De apocriefen van het Nieuwe Testament
In de bijbelse literatuur wordt onder ‘apocriefen’ een hoeveelheid esoterische geschriften verstaan, die het leven van Jezus, Maria of andere belangrijke christelijke thema’s aansnijden. Ze werden aanvankelijk hoog werden gewaardeerd, later toegestaan. Uiteindelijk werden de geschriften uitgesloten uit de canon van het Nieuwe Testament.
In de brede zin van het woord betekent ‘apocrief’ thans geschriften van dubieus gezag, in het bijzonder evangeliën, handelingen en brieven. Ze werden alleen door individuele christelijke schrijvers of door kleine ketterse groepen geaccepteerd, maar niet door de successievelijke kerkvaders. De oorspronkelijke taal van de apocriefe geschriften is niet altijd zeker, maar de meeste zijn in het Grieks geschreven.
Een hardnekkig vooroordeel is, dat het Vaticaan publicatie en onderzoek naar deze gnostische bronteksten tegenhoudt, en ook een aantal documenten stevig in haar kluis achter slot en grendel houdt. Wel is het zo, dat we met deze teksten de randen van het katholieke geloof bereiken of zelfs over de rand vallen.
Hieronder lees je achtergronden van de geschriften, en achter deze link geven we je een overzicht van de verschillende apocriefen.
Gnostiek
Eén van de dwaalleren die kort na de opkomst van het christendom ontstonden was die van de gnosis. De teksten, die hier worden aangehaald, vallen in meer of meerdere mate onder deze stroming. In de gnostiek staat innerlijke kennis die de mens met God kan verenigen centraal, evenals het verlangen naar de verlossing uit deze boze wereld door de eenwording met de Allerhoogste. De leer werd in de eerste eeuwen van de kerk door de meerderheid van de christenen als de aartsvijand van het ware christelijke geloof beschouwd. En ook thans, nu door de vondst van gnostische geschriften deze beweging een opleving meemaakt, blijft de kerk bijzonder waakzaam wat deze teksten betreft. Ze werpen weliswaar een nieuw licht op de ontstaansgeschiedenis van het christendom, maar zijn niet verenigbaar met de katholieke leer. Het Vaticaan waakzaam bij de teksten en de gnostische stroming. Zo wordt New Age als neo-gnostische stroming beschouwt en niet verenigbaar met de katholieke leer.
Nag Hammadi
In 1945 werd in Boven-Egypte bij de plaats Nag Hammadi door een boer een kruik gevonden, waarin zich dertien oude lederen banden met beschreven papyrusbladen bevonden. Door allerlei omstandigheden duurde het tot de jaren ’70 voordat de 52 geschriften konden worden gefotografeerd en vertaald. Het bleken merendeels gnostische geschriften te zijn, die oorspronkelijk in het Grieks waren geschreven, maar later in het Koptisch, de taal van de Egyptische christenen. Al spoedig kwamen vier van hen in de publiciteit; hieronder volgen enkele bijzonderheden.
|
|
De naam Nag Hammadi staat synoniem aan het Thomas-evangelie. Dat wil zeggen, bij deze Egyptische plaats vonden twee boeren in 1945 een handschrift van een nog onbekend evangelie. Het lijkt een ongeordende reeks losse uitspraken (114 in totaal) te zijn van Jezus. Het is onbekend wie de teksten heeft opgeschreven. In het manuscript wordt Judas Thomas genoemd, vandaar de naam Thomas-evangelie. Dit manuscript, waarin de naam Judas Didymus Thomas voorkomt, bevat 114 niet geordende uitspraken van Jezus. Over de datering is men het niet eens
|
De auteur Jos Stollman heeft de logica van de teksten bestudeerd in zijn boek 'Jezus, Zen-Meester'. Hij belicht daarin de rol van Jezus als spirtueel/mystieke leraar, zo beschrijft
De Limburger in 2001. Rond 1960 wordt het boek als ketters beschouwd. Het boek is weliswaar nooit in de ban gedaan, maar het is ook nooit opgenomen in de Bijbel.
In de tekst wordt gesproken over de ouders van Maria en hoe de heilige Anna uiteindelijk van haar zwanger werd. Het geschrift is waarschijnlijk in het midden van de 2e eeuw geschreven.
Het verhaal gaat zo. Al 20 jaar is het huwelijk van Anna en Joachim kinderloos. Als Joachim in de woestijn zich terugtrekt verschijnt een engel die hem verteld dat Anna zwanger wordt. Joachim moet dan wel naar de Gouden Poort in Jeruzalem, alwaar hij - teken Gods - Anna zou ontvangen. Anna ontvangt dezelfde boodschap en op het moment dat het echtpaar elkaar bij de poort omhelst, is zij zwanger.
De originele tekst van dit evangelie ontstond waarschijnlijk tussen 180 en 200. Het document werd in 1896 in Cairo gevonden, maar pas in 1955 naar buiten gebracht. Maria Magdalena komt in de tekst naar voren als een volgeling van Jezus, maar een bijzondere band met Hem wordt door Petrus en Andreas bestreden.
Evangelie van Judas
In maart 2005 zitten onderzoekers op hun puntje van hun stoel. In die maand wordt het Evangelie van Judas, eeuwenlang verloren gewaand, teruggevonden en publiceert het Parool onderdelen van de tekst, meldt Dagblad Trouw op 26 maart 2005. De vondst van het gnostieke document uit de 2de eeuw na Christus is spectaculair, zegt koptoloog Jacques van der Vliet.
Het geschrift dateert waarschijnlijk uit de tweede helft van de 2e eeuw en spreekt voornamelijk over Judas Iscariot. Deze wordt niet als verrader maar juist als een vroom en gelovig man afgeschilderd. Hij zou tegen zijn wil gedaan hebben wat Jezus van hem verlangde: Hem verraden aan de joden en Romeinen. Net als bij het Thomas-evangelie is niet duidelijk of Judas zelf de schrijver is.