Madeleine Sophie Barat
Andere namen:
Gedachtenis: 25 mei
Heiligverklaring: 1925
Levensbeschrijving
Mama en papa Barat zijn zo blij met hun dochtertje Madeleine, die in december 1779 in het Franse Joigny als jongste telg in het gezin wordt geboren. En broer Louis, die elf jaar ouder is, ziet het helemaal voor zich. Hij zal zo goed voor zijn kleine zusje zorgen dat ze een minstens zo goede opleiding krijgt als de jongens in die tijd. Wanneer hij als 22-jarige van zijn studie terugkeert en les gaat geven aan het seminarie, neemt hij ook zijn zusje, die dan zelf elf is, onder zijn hoede. Ze studeren samen Latijn, Grieks, Spaans, Italiaans, geschiedenis, wiskunde en natuurkunde. Madeleine vindt het allemaal geweldig en - zonder het zelf te weten - streeft ze de leerlingen van haar broer met gemak voorbij. Het is voor Louis wel duidelijk dat hij een bijzonder zusje heeft.
De veelbelovende ontwikkeling van Madeleine wordt korte tijd bruut stopgezet wanneer Louis tijdens de Franse Revolutie in de gevangenis terechtkomt. Maar hij weet te ontsnappen naar Parijs en haalt ook zijn zusje daar naartoe om haar voor te bereiden op het religieus leven, waar ze sterk naar verlangt. Ze studeert godsdienst en ontwikkelt zich tot een charmante vrouw. Ze wil graag karmelietes worden, maar weer is het haar grote broer Louis die een beslissende draai aan haar leven geeft.
In zijn contacten met priesters die hopen deel uit te gaan maken van de jezuïeten zodra die orde weer in ere hersteld is (vanaf 1814), ontmoet hij pater Varin met wie hij over zijn geliefde zusje spreekt. En hoewel pas twintig lentes jong, is zij de persoon die pater Varin zoekt voor een op te richten vrouwelijke tak van de sociëteit van Jezus, speciaal gewijd aan de aanbidding van het Heilig Hart van Jezus en met de opdracht jonge meisjes te onderwijzen. Madeleine aanvaart het voorstel als Gods plan. En samen met drie vriendinnen doet zij op 21 november 1800 haar eerste toewijding, tevens de geboortedatum van de Sociëteit van het Heilig Hart. Een klein jaar later wordt het eerste klooster in Amiens geopend, en Madeleine gaat er haar taak van lesgeven vervullen.
In de zomer van 1802 is zowel het aantal zusters als de school flink gegroeid en pater Varin vindt het tijd voor een krachtige en liefdevolle leiding. En hoewel nog steeds de jongste van het stel, wordt Madeleine (23) unaniem tot moeder-overste gekozen. Als eerste daad knielt zij neer en kust de voeten van ieder van haar zusters. Een nederigheid die haar leiderschap gedurende de 63 jaar dat ze aan het hoofd van de sociëteit staat, kenmerkt.
Moeder Barat - in 1806 wordt zij tot algemeen overste gekozen - schrijft samen met pater Varin de regel voor de sociëteit en verkrijgt in 1926 de goedkeuring van Rome. Zo'n veertig jaar reist ze de ruim honderd kloosters af, die er onder haar bezielende leiding bijkomen; niet alleen in Frankrijk, maar ook in Noord-Amerika (1818), Italië (1828), Zwitserland (1830), België (1834), Algiers (1841), Engeland (1842), Ierland (1842), Spanje (1846), Nederland (1848), Duitsland (1851), Zuid-Amerika (1853) Oostenrijk (1853) en Polen (1857). Ze schrijft duizenden brieven en organiseert synodes om ervoor te zorgen dat de originele geest van de sociëteit bewaard blijft.
In al die jaren zijn er een paar flinke hobbels te overwinnen. Maar moeder Barat houdt de sociëteit bij elkaar en levend. Die invloed ligt niet alleen aan haar natuurlijke charme die iedereen die ze ontmoet treft, maar meer nog in het constante gebed, in de strenge religieuze vorming die zij voor haar zusters wenst en in haar bijna bovennatuurlijke kijk op het onderwijs.
Op Hemelvaartsdag in 1865 blaast moeder Barat in het moederhuis van de sociëteit te Parijs haar laatste adem uit. In 1925 wordt ze heilig verklaard.