Aartsbisdom Utrecht
|
Omvang
Het aartsbisdom omsluit de provincies Utrecht, Gelderland, Overijssel (behalve de Noordoostpolder die tot het bisdom Groningen behoort) en het noordelijk deel van Flevoland. Er zijn (2000) ruim 834.000 geregistreerde katholieken, 22% van de bevolking. Het aartsbisdom telt 243 zielzorgeenheden, een wat administratieve term voor parochies of gezamenlijke parochieverbanden). |
|
Kardinaal dr. A.J. Simonis
Diakenwijding: 22-9-1956
Priesterwijding: 15-6-1957
Bisshopswijding: 20-3-1971
Hulpbisschop dr. G.J.N. de Korte
Diakenwijding: 10-1-1987
Priesterwijding: 5-9-1987
Bisschopswijding: 2-6-2001 |
|
Geschiedenis
Als eerste bisschop van Utrecht geldt Willibordus. Hij werd in 695 aartsbisschop van de Friezen werd en kreeg in 703 of 704 de stad Utrecht als zetel toegewezen door de Frankische hofmeier Pepijn II van Herstal.
Na zijn dood in 739 kwam het bisdom onder de hoede van Bonifatius, sinds 722 aartsbisschop voor de Germanen ten oosten van de Rijn. Voor zover valt na te gaan, stelde Bonifatius tweemaal een bisschop aan, Wera (?) en Eoba. Vanaf 925 behoort het bisdom toe aan het Duitse rijk. In de Late Middeleeuwen probeerden Bourgondiërs en Habsburgers hun invloed over het bisdom uit te breiden door familieleden tot bisschop te laten benoemen, zoals David en Filips van Bourgondië. In 1559, bij de kerkelijke herindeling van de Nederlanden, werd Utrecht zetel van een aartsbisschop. In 1580 werd het katholicisme in Utrecht verboden en het aartsbisdom opgeheven. Pas in 1853 werd in Nederland de bisschoppelijke hiërarchie hersteld en kreeg Utrecht weer een aartsbisschop.