Reglement Bureau voor Geschillen (Bisdom Rotterdam, 1996)
1. Doelstelling
Het Diocesaan Bureau voor Geschillen heeft tot doel "billijke oplossingen te zoeken en aan te reiken" (canon 1733 § 2), indien er een geschil is ontstaan tussen een kerkelijke overheid - bekleed met uitvoerende macht binnen het bisdom - die een administratieve beschikking voor afzonderlijke gevallen in de zin van canon 35 heeft uitgevaardigd of achterwege gelaten, en een kerkelijke fysieke persoon of rechtspersoon in de zin van de canons 113-118 die zich in haar rechten geschonden of in haar belangen geschaad voelt ten gevolge van voornoemde beschikking.
2. Samenstelling
2.1 Het Bureau is samengesteld uit: a. een voorzitter, tevens lid; b. tenminste twee andere leden en eventuele plaatsvervangers; c. een secretaris; 2.2 De voorzitter, de andere leden en de secretaris worden benoemd door de diocesane Bisschop na het Kathedraal Kapittel en de Priesterraad gehoord te hebben. De benoeming geschiedt voor vijf jaren. Op verzoek van de betrokkene kan eerder door de Bisschop ontslag worden verleend. 2.3 Voor benoeming komen niet in aanmerking personen wier werkzaamheden in belangrijke mate gelegen zijn op het gebied van het bestuur van het bisdom, en personen die bloed- of aanverwanten zijn van de diocesane Bisschop of vicaris-generaal of bisschoppelijk vicaris of algemeen econoom of bisschoppelijk gedelegeerde met uitvoerende macht. 2.4 Tot leden kunnen slechts worden benoemd personen van onbesproken naam, die praktizerend katholiek zijn en geacht kunnen worden over voldoende kennis te beschikken. 2.5 De leden en de secretaris worden vóór het verstrijken van de ambtstermijn, alleen om een ernstige reden en met toestemming van het Kathedraal Kapittel ontslagen, door de diocesane Bisschop. 2 6 De secretaris is verantwoordelijk voor het opmaken van de stukken die uitgaan van het Bureau. Deze stukken worden mede door hem ondertekend.
3. Bevoegdheid
3.1 Het Bureau is bevoegd tot het onderzoeken van geschillen tussen de diocesane Bisschop of degenen die delen in diens bestuursmacht, zoals de vicaris-generaal, de bisschoppelijk vicaris, de algemeen econoom en de bisschoppelijk gedelegeerde met uitvoerende macht enerzijds, en een belanghebbende fysieke persoon of kerkelijke rechtspersoon of burgerlijke rechtspersoon, die door het kerkelijk gezag beoordeelde en goedgekeurde of erkende statuten heeft anderzijds, wanneer deze belanghebbende zich in haar rechten geschonden of in haar belangen geschaad voelt door een administratieve beschikking van de kerkelijke overheid ten aanzien van deze belanghebbende of door de weigering van zulk een beschikking. Het Bureau heeft tot taak billijke oplossingen te zoeken en voor te stellen met het oog op een minnelijke schikking van deze geschillen.
3.2 Wanneer de belanghebbende waarover in 3.1. zich in haar rechten geschonden of in haar belangen geschaad voelt door een administratieve beschikking of door de weigering van zulk een beschikking, uitgaande van een persoon of kerkelijke instantie die onder het gezag staat van de diocesane Bisschop, zoals een pastoor of het bestuur van een parochie, en wanneer deze belanghebbende zich tot de Bisschop wendt met het verzoek om bemiddeling of oplossing van het geschil, kan de Bisschop ook een dergelijk geschil aan het Diocesaan Bureau in behandeling geven.
3.3 Het Bureau is bevoegd tot het behandelen van de in dit lid bedoelde geschillen ook als zij rechtstreeks bij het Bureau aanhangig worden gemaakt. Het Bureau stelt de Bisschop hiervan op de hoogte. 3.3 Geschillen over besluiten binnen of in samenhang met procedures voor de kerkelijke rechtbank van het bisdom, vallen buiten de bevoegdheid van het Bureau. 3. 4 Geschillen tussen overheden van instituten van gewijd leven, van sociëteiten van apostolisch leven en hun leden, vallen buiten de bevoegdheid van het Bureau (vgl. c. 1427). 3.5 Het Bureau is alleen bevoegd tot behandeling van geschillen over bestuurlijke besluiten. Het Bureau heeft geen taak in het oplossen van vragen betreffende geloof en zeden en de kerkelijke discipline. 3.6 Behandeling van een geschil in het Bureau schort de uitvoering van de administratieve beschikking niet op, tenzij anders is bepaald en behoudens canon 1736 §§ 1 en 2.
4. Procedure
4.1 Het voorleggen van geschillen
4.1.1 Geschillen voortvloeiend uit een administratieve beschikking van de diocesane Bisschop of van degenen die delen in diens macht, kunnen aan het Bureau worden voorgelegd door deze kerkelijke overheid en de belanghebbende tezamen, dan wel door een van beiden. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor het voorleggen van geschillen die voortvloeien uit een beschikking van een overheid die onder het gezag staat van de diocesane Bisschop. 4.1.2 Geschillen dienen schriftelijk ter kennis te worden gebracht aan de voorzitter van het Bureau. 4.1.3 Indien geschillen alleen door de overheid aan het Bureau worden voorgelegd, worden zij door het Bureau slechts in behandeling genomen, indien de belanghebbende desgevraagd te kennen heeft gegeven met deze behandeling in te stemmen. 4.1.4 Het Bureau neemt geen geschillen in behandeling dan nadat de procedure tot herziening zoals bedoeld in de canons 1734 en 1735 is voltooid. 4.1.5 Gedurende de behandeling door het Bureau kan tegen het betrokken besluit - behoudens ter sauvering van de beroepstermijn - geen administratief beroep worden ingesteld, en dient een aanhangig beroep te worden opgeschort.
4.2 De behandeling van geschillen
4.2.1 De voorzitter van het Bureau stelt voor de behandeling van een geschil uit de leden van het Bureau een college van drie samen en wijst daaraan de behandeling toe. Wanneer de voorzitter van het Bureau niet betrokken is in de behandeling van een geschil, dient hij één van de leden als voorzitter van het college aan te wijzen. De voorzitter van het college is verantwoordelijk voor het verloop van de behandeling van het geschil. 4.2.2 Bloed - en aanverwanten van de belanghebbende en van de overheid kunnen niet als lid van een college worden aangewezen. 4.2.3 De overheid en de belanghebbende zijn verplicht de stukken welke betrekking hebben op het besluit waaruit de geschilpunten voortvloeien, op eerste verzoek van het Bureau te overleggen. 4.2.4 De overheid en belanghebbende zijn verplicht alle inlichtingen te verstrekken welke het college voor de behandeling van belang acht. 4.2.5 Het college kan zonodig derden horen of aan derden verzoeken een advies uit te brengen. Van dit verhoor en van een niet schriftelijk advies wordt een proces-verbaal opgemaakt. 4.2.6 Het college stelt de overheid en de belanghebbende in de gelegenheid te worden gehoord, van welk verhoor proces-verbaal wordt opgemaakt. Desgewenst kunnen overheid en belanghebbende zich bij dit verhoor door een raadsman of raadsvrouw laten bijstaan. 4.2.7 Alvorens het verhoor als bedoeld in 4.2.6. plaatsvindt, liggen de door het college ontvangen stukken gedurende vijf dagen voor overheid en belang hebbende ter inzage.
5. Voorstel tot een minnelijke oplossing
5.1 Indien naar het oordeel van het college de behandeling is voltooid, stelt de voorzitter de overheid en belanghebbende in kennis van de uitgewerkte oplossing. 5.2 Van de voorgestelde oplossing kan op uitnodiging van het college een mondelinge bespreking plaatsvinden. Deze kan ook plaatsvinden op verzoek van de overheid of de belanghebbende. 5 . 3 Indien overheid en belanghebbende aan de hand van de door het college aangereikte oplossingen tot overeenstemming komen, dient van deze overeenkomst proces-verbaal opgemaakt te worden. Beiden verplichten zich tot uitvoering hiervan. 5 . 4 Indien overheid en belanghebbende aan de hand van de door het college voorgestelde oplossingen niet tot overeenstemming kunnen komen, kan door de belanghebbende administratief beroep worden ingesteld of het reeds ingestelde beroep worden voortgezet. Beroep tegen administratieve beschikkingen, uitgevaardigd door overheden die aan de Bisschop ondergeschikt zijn, wordt ingesteld bij de Bisschop. Beroep tegen administratieve beschikkingen uitgevaardigd door de Bisschop, wordt ingesteld bij de Apostolische Stoel te Rome.
6. Slotbepalingen
6.1 Het Diocesaan Bureau voor Geschillen ten gevolge van bestuurlijke besluiten in het Bisdom Rotterdam wordt opgericht door de Bisschop van Rotterdam. 6.2 Wijziging van de statuten behoeft de goedkeuring van de Bisschop van Rotterdam. 6.3 De Bisschop van Rotterdam zal niet tot opheffing van het Bureau of tot aanmerkelijke wijziging van de inrichting ervan besluiten, dan na de priesterraad gehoord te hebben over een daartoe strekkend voornemen en de instemming van het kathedraal kapittel daaromtrent verkregen te hebben. 6.4 Inzake onduidelijkheden en tussentijdse meningsverschillen, beide betrekking hebbend op de regels en uitvoering van de bij dit reglement vastgestelde procedure, beslist de voorzitter. Het komt aan de Bisschop toe deze regeling die door hem is uitgevaardigd, authentiek te interpreteren (c.16).
Rotterdam, 1 mei 1996
+ A.H. van Luyn sdb Bisschop van Rotterdam
drs J.A.J. Verheijen cancellarius
|
|
Citaat
Alles berust op het ons vrijwillig en bewust keren tot God.
Theophanos de kluizenaar
|
Heilige van de dag
28-10-2007
Judas Taddeus / Simon
|
| |
|
|