Anselmus van Canterbury
Andere namen:
Gedachtenis: 21 april
Heiligverklaring:
Levensbeschrijving
Een soort haat- en liefdeverhouding was het die monnik, priester, theoloog en filosoof Anselmus in het begin van de tiende eeuw met de koningen van Engeland had. Diep in zijn hart was Anselmus het liefst monnik geworden en gebleven, maar door de talenten die hem gegeven waren, en door Gods wil gedreven, belandde hij toch in de hogere regionen van de Kerk. Niet dat dat zonder slag of stoot ging, maar ja, dat was hij inmiddels gewend.
Anselmus, die in 1033 in het Italiaanse Aosta wordt geboren, weet al op vijftienjarige leeftijd na een vrome en ijverige jeugd dat hij het klooster in wil. Zijn moeder juicht het toe, maar palief - een gezien notabele - maakt duidelijk dat dat er echt niet in zit. Anselmus is er zo van overstuur dat hij eerst ziek wordt en na het overlijden van zijn moeder zijn kop in de wind gooit. De bezinning komt pas weer een paar jaar later, wanneer hij na omzwervingen in Frankrijk in contact komt met zijn landgenoot Lanfranc die in Bec een klooster leidt. De oude wens komt in alle hevigheid terug en Anselmus treedt in als monnik. Zijn pientere kijk op de dingen en zijn vrome toewijding brengen hem in 1060 - als hij nog maar dertig is en drie jaar in het klooster is - de opvolging van Lanfranc als prior. Niet iedereen is er zo gelukkig mee, maar elke onbehoorlijke bejegening antwoordt hij met vriendelijkheid, haat met bemoediging en boosheid met een onuitputbaar geduld. Bijna twintig jaar later resulteert het in zijn verkiezing tot abt van het klooster.
Jarenlang legt hij zich toe op de studie en oefent hij zich in alle mogelijke deugden die hij nog hard nodig zal hebben. Zijn frequente aanwezigheid in Engeland - vanwege zijn nieuwe functie - maakt hem zo bekend en geliefd dat Willem de Veroveraar op zijn sterfbed Anselmus wenst te spreken. Anselmus' oude prior Lanfranc, intussen al enkele jaren aartsbisschop van Canterbury, komt te overlijden. Maar niet getreurd, het volk weet wel raad: Anselmus moet gewoon zijn opvolger worden.
Het is vanaf die tijd dat hij het achtereenvolgens aan de stok zal krijgen met koning Willem II en later koning Henry II van Engeland. Willem II dwingt Anselmus in 1093 tegen diens uitdrukkelijke wens in tot het aanvaarden van de bisschopszetel. De 'machtstrijd' die dan tussen de wereldlijke despotische koningen en de vrome maar standvastige Anselmus ontstaat, concentreert zich jaren rond het probleem van de investituur: de koning hield zich het recht voor bisschoppen en abten wel of niet te aanvaarden en Anselmus weigert dat. In de jaren die volgen verkeert hij meer dan eens voor enkele jaren noodgedwongen in het buitenland, omdat de koning hem heeft verbannen of op missie gestuurd om de investituurzaak met de paus op te lossen.
Het verblijf in het buitenland komt Anselmus niet helemaal ongelegen, want nu kan hij ongestoord aan zijn boeken werken, waaronder het meest bekende Cur Deus homo?, waarin hij verdedigt waarom God wel mens moest worden om de mensen te verlossen. Zijn levensvisie en -werk, namelijk het geloof door redenatie te verdedigen, hebben hem de titel van 'vader van de scholastiek' opgeleverd, en later de titel van kerkleraar.
Uiteindelijk keert Anselmus rond 1107 weer terug naar Engeland, waar koning Henry afziet van het wel of niet aanvaarden van bisschoppen en abten, zolang zij wel belasting aan de kroon betalen voor hun bezittingen. Het contact tussen de aartsbisschop en de koning wordt zo goed, wat helemaal het karakter van Anselmus tekent, dat de koning hem over Engeland laat waken waneer hij zelf afwezig is.
Anselmus sterft een vredige dood op 21 april 1109.