrichten en overeenkomsten ten name van het dekenaat aan te gaan;
h. medewerkers in dienst van het dekenaat aan te stellen;
i. steeds voor een volledig opgemaakte en bijgehouden inventaris zorg te dragen van alle onder zijn beheer staande roerende lichamelijke zaken van aanmerkelijke waarde;
j. het doen opstellen van een dekenaal jaarverslag.

Samenstelling dekenaatsbestuur

Artikel 24

1. De deken is ambtshalve lid van het dekenaatsbestuur. Het dekenaatsbestuur bestaat voorts uit tenminste 4 en ten hoogste 7 personen, die door de dekenaatsvergadering al dan niet uit haar midden worden gekozen, en aan de bisschop ter benoeming worden voorgedragen.
2. Als bestuursleden zijn benoembaar katholieken, die de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben en die uitmunten door een vast geloof, een rechtschapen levenswandel en een wijs oordeel (cf. canon 512 § 3).
3. Als lid van het dekenaatsbestuur kunnen niet benoemd worden:
a. zij, die niet in het dekenaat woonachtig zijn, tenzij de bisschop om reden van algemeen belang hiervan ontheffing verleent;
b. minderjarigen en zij die krachtens een uitspraak van de burgerlijke rechter onder curatele zijn gesteld; alsmede zij die in staat van failissement zijn verklaard of een aanvrage tot surséance van betaling hebben gedaan; alsmede zij van wie goederen krachtens een uitspraak van de burgerlijke rechter onder bewind zijn gesteld; alsmede zij die gedurende meer dan twee maanden hun wil niet kunnen verklaren;
c. echtgenoten, bloedverwanten en aanverwanten van een lid van het bestuur tot en met de vierde graad van bloedverwantschap;
d. zij, die in loondienst zijn van het dekenaat alsmede zij die leveringen van goederen en betaalde materiële diensten ten behoeve van het dekenaat verrichten.

Aanwijzing leden dekenaatsbestuur

Artikel 25

1. Uiterlijk vier weken voor de bijeenkomst van de dekenaatsvergadering die gehouden wordt in de eerste drie maanden van het kalenderjaar, doet het dekenaatsbestuur aan de leden in de dekenaatsvergadering schriftelijk een voordracht toekomen, vermeldende de naam van de kandidaat voor elke vacature.
2. De leden in de dekenaatsvergadering hebben het recht deze voordracht voor elke vacature te doen aanvullen met een of meer door hen zelf gewenste kandidaten, mits het verzoek daartoe uitgaat van tenminste twee leden en dit verzoek uiterlijk twintig dagen voor de dag van de betreffende bijeenkomst van de dekenaatsvergadering bij de secretaris van het dekenaatsbestuur is ingediend.
3. Uit de personen, welke voorkomen op de aldus aangevulde voordracht, welke tenminste 10 dagen vóór de dag van de betreffende bijeenkomst van de dekenaatsvergadering aan alle afgevaardigden toegezonden moeten zijn, worden de leden van het dekenaatsbestuur gekozen.
4. De verkiezing geschiedt per vacature, waarbij de voorzitter als zodanig wordt gekozen. De kandidaat, die de absolute meerderheid van de stemmen van de leden behaalt, is gekozen. Heeft na twee stemmingen geen der kandidaten de absolute meerderheid behaald, dan vindt een stemming plaats over de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen behaald hebben, of, als er meerdere zijn, over de oudste twee in leeftijd. Bij het staken der stemmen in de derde stemming wordt de oudste in leeftijd geacht te zijn gekozen.
5. De gekozen personen worden schriftelijk aan de bisschop ter benoeming voorgedragen.
6. De bisschop kan om gewichtige, te zijner beoordeling staande redenen, niet tot benoeming overgaan, nadat hij het dekenaatsbestuur heeft gehoord.
7. Zodra de schriftelijke benoeming aan het dekenaatsbestuur is medegedeeld, treden de benoemden in functie en treden de bestuursleden af die aan de beurt zijn om af te treden.
8. Het dekenaatsbestuur benoemt uit zijn midden een vice-voorzitter, een secretaris en een penningmeester.

Rooster van aftreden

Artikel 26

1. De leden van het dekenaatsbestuur treden af volgens een door het dekenaatsbestuur vast te stellen rooster.
2. Dit rooster moet zodanig worden ingericht, dat het periodiek aftreden van een of meer bestuurders telkenjare in de bijeenkomst van de dekenaatsvergadering bedoeld in artikel 25, plaats vindt en dat iedere bestuurder vier jaar na zijn benoeming aftreedt.
3. De leden van het dekenaatsbestuur zijn slechts eenmaal terstond herbenoembaar. In uitzonderlijke gevallen kan de bisschop om redenen van algemeen belang op verzoek van de dekenaatsvergadering leden van het dekenaatsbestuur voor een derde zittingstermijn van vier jaar benoemen.
4. Leden van het dekenaatsbestuur die de leeftijd van 75 jaar hebben bereikt, treden af in de daarop volgende bijeenkomst van de dekenaatsvergadering bedoeld in artikel 25.

Verzuim voordracht bij vacatures

Artikel 27

Wanneer de dekenaatsvergadering bij enig tussentijds aftreden of een vacature verzuimt binnen 3 maanden een voordracht van leden ter benoeming bij de bisschop in te dienen, is deze bevoegd zelfstandig in iedere vacature te voorzien, na overleg met het dekenaatsbestuur.

Ontslag

Artikel 28

1. De dekenaatsvergadering kan om gewichtige te harer beoordeling staande redenen een lid van het dekenaatsbestuur ofwel het gehele dekenaatsbestuur, na dat lid c.q. de bestuursleden te hebben gehoord, aan de bisschop voordragen voor ontslag.
2. Een lid van het dekenaatsbestuur kan op zijn verzoek worden ontslagen door de bisschop, nadat het dekenaatsbestuur en eventueel het betrokken bestuurslid aangaande dat verzoek is gehoord.
3. De bisschop kan om gewichtige, te zijner beoordeling staande redenen, een lid van het dekenaatsbestuur of het gehele dekenaatsbestuur ontslaan, nadat in beide gevallen een volledig onderzoek der feiten heeft plaats gehad sen de betrokkenen in hun belang zijn gehoord.
4. Wanneer het gehele dekenaatsbestuur wordt ontslagen, regelt de bisschop - na de dekenaatsvergadering gehoord te hebben - de vervulling van de ontstane vacatures en kan hij maatregelen treffen in verband met de omstandigheden.

Werkwijze van het dekenaatsbestuur

Artikel 29

1. Het dekenaatsbestuur vergadert tenminste zes maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter, de deken of tenminste twee leden van het dekenaatsbestuur zulks nodig oordelen. In dit laatste geval dient een daartoe strekkend schriftelijk verzoek te worden ingediend bij de voorzitter, die binnen een maand het dekenaatsbestuur zal bijeenroepen.
2. De voorzitter roept de vergadering bijeen.
3. De dekenale coördinator neemt deel aan de vergadering van het dekenaatsbestuur, tenzij het dekenaatsbestuur met opgave van redenen anders beslist, en heeft een adviserende stem.

Artikel 30

1. Een besluit is genomen als meer dan de helft van het aantal aanwezige leden van het dekenaatsbestuur er vóór heeft gestemd.
2. In een vergadering, waarin niet meer dan de helft van de leden van het dekenaatsbestuur aanwezig is, kunnen geen geldige besluiten worden genomen. De voorzitter is alsdan bevoegd om binnen veertien dagen een vergadering van het dekenaatsbestuur bijeen te roepen, waarin omtrent dezelfde onderwerpen besluiten kunnen worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden van het dekenaatssbestuur.
3. In dringende omstandigheden kunnen ook buiten de vergadering schriftelijk besluiten worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen van het totaal aantal leden van het dekenaatsbestuur.
4. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een der aanwezigen schriftelijke stemming verlangt. Over personen vindt altijd schriftelijke stemming plaats.
5. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen; bij staking van stemmen over personen wordt de oudste in leeftijd geacht te zijn gekozen.
6. Door de secretaris van het dekenaatsbestuur worden van het verhandelde in elke vergadering notulen gehouden. Deze notulen zullen in de eerstvolgende vergadering van het dekenaatsbestuur worden vastgesteld en getekend door de voorzitter en de secretaris.
7. Van schriftelijk genomen besluiten wordt in de eerstvolgende vergadering melding gemaakt; zij worden in de notulen van deze vergadering opgenomen.

Artikel 31

1. Het dekenaatsbestuur kan geen besluiten nemen die in strijd zijn met het kerkelijk recht.
2. Indien besluiten van het dekenaatsbestuur in strijd zijn met het algemeen belang van het dekenaat, de parochies dan wel de samenwerkingsverbanden van parochies, de door de bisschop aangewezen organisaties of van het bisdom, kan de bisschop de uitvoering van de besluiten opschorten, eventueel de besluiten nietig verklaren, nadat hij het dekenaatsbestuur en eventuele betrokkenen heeft gehoord.

Secretariaat

Artikel 32

Het dekenaatsbestuur richt een secretariaat op, dat werkzaam is ten dienste van de deken, de dekenale coördinator, het dekenaatsbestuur en de dekenale raad voor economische aangelegenheden.
De medewerker(s) van het secretariaat verrichten de werkzaamheden onder leiding van de dekenale coördinator.

VII HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 33

Het dekenaatsbestuur, de dekenaatsvergadering en de pastorale vergadering zijn ieder bevoegd voor de gewone werkwijze en de nodig geoordeelde regelen en voorschriften een eigen huishoudelijk reglement vast te stellen, dat geen bepalingen mag bevatten in strijd met dit Reglement.


VIII COMMISSIES EN WERKGROEPEN

Artikel 34

Het dekenaatsbestuur, alsmede de dekenaatsvergadering en de pastorale vergadering, het dekenaatsbestuur gehoord, kunnen:
1. al dan niet uit hun midden, commissies benoemen, waaraan zij een gedeelte van hun taak opdragen.
2. werkgroepen in het leven roepen met een bepaalde opdracht, die betrekking heeft op eigen taken van het dekenaatsbestuur, de dekenaatsvergadering en de pastorale vergadering en onder hun verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd.
3. bij de instelling van een commissie of werkgroep nadere voorschriften geven over de samenstelling en werkwijze.
4. een commissie of werkgroep opheffen.

Artikel 35

Het dekenaatsbestuur, de dekenaatsvergadering en de pastorale vergadering kunnen zich laten bijstaan door deskundigen, die daartoe de vergadering kunnen bijwonen.

IX VERTEGENWOORDIGING

Artikel 36

1. Het dekenaat wordt in en buiten rechte door het bestuur vertegenwoordigd voorzover dit betrekking heeft op vermogensrechtelijke handelingen van het dekenaat, alsmede door de voorzitter en de secretaris van het dekenaatsbestuur tezamen dan wel bij ontstentenis van één van hen of van hen beiden door hun plaatsvervangers), die daartoe door het dekenaatsbestuur schriftelijk is (zijn) aangewezen en wel tezamen.
2. Zij tekenen de officiële stukken van het dekenaatsbestuur.

X GELDMIDDELEN

Artikel 37

De geldmiddelen van het dekenaat bestaan uit:
a. bijdragen van de leden;
b. subsidies, bijdragen, giften, erfstellingen en legaten;
c. andere baten.
Wanneer het lidmaatschap van de dekenaatsvergadering in de loop van het kalenderjaar eindigt, blijven bijdragen van financiële aard voor het gehele lopende kalenderjaar verschuldigd.

XI BEHEER EN REKENPLICHT

Dekenale raad voor economische aangelegenheden

Artikel 38

1. De raad voor economische aangelegenheden - hierna te noemen de raad - heeft als taak:
a. het dekenaatsbestuur bij te staan bij het beheer van de materiële en financiële middelen (cf. canon 1280);
b.de deken behulpzaam te zijn bij de visitatie van de parochies en de (inter-)parochiële caritasinstellingen met betrekking tot het beheer van hun materiële en financiële middelen (cf. canon 555);
c. het bestuur van het bisdom te adviseren inzake het verlenen van bisschoppelijke machtigingen aan het dekenaatsbestuur, besturen van parochies en hun samenwerkingsverbanden alsook aan besturen van de parochiële caritasinstellingen voor het doen van handelingen, waarvoor de goedkeuring van de bisschop is vereist.
2. Met het oog op de vervulling van zijn taken wordt de raad door het bisdom tijdig van informatie voorzien, onder meer door overlegging van stukken.
3. De raad bestaat uit tenminste drie leden, waarvan ten minste de helft geen lid is van het bestuur van een parochie of van een parochiële caritasinstelling.
4. Leden van het dekenaatsbestuur kunnen geen lid van de raad zijn.
5. De leden worden op voordracht van het dekenaatsbestuur, de dekenaatsvergadering gehoord hebbende, door de bisschop benoemd.
6. De leden van de raad treden af volgens een door de raad vast te stellen rooster. Leden die de leeftijd van 75 jaar hebben bereikt, treden af in de daarop volgende bijeenkomst van de dekenaatsvergadering.
7. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De leden zijn slechts eenmaal terstond herbenoembaar.
8. De raad kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris.
9. De raad wordt bijeengeroepen door de voorzitter.
10. Door de secretaris worden van het verhandelde in elke vergadering van de raad notulen gehouden. Deze notulen zullen in de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en getekend door de voorzitter en de secretaris.

Dekenaal penningmeestersoverleg (facultatief)

Artikel 39

1. De dekenaatsvergadering kan besluiten een dekenaal penningmeestersoverleg op te richten, dat tot taak heeft:
a. het dekenaatsbestuur te adviseren bij het opstellen van de begroting en bij het opstellen van de jaarrekening;
b. het overleg en de samenwerking van de parochies te bevorderen ten aanzien van het materiële en financiële beheer van de parochies.
2. Het dekenale penningmeestersoverleg bestaat uit de penningmeesters van de leden van het dekenaat.

Machtiging voor rechtshandelingen

Artikel 40

Het dekenaatsbestuur heeft na verkregen goedkeuring van de dekenaatsvergadering een voorafgaande schriftelijke machtiging nodig van de bisschop voor daden die de grenzen van het gewone beheer van het dekenaat te buiten gaan, met name voor:
a. wijziging in de bestemming van het vermogen; b.het aannemen of verwerpen van erfstellingen, legaten, schenkingen met een last (cf. canon 1267, artikel 2) of fundaties, alsmede het doen van schenkingen;
c. het verkrijgen, vervreemden, hypothecair belasten, in pacht of huur nemen/geven, in gebruik of bruikleen nemen/geven van registergoederen of het vestigen van beperkte rechten, alsmede het aangaan van andere overeenkomsten, die bezwarend zijn voor het dekenaat;
d.het verstrekken en aangaan van geldieningen;
e. het vervreemden, verpanden, in bruikleen geven of op welke wijze ook aan hun bestemming onttrekken van voorwerpen van kunst en wetenschap, geschiedkundige gedenkstukken of andere roerende zaken van bijzondere waarde;
f. het oprichten, afbreken, verbouwen of van bestemming veranderen van tot het vermogen van het dekenaat behorende gebouwen en van kerkmeubelen van bijzondere waarde, alsmede het verrichten van buitengewone herstellingen;
g. het aanleggen, uitbreiden en sluiten van begraafplaatsen en columbaria;
h. het verzoeken tot plaatsing c.q. afvoering dan wel het al dan niet instemmen met een (voorgenomen) besluit tot plaatsing c.q. afvoering van een gebouw of ander eigendom van het dekenaat op een monumentenlijst van een burgerlijke overheid.
i. het voeren van processen als eiser of verweerder, het opdragen van geschillen aan de beslissing van scheidsgerechten en het aangaan van dadingen (cf. canon 1288);

Personeel

Artikel 41

1. Het dekenaatsbestuur heeft, na verkregen goedkeuring van de dekenaatsvergadering, voor de aanstelling van personeel in dienst van het dekenaat een voorafgaande schriftelijke machtiging van de bisschop nodig, waarbij de behoefte aan personeel en de voorwaarden van de rechtspositie ter beoordeling staan van de bisschop. De aanstelling komt tot stand door ondertekening van het contract tussen het dekenaat en de werknemer.
2. De werkzaamheden, de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden worden geregeld door het dekenaatsbestuur met inachtneming van de daarvoor door de bisschop vastgestelde regelingen.
3. Personeelsleden met een pastorale opdracht in het dekenaat staan onder het gezag van de bisschop, resp. van de deken.
4. De personeelsleden zijn voor de uitvoering van hun werk zaamheden verantwoording verschuldigd aan het dekenaatsbestuur.
5. De personeelsleden verrichten hun werkzaamheden onder leiding van de dekenale coördinator.
6. Een werknemer in dienst van het dekenaat kan geen lid zijn van het dekenaatsbestuur of afgevaardigde in de dekenaatsvergadering.

Begroting

Artikel 42

1. Het dienstjaar van het dekenaat valt samen met het kalenderjaar.
2. Jaarlijks uiterlijk voor de eerste november maakt het dekenaatsbestuur volgens een door de bisschop vast te stellen model de begroting op van alle inkomsten en uitgaven voor het volgende dienstjaar. Het dekenaatsbestuur legt de begroting, de raad voor economische aan gelegenheden gehoord hebbende, ter goedkeuring aan de dekenaatsvergadering voor. Vóór de eerste december, na verkregen goedkeuring van de dekenaatsvergadering, zendt het dekenaatsbestuur deze vergezeld van de nodige bescheiden en toelichting, ter goedkeuring aan de bisschop.
3. Na verkregen goedkeuring van de bisschop strekt de begroting tot grondslag van het geldelijk beheer over het betrokken dienstjaar, behoudens het bepaalde in de artikelen 40 en 41.
4. Wanneer het lidmaatschap van de dekenaatsvergadering in de loop van het kalenderjaar eindigt, blijven bijdragen van financiële aard voor het gehele lopende kalenderjaar verschuldigd.
5. Zonder de verkregen goedkeuring van de dekenaatsvergadering en zonder bijzondere machtiging van de bisschop worden geen uitgaven gedaan, die niet op de goedgekeurde begroting staan, noch de daarvoor toegestane bedragen overschreden.

Jaarrekening

Artikel 43

1. Het dekenaatsbestuur legt de jaarrekening, de raad voor economische aangelegenheden gehoord hebbende, ter goedkeuring aan de dekenaatsvergadering voor. Het dekenaatsbestuur legt, na verkregen goedkeuring van de dekenaatsvergadering, jaarlijks vóór de eerste mei aan de bisschop rekening en verantwoording af van zijn beheer over het afgelopen dienstjaar door het overleggen van de jaarrekening van alle inkomsten en uitgaven en van een balans van alle bezittingen en schulden bij het einde van het dienstjaar volgens door de bisschop vast te stellen modellen.
2. Het dekenaatsbestuur zal deze jaarstukken doen controleren door een registeraccountant òf na voorafgaande bisschoppelijke goedkeuring door een accountant-administratie-consulent òf door een door de bisschop na overleg met zijn raad voor economische aangelegenheden aangewezen of toegelaten instantie.
3. De overeenkomstig het vorig lid gecontroleerde jaarstukken worden aan de bisschop ter goedkeuring toegezonden.
4. De goedkeuring van de jaarrekening strekt het dekenaatsbestuur tot decharge voor zijn beheer over het afgelopen dienstjaar.

Geldbeheer

Artikel 44

1. De penningmeester van het dekenaatsbestuur is belast met het innen der ontvangsten, het verlenen van kwijting en het doen van uitgaven, het behoorlijk bijhouden van de financiële administratie en het aanleggen en bijhouden van zodanige registers, als voor een juist beheer door het dekenaatsbestuur nodig wordt geoordeeld.
2. De penningmeester geeft het dekenaatsbestuur kennis, wanneer schuldenaren in betaling nalatig zijn.
3. Voor het doen van betalingen boven fl 1.000 is bovendien fiattering van een ander lid van het dekenaatsbestuur nodig.
4. Van de door hem voor het dekenaat ontvangen bedragen en gedane uitgaven legt hij jaarlijks rekening en verantwoording af aan het dekenaatsbestuur vóór de eerste april van het jaar, volgend op dat waarop die rekening betrekking heeft.

Afzonderlijke rechtspersonen

Artikel 45

1. Indien er gegronde redenen aanwezig zijn, ter beoordeling van de bisschop, tot het oprichten van afzonderlijke rechtspersonen voor zaken die het dekenaat betreffen, dienen dat kerkelijke rechtspersonen te zijn.
2. Het dekenaatsbestuur is enkel bevoegd tot het oprichten van burgerlijke rechtspersonen voor zaken die het dekenaat betreffen na voorafgaande schriftelijke machtiging van de bisschop.
3. Het dekenaatsbestuur zorgt voor het afzonderlijk beheer van de fondsen die volgens de stichtingsbrieven niet met die van enige andere rekening verenigd mogen worden.

Inzagerecht

Artikel 46

Het dekenaatsbestuur heeft te allen tijde het recht om inzage te nemen van de kas en de bewijsstukken van de penningmeester; deze is verplicht alle gevraagde inlichtingen en ophelderingen over zijn geldelijk beheer te verschaffen.

Publicatie jaarstukken

Artikel 47

Ten behoeve van de informatie aan de gelovigen wordt jaarlijks op een door het dekenaatsbestuur te bepalen wijze een verslag van de jaarrekening over het afgelopen dienstjaar aan de leden van de dekenaatsvergadering uit gebracht. Ook de begroting en het jaarverslag wordt te hunner kennis gebracht.

XII GESCHILLEN

Artikel 48

Tegen een besluit van de dekenaatsvergadering of van het dekenaatsbestuur kan een lid van de dekenaatsvergadering beroep instellen bij de bisschop.

Artikel 49

Indien naar de mening van de deken, de dekenaatsvergadering, de pastorale vergadering, het dekenaatbestuur of de raad voor economische aangelegenheden, de samenwerking inzake de behartiging van het algemeen beleid en het bestuur van het dekenaat wordt bedreigd, dient door één van dezen of door dezen gezamenlijk in der minne een oplossing te worden nagestreefd. Daarbij worden de standpunten over en weer schriftelijk gemotiveerd. Indien dat niet tot een oplossing leidt, leggen de direct betrokkenen gezamenlijk het geschil aan de bisschop voor.

XIII SLOTBEPALINGEN

Artikel 50

1 Aan de bisschop als bedoeld in artikel 2 is voorbehouden eventuele wijzigingen en aanvullingen in dit reglement aan te brengen en nadere regels te stellen.
2. Aan de bisschop is voorbehouden:
a. alle regelingen te treffen aangaande de vaststelling en inning van inkomsten, alsmede aangaande de afdracht aan het bisdom.
b. uitspraken te doen in geschillen of twijfels omtrent de uitiegging en betekenis van de in dit Reglement opgenomen bepalingen echter niet in dier voege, dat de uitspraak een wijziging of aanvulling van dit Reglement inhoudt;

Artikel 51

1. Dit reglement kan worden aangehaald onder de naam Reglement voor het Bestuur
van een Dekenaat in het bisdom Rotterdam (RBDR).
2. Het reglement treedt in werking en vigeert voor de dekenaten, die ingevolge het diocesane besluit tot dekenale herindeling d.d. 17 januari 1997 per decreet van de bisschop zijn of worden opgericht.

XIV OVERGANGSBEPALING

Artikel 52

Op verzoek van een dekenaat kan de bisschop om zwaarwegende redenen en onder voorwaarden overgangsregelingen treffen bij de invoering van dit reglement.

Rotterdam, 1 juni 1998

+ A.H. van Luyn s.d.b.
Bisschop van Rotterdam

Citaat

Er is geen aangenamer val dan carnaval. Je valt namelijk naar boven.
Toon Hermans

Heilige van de dag

28-10-2007

Judas Taddeus / Simon

 

Zoeken

 

Nieuws

‘Bedrog’ pater Pio is ‘onzinnig’
Katholieke jongeren moeten netwerken vormen
'Allerheiligen is een dag van vreugde'
Guus Meeuwis niet, U2 wel in de kerk
Oostenrijkse dienstweigeraar zalig verklaard
Eucharistieviering met gospelmuziek
Steunbetuigingen pastoor Covemaekers stromen binnen
Tempeliers vrijgepleit door Vaticaan
Da Vinci’s “Laatste Avondmaal” op internet
Tweede wonder op voorspraak van pater Damiaan
President Bosnië op bezoek bij de paus
Parochie De Ark wil bisdom op andere gedachten brengen
Diaken Berg en Terblijt stapt eveneens op
Veel energie, en uiteindelijk een nieuwe parochie
Kardinaal Ruini: 'Zusters moeten bloggen en chatten'
Pastoor A. Penne / Dood en vergeten?
De microfoon in de kerk: Moet ie aan, of toch maar uit?
Nieuwe cursus geloof naast Alpha-cursus
Bijzondere Gemmatuin Sittard behouden
Stadswandeling naar klooster Mariadal

Meer nieuws >>
 
 
 

Pagina opties

A A A


© Isidorusweb 2001-2009 - Aanvullingen? Wijzigingen? Reageer op deze pagina - Disclaimer