Citaten van Meester Eckhart
Alle dingen zijn God zelf.
Waarom spreek je over God? Wat je ook van Hem zegt, is onwaar.
Enkel zij die durven los te laten zullen de moed kunnen opbrengen om opnieuw binnen te gaan.
Zolang ik dit of dat ben, of dit of dat heb, ben ik niet alle dingen en heb ik niet alle dingen.
Zuivert u, tot ge noch dit of dat zijt of hebt, dan zijt ge alomtegenwoordig en door noch dit noch dat te zijn, zult ge alles zijn.
Hoe meer God is ín alle dingen, hoe meer is Hij er buiten. Hoe meer Hij is van binnen, hoe meer van buiten.
Zijn is God. God en zijn, zijn het zelfde - of God heeft het zijn van een ander en is dus zelf niet God. Alles wat is, heeft het feit van zijn bestaan door te zijn en uit het zijn. Als daarom Zijn iets anders is dan God, ontleent een ding zijn bestaan aan iets anders dan God. Bovendien is er niets dat aan het zijn voorafgaat, want dat wat het zijn verleent, schept en is schepper. Scheppen is het zijn geven uit niets.
God is een grote onderaardse rivier die door niemand ingedamd kan worden en die door niemand kan worden gestopt.
Hij die uit liefde lijdt, lijdt niet, want alle leed is vergeten.
Om de ziel te peilen moet men ze peilen met God, want de Oorsprong van God en de Oorsprong van de ziel zijn een en de zelfde. God en Godheid zijn zo verschillend als hemel en aarde. De hemel staat duizenden mijlen boven de aarde, en zo staat ook de Godheid boven God. Als ik God wil kennen zal ik Hem moeten worden, en Hij mij. God doet mij geboren worden als zich zelf, en zich zelf als mij en mij als zijn wezen en zijn natuur.
Tijd is wat het licht er van weerhoudt ons te bereiken.
Wie God wil bereiken, moet zijn eigen bodem gewaar worden.
Het is alsof God een muur heeft opgericht tussen Hem en ons. Alle dingen zijn louter niets. Ik zeg niet dat zij nietig zijn of dat zij iets zijn, maar dat zij slechts niets zijn. Niets staat de kennis van God zozeer in de weg als tijd en ruimte, want tijd en ruimte zijn fragmenten, terwijl God één is! En daarom, als de ziel God wil kennen, moet zij hem boven de tijd en buiten de ruimte kennen; want God is niet dit noch dat, aangezien die gemanifesteerde dingen zijn. God is Één!
Wij zijn zelf de oorzaak van onze belemmeringen; neem je dus in acht voor jezelf, dan neem je je goed in acht.
Het NU waarin God de eerste mens schiep en het NU waarin de laatste mens verdwijnt en het NU waarin ik spreek, zijn alle hetzelfde in God waarin alleen HET NU is...
De gebeurtenissen van duizend jaren geleden, dagen die millennia geleden werden doorgebracht, zijn in eeuwigheid niet verder af dan dit moment wat ik nu beleef; de dag die over duizend jaar of zoveel jaren als je kunt tellen komt, is in eeuwigheid niet verder weg dan dit ogenblik dat ik nu beleef. Wat is het leven? Wat van binnenuit, uit zichzelf beweegt. Wat van buitenaf wordt bewogen is geen leven. Als ik deze zegen van eenheid bereik, dan zijn alle dingen in mij en in God, en waar ik ben daar is God, en waar God is daar ben ik. God doet mij geboren worden als zich zelf, en zich zelf als mij en mij als zijn wezen en zijn natuur.