Viering voor de Derde Adventsweek
In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Welkom:
Broeders en zusters, van harte welkom op deze derde en laatste adventsbezinning als voorbereiding op Kerstmis. In deze adventstijd hoorden wij de oproep van de profeten Jesaja en Johannes de Doper. Wij zijn ingegaan op deze oproep om weg te trekken uit de duisternis om ons te keren naar het licht van Christus.
Vandaag horen we de engel die evenals de profeten een boodschap komt brengen. Engelen - zo zien we dikwijls in de Schrift -zijn boodschappers van God en werpen licht op de genade die God ons geven wil, zoals Hij ook deed voor Jozef en Maria. Zingen we als inleiding strofe 1en 2 van het lied: "Maria, poort van Gods genade."
Duiding evangelie:
Zoals de engel Gabriël reeds de boodschap van Godswege bracht aan Maria, brengt hij ook aan Jozef een boodschap van Godswege. Het
evangelie verhaalt ons hoe Jozef zich richt naar God in de situatie waarin hij komt te staan en hoe hij luistert naar de engel die hem uitnodigt om in te gaan op wat God van hem vraagt: Jezus laten geboren worden doorheen Maria, zijn vrouw; de ruimte geven om God's zoon de Redder van zijn volk te laten zijn. Luisteren we naar het
Evangelie volgens Matteus (1,18-24)
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze:
Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij erover in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: "Jozef, zoon va David, wees niet bevreesd Maria , uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want hij zal zijn volk redden uit hun zonden." Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: "Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en men zal hem de naam Immanuël geven." Dat is in vertaling: God met ons.
Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.
Voor Jozef is het voorval met Maria, zijn verloofde een moeilijke situatie, alles wijst toch op ontrouw. Zijn besluit om Maria te verstoten ligt dan ook voor de hand - de wet zelf voorziet het toch immers!
Wel is Jozef rechtschapen. Hij wil 'in stilte' van haar scheiden. Nu zegt het verhaal iets niet, wat wij er toch mogen in lezen: Jozef brengt zijn voornemen bij God ter sprake. Hij overwoog dit alles. Hij geeft God op zijn minst de kans hem iets duidelijk te maken, al was het maar door de droom waarin de engel van de Heer tot hem spreekt niet als inbeelding weg te wuiven. Hij luistert werkelijk naar de engel die een licht werpt op zijn situatie en doet dan ook wat deze hem 'van Godswege' vraagt.
Jozef houdt de deur naar God open en beseft de zin van de Schriften, die ook alweer iets onmogelijks voorhouden: dat het verwachte kind 'van de heilige Geest' is. En toch... Jozef zal voortaan een heel andere weg opgaan dan hij zelf gewenst had. Hij heeft God zeker om een wegwijzer, om een teken gevraagd met de daaraan verbonden risico's. Hij zal, net als zijn vrouw, Maria, zwaar op de proef gesteld worden. Van hem wordt volle medewerking gevraagd. Zo is God in de wereld willen komen en wil Hij in ons blijven komen: met de volle medewerking van mensen die Hem de ruimte laten om tekenen te geven, die de Schriften lezen om zijn wil te verstaan, en die bereid zijn de offers te brengen die Hij vraagt.
Stilte
Psalm 98
Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.
Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.
Geheel de aarde aanschouwde
wat God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.
Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel.
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer uw koning.
De zee stemt in met al haar gedierte,
de aarde met al wat daar leeft;
De beken klateren bijval
de bergen jubelen mee.
Zij groeten de Heer, die nabij komt,
die nadert als koning der aarde.
Rechtvaardig bestuurt Hij de wereld,
de volken met billijkheid.
Eer aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest,
Zoals het was in het begin en nu en altijd
in de eeuwen der eeuwen . Amen.
Stilte
Woorden als bezinning voor de derde adventsweek
Wees niet bevreesd.
Ze zijn er
- zegt God -
'weg - wijzers'.
Sta er bij stil.
Engelen van mensen soms
die ruimte vragen,
die ons weg wijzen van onszelf,
die ons naar God verwijzen;
die licht werpen op wat duister is.
Engelen van mensen soms
die 'van Godswege'
een licht werpen op Zijn genade
in onze levenssituatie.
Sta er bij stil
- zegt God -
Luister naar hen.
Dan kun je op weg gaan
zoals Maria en Jozef
die met heel veel twijfel
en met heel grote vraagtekens
ingingen op mijn vraag:
Mijn Zoon een warme thuis geven;
Hem verwachten en
laten geboren worden in jouw levenssituatie.
Lied: Loven we zingend met Maria de Heer, opdat wij mogen groeien in Hem. Zingen we strofe 3 en 4 van "Maria Poort van Gods genade".
Afsluitend gebed:
God, Gij hebt U uitgesproken in het Woord dat de onbevlekte maagd Maria, bij de boodschap van de engel, in haar schoot ontvangen heeft.
Verlicht en van uw Geest vervuld, heeft zij haar Heer gedragen die met zijn godheid in haar woonde. Moge ook aan ons uw wil geschieden, dat vragen wij U door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst door de eeuwen der eeuwen. Amen.
Zegenwens:
De Heer schenke ons zijn zegen;
Hij beware ons voor onheil en geleide ons tot eeuwig leven. Amen.
Loven wij de Heer,
Wij danken God.
Wij danken u voor het meebidden tijdens deze advent en wensen u een Zalige Kersttijd.
Loflied van Maria
Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God mijn Verlosser.
Zijn keus viel op zijn eenvoudig dienstmaagd:
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is zijn Naam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Hij doet zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen;
Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
Behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met ledige handen.
Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan,
zijn milde erbarming indachtig;
Zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
(Bron: Kerknet Vlaanderen)