Regeling Bureau voor Geschillen (Aartsbisdom, 1992)
Na de Priesterraad te hebben gehoord en overleg te hebben gepleegd met het Kapittel, richt ik op met ingang van 15 oktober 1992, overeenkomst ig het Wetboek van Canoniek Recht, canon 1733, een Diocesaan Bureau voor geschillen ten gevolge van bestuurlijke besluiten.
Het Bureau voor Geschillen dient vooral op te treden wanneer herroeping of verbetering van de administratieve beschikking door de belanghebbende is gevraagd (canon 1733, par. 3 C. I.C.). Deze herroeping of verbetering dient steeds gevraagd te worden alvorens hiërarchisch beroep wordt ingesteld, behalve in de gevallen waarover in canon 57, par. 1 C.I.C. gesproken wordt (vgl. canon 1734 par. 1 en par. 3,3. C.I.C.)
1. Doelstelling
Het Diocesaan Bureau voor Geschillen heeft tot doel "billijke oplossingen te zoeken en aan te reiken" (canon 1733, par. 2), indien een geschil is ontstaan tussen een kerkelijke overheid - bekleed met uitvoerende macht binnen het bisdom - die een administratieve beschikking voor afzonderlijke gevallen in de zin van canon 35 heeft uitgevaardigd of achterwege gelaten, en een kerkelijke fysieke persoon of rechtspersoon in de zin van de canons 113-118 die zich in haar rechten geschonden of in haar belangen geschaad voelt ten gevolge van voornoemde beschikking.
2. Samenstelling
2.1 Het Bureau is samengesteld uit:
a. een voorzitter, tevens lid;
b. een aantal andere leden van tenminste vier en ten hoogste acht;
c. een secretaris.
2.2 De voorzitter, de andere leden en de secretaris worden benoemd door de diocesane Bisschop na advies van de priesterraad en het kathedraal kapittel. De benoeming geschiedt voor vijf jaren. Op verzoek van de betrokkene kan eerder door de Bisschop ontslag worden verleend.
2.3 Voor de benoeming komen niet in aanmerking personen wier werkzaamheden in belangrijke mate gelegen zijn op het gebied van het bestuur van het bisdom, en personen die bloed- of aanverwanten zijn van de diocesane Bisschop, of vicaris-generaal, of bisschoppelijk vicaris, of econoom, of bisschoppelijk gedelegeerde met uitvoerende macht.
2.4 De leden en de secretaris worden door de diocesane Bisschop, na instemming van het kapittel, ontslagen:
a. indien zij wegens ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen;
b. bij ongeschiktheid voor hun functie, anders dan wegens ziekte of gebreken.
3. Bevoegdheid
3.1 Het Bureau is bevoegd tot het onderzoeken van geschillen tussen de diocesane Bisschop of degenen die in zijn naam gezag uitoefenen zoals de vicaris-generaal, de bisschoppeljik vicaris, de econoom en de bisschoppelijk gedelegeerde met uitvoerende rnacht enerzijds, en een belanghebbende persoon of kerkelijke rechtspersoon, en een burgerlijke rechtspersoon die door het kerkelijk gezag goedgekeurde statuten heeft en daardoor in de Kerk erkend is anderszijds, wanneer deze belanghebbende zich in haar rechten geschonden of in haar belangen geschaad voelt door een administratieve beschikking van de kerkelijke overheid ten aanzien van deze belanghebbende of door de weigering van zulk een beschikking. Het Bureau heeft tot taak billijke oplossingen te zoeken en voor te stellen met het oog op een minnelijke schikking van deze geschillen
3.2 Wanneer een persoon, een kerkelijke rechtspersoon of een burgellijke rechtspersoon die door het kerkelijk gezag goedgekeurde statuten heeft en daardoor in de Kerk erkend is, zich in haar rechten geschonden of in haar belangen geschaad voelt door een administratieve beschikking of door de weigering van zulk een beschikking, uitgaande van een persoon of kerkelijke instantie, die onder het gezag staat van de diocesane Bisschop, zoals een pastoor, of het bestuur van een parochie, en wanneer deze belanghebbende zich tot de Bisschop wendt met het verzoek om herniddeling of oplossing van het geschil kan de Bisschop ook een dergelijk geschil aan het Dioccsaan Bureau in behandeling geven.
3.3 Geschillen over besluiten binnen of in samenhang met procedures voor de kerkelijke rechtbank van het bisdorn, vallen buiten de bevoegdheid van het Bureau.
3.4 Geschillen tussen overheden van instituten van gewijd leven en van sociëteiten van apostolisch leven en hun leden vallen buiten cie bevoegdheid van dit Bureau.
3.5 Het Bureau is alleen bevoegd tot behandeling van geschillen over bestuurlijke besluiten. Het Burenu heeft geen taak in het oplossen van geschillen in vragen betreffende geloof, kerkelijke discipline en levensgedrag.
3.6 Behandeling van een geschil in het Bureau schort de uitvoering van de administratieve beschikking niet op, behoudens het bepaalde in canon 1736, par. 1 en 2 C. I.C.
4. Procedure
4.1 Het voorleggen van geschillen.
4.1.1 Geschillen, voortvloeiend uit een administratieve beschikking van de diocesane Bisschop, of van degenen die in zijn naam gezag uitoefenen, kunnen aan het Bureau worden voorgelegd door deze kerkelijke overheid en de belanghebbenden tezamen, dan wel door een van beiden.
4.1.2 Geschillen dienen schriftelijk ter kennis te worden gebracht aan de voorzitter van het Bureau.
4.1.3 Indien geschillen alleen door de overheid aan het Bureau worden voorgelegd, worden zij door het Bureau slechts in behandeling genomen, indien de belanghebbende desgevraagd te kennen heeft gegeven met deze behandeling in te stemmen.
4.1.4 Het Bureau neemt geen geschillen in behandeling dan nadat de procedure tot herziening zoals bedoeld in de canons 1734 en 1735 is voltooid.
4.1,5 Gedurende de behandeling door het Bureau kan tegen het betrokken besluit - behoudens ter sauvering van de beroepstermijn - geen administratief beroep worden ingesteld, en dient een aanhangig beroep te worden opgeschort.
4.2 De behandeling van geschillen.
4,2.1 De voorzitter van het Bureau stelt voor de behandeling van een geschil uit de leden van het Bureau een college van drie samen en wijst daaraan de behandeling toe.
4.2.2 Bloed- en aanverwanten van de belanghebbende en van de overheid kunnen niet als lid van een college worden aangewezen.
4.2.3 De overheid en de belanghebbende zijn verplicht alle stukken welke betrekking hebben op het besluit waaruit de geschilpunten voortvloeien, op eerste verzoek van het Bureau te overleggen.
4.2.4 Overheid en belanghebbende zijn verplicht alle inlichtingen te verstrekken welke het college voor de behandeling van belang acht..
4.2.5 Het college kan zonodig derden horen of aan derden verzoeken een advies uit te brengen. Van dit verhoor en van een niet schriftelijk advies wordt een proces-verbaal opgemaakt.
4.2.6 Het college stelt de overheid en de belanghebbende in de gelegenheid te worden gehoord, van welk verhoor proces-verbaal wordt opgemaakt. Desgewenst kunnen overheid en belanghebbende zich bij dit verhoor door een raadsman of raadsvrouw laten bijstaan.
4.2.7 Alvorens het verhoor, als bedoeld in 4.2.6, plaatsvindt, liggen de door het college ontvangen stukken gedurende vijf dagen voor overheid en belanghebbende ter inzage.
5. Voorstel tot een minnelijke oplossing
5.1 Indien naar het oordeel van het college de behandeling is voltooid, nodigt zij de overheid en de belanghebbende uit voor een bespreking van de door haar uitgewerkte oplossing(en). Van deze bespreking wordt proces-verbaal opgemaakt.
5.2 Indien overheid en belanghebbende aan de hand van de door het college aangereikte oplossing(en) tot overeenstemming komen, dient van deze overeenkomst proces-verbaal opgemaakt te worden. Beiden verplichten zich tot uitvoering hiervan.
5.3 Indien overheid en belanghebbende aan de hand van de door het college voorgestelde oplossing(en) niet tot overeenstemming kunnen komen, kan door de belanghebbende administratief beroep worden ingesteld, of het reeds ingestelde beroep worden voortgezet.
Beroep tegen administratieve beschikkingen, uitgevaardigd door overheden die aan de Bisschop ondergeschikt zijn, wordt ingesteld bij de Bisschop.
Beroep tegen administratieve beschikkingen uitgevaardigd door de Bisschop, wordt ingesteld bij de H. Stoel te Rome.
Het Diocesaan Bureau voor Geschillen ten gevolge van bestuurlijke besluiten in het Aartsbisdom Utrecht wordt ingericht voor de tijd van vijf jaren. Het wordt automatisch verlengd voor de tijd van vijf jaren, tenzij de Bisschop het na instemming van het kathedraal kapittel anderszins beschikt.
6. Onduidelijkheden en tussentijdse meningsverschillen
Inzake onduidelijkheden en tussentijdse meningsverschillen, beide betrekking hebbende op de regels en uitvoering van de bij dit reglement vastgestelde procedure, beslist de voorzitter in overleg met de Bisschop, aan wie rechtens toekomt de regeling, die door hem is uitgevaardigd, te interpreteren (canon 16).
Utrecht, 15 oktober 1992
+ Adrianus Kardinaal Simonis.