Viering voor de Tweede Adventsweek
In de naam van de Vader, de Zoon en de heilig Geest, Amen.
Welkom:
Broeders en zusters, van harte welkom op deze adventbezinning. Vorige week vroeg de Heer ons om waakzaam te zijn voor waar het uit-einde-lijk in ons leven op aankomt: de komst van God in ons eigen mensenbestaan Luisteren we vandaag naar de oproep tot bekering door de profeet Johannes de Doper. Laten we eerst het lied zingen:'Heer wij roepen om erbarmen' strofe 1 en 2
Duiding evangelie:
Tijdens de Advent spreken de profeten ons zowel over grootse beloften als over dreigementen. Beiden zijn gericht op dit ene: dat wie het hoort zich bekeert. Zij konden zich niet neerleggen bij de lauwheid en de halfslachtigheid die ze rondom zich zagen, omdat ze weet hadden van de hoge roeping van de mens en van datgene wat God met heel zijn schepping voorheeft. Daarom weerklinkt ook vandaag nog voor ons de oproep van Johannes de Doper.
Evangelie: Mt.3,1-12
In die tijd trad Johannes de Doper op en predikte in de woestijn van Juda: "Bekeert u, want het rijk der hemelen is nabij. Deze toch is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zeide: Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht." Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lenden. Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen trok Jeruzalem, Judea en heel de Jordaanstreek naar hem uit en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden. Maar toen hij vele Farizeeën en Saduceeën zag komen om gedoopt te worden, sprak hij tot hen: "Adderengebroed, wie heeft u voorgespiegeld, dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten? Brengt liever vruchten voort die passen bij bekering, en neemt niet een houding aan, alsof ge bij uzelf zegt: Wij hebben Abraham tot vader! Waarachtig, ik zeg u, dat God de macht bezit voor Abraham uit deze stenen kinderen te verwekken! Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen. Elke boom die geen vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen.
Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren; maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen
Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer grondig zuiveren; zijn tarwe zal Hij in de schuur verzamelen, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur."
(korte stilte)
Om aan bekering te kunnen werken moeten we eerst beseffen waar we in feite aan toe zijn. Wij kunnen maar 'met heel ons hart, heel onze ziel, al onze krachten en heel ons verstand' God en de naaste liefhebben, als we eerst beseffen wat er werkelijk in ons omgaat. Anders maken we ons illusies. De ontmaskering van het kwaad in de mens is maar de donkere keerzijde van de lichtende mogelijkheden die elke mens in zich draagt. God kan met ons pas grote dingen doen als wij eerst zijn licht laten doorstralen tot in onze diepste duisternis, als wij voor Hem werkelijk niets meer te verbergen hebben en ons laten kennen zoals wij door Hem gekend zijn. Maar dat zou ondraaglijk zijn zo er niet aan de andere kant die lichtzijde was waarin God ons wil opnemen.
Godsmannen in de Schrift verwoorden een ongenadige ontmaskering van de mens, om hem daarna op te tillen tot een hoogte waarvan hij geen vermoeden heeft. Tussen die twee ligt de levensweg : bekering, er met Gods genade aan werken, niet moe worden en het nooit opgeven. Daartoe worden wij uitgenodigd in deze tweede adventsweek.
Stilte
Psalm 86
Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren;
ik ben ongelukkig en arm.
Bescherm mij, want U ben ik toegewijd,
draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U.
Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij,
voortdurend roep ik tot U.
Verblijd het hart van uw dienaar, Heer ,
ik richt mij tot U vol vertrouwen.
Gij zijt immers goed en genadig, Heer,
barmhartig voor elk die U aanroept.
Luister dan, Heer, naar mijn bidden,
geef acht op mijn smekende stem.
In tijden van onheil roep ik tot U,
ik weet dat Gij mij verhoort.
Geen godheid , o Heer, is aan U gelijk,
geen werk zo groot als het uwe.
Eens komen de volken, uw schepselen, weer
om U te aanbidden, uw Naam te loven.
Leer mij dus uw weg, om die trouw te volgen,
vervul mijn hart met ontzag voor uw Naam.
Dan zal ik van harte U danken, mijn God,
uw Naam in eeuwigheid loven.
Want groot was uw medelijden voor mij,
Gij hebt mij verlost uit het rijk van het kwaad.
Gij, Heer mijn God, zijt barmhartig en goed,
geduldig, mild en betrouwbaar.
Let dan op mij, heb erbarmen met mij,
en schenk uw dienaar uw kracht.
Eer aan de Vader, de Zoon en de heilig Geest,
Zoals het was in het begin en nu en altijd,
in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Stilte
Woorden als bezinning voor de tweede adventsweek
In die dagen kwam Johannes de Doper verkondigen: 'Bekeer je, want het koninkrijk van God is nabij.' Hij is het over wie Jesaja zei: 'Bereid de weg van de Heer!'
Bekeer je
- zegt God -
en durf resoluut kiezen
voor de weg van het evangelie
en van de dienende liefde.
Zorg dat je hart openstaat
wanneer ik in jou mens wil worden
en wanneer ik je uitnodig
om met Mij te bouwen
aan een rechtvaardige
en mensvriendelijke wereld.
Ik heb je nodig
om aan mijn liefde
handen en voeten te geven
en om mijn tederheid
voelbaar en ervaarbaar te maken
voor armen, kleinen en eenvoudigen.
LIED: Uitkijkend naar Gods licht in ons diepste zijn en in de wereld, zingen we strofe 3 en 4 van het lied: 'Heer, wij roepen om erbarmen'.
Afsluitend gebed:
Almachtige God, laat de dageraad van uw glorie aanbreken over ons. Verdrijf uit ons wat nacht en duister is. Laat iedereen het weten, dat wij kinderen van het licht geworden zijn door het licht van uw Zoon, Jezus Christus onze Heer. Die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Zegenwens:
De Heer schenke ons zijn zegen,
Hij beware ons voor onheil en geleide ons tot eeuwig leven.
Amen.
Loven wij de Heer,
Wij danken God.
(Bron: Kerknet Vlaanderen)