Sint Martinus van Tours is van oorsprong Hongaar. Hij is geboren in Sabria rondom 316. Hij was officier in het Romeinse leger.
De beroemde legende rondom Sint Maarten is zijn hulp aan een bedelaar. Hij komt als Romeinse officier midden in een strenge winter in Amiens aan en ziet een bedelaar die sterft van de kou en door niemand wordt geholpen. Dat ziende, snijdt Sint Maarten zijn rode mantel en geeft de helft aan de bedelaar. In de nacht daarop krijgt Martinus een verschijning van Jezus en een aantal engelen. Jezus is gekleed in de rode mantel van de bedelaar. De Heer spreekt tot zijn engelen: ‘Martinus, die nog niet is gedoopt, heeft mij zijn kleed gegeven’.
Hij bekeert zich tot het katholieke geloof als hij achttien is. Nadien wordt hij monnik en in 372 wordt hij bisschop van de Franse plaats Tours. Er is een legende dat hij bij zijn bisschopswijding zich met ganzenveren omhuld, maar of het echt gebeurd is, is de vraag. Martinus blijft monnik en samen met andere broeders verkondigd hij met verve de boodschap van het christendom. In 398, op 11 november, overlijdt hij.
Patronage
Martinus van Tours is patroon van de armen, van kinderen, van de schutterij en soldaten.
Vanwege die patronage ontstaan in de schutterij broederschappen van Sint Maarten.
Attributen
Martinus wordt vaak met een rode mantel, een zwaard en te paard afgebeeld.
Overige
Na Sinterklaas is Sint Maarten in bepaalde streken nog steeds een belangrijk volksfeest.
Het feest van Sint Maarten, wordt op 11 november gevierd. In de avond, zo tussen zes en acht uur gaan kinderen langs de deuren, een lampion in de hand. Als de deur wordt opengedaan zingen ze liedjes ter ere van Sint Maarten. Voor het zingen krijgen de kinderen meestal iets van fruit, drop of andere snoep.
Op sommige plaatsen worden lampionoptochten met de kinderen gehouden. Soms rijdt Sinte Maarten zelf aan het hoofd van de stoet. In een enkel geval wordt aan het einde van de tocht zijn mantel in tweeën gesneden en wordt de helft ervan aan een arme bedelaar uit de optocht gegeven.
Ook worden Sint-Maartensvuren ontstoken, met name in Limburg.
Daarnaast is er het gebruik om gans te eten. Dit hangt samen met het eindigen van het boerenseizoen. In Duitsland (bijvoorbeeld in Keulen en Mönchengladbach) worden “Sint Maartenspenningen” uitgedeeld.