De dood van Jezus (Mt. 27, 45-54)
[45] Vanaf het zesde uur viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur. [46] Rond het negende uur riep Jezus met luide stem uit: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?
[47] Sommigen die daar stonden, hoorden dat en zeiden: ‘Hij roept Elia.’ [48] Meteen rende een van hen weg om een spons te halen, doopte die in wijn, stak hem op een rietstok en wilde Hem te drinken geven. [49] Maar de anderen zeiden: ‘Niet doen! Laten we eens kijken of Elia Hem komt redden.’ [50] Maar Jezus schreeuwde opnieuw luidkeels en gaf de geest.
[51] Op dat ogenblik scheurde het voorhangsel in de tempel van boven tot beneden in tweeën. De aarde beefde, de rotsen spleten uit elkaar, [52] de graven gingen open en de lichamen van veel heiligen die ontslapen waren, werden tot leven gewekt.
[53] Toen Jezus zelf tot leven was gewekt, kwamen ze uit de graven en gingen ze naar de heilige stad, waar ze aan velen verschenen. [54] Toen de centurio en zijn mannen, die bij Jezus de wacht hielden, de aardbeving zagen en wat er allemaal gebeurde, werden ze vreselijk bang.
Ze zeiden: ‘Werkelijk, Hij was de Zoon van God.’
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Willibrordvertaling,
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.