Eeuwige glimlach
De herfst dwarrelde naar binnen
met zo'n onzeker bericht
kwam 't einde nu in zicht
't keerde ons allen te bezinnen
weemoedig zagen we om in herfsttooi
't was 'n bont palet dat verkleurde
wijl penseelstreken nog geurden
naar 't frisgroen zomermooi
zuchtje voor zuchtje naar het eind
gelouterd in het laatste vuur
lovert zich heel de natuur
juist dan in haar mooiste teint
goudgele blaren in rode vuurgloed
eeuwige glimlach op zijn gezicht
in 't kontrast van donker en licht
verwarmen zij het droef gemoed
dankbaarheid voor samenléven en lieven
voor alle licht van hem uitgegaan
doet het hart vertrouwvol openstaan
om elkaar in die geest voort te lieven
zo herinneren ons vader hier ter neer
voedt de balsem voor het lijden
van 't alt te vroeg verscheiden
geeft 't hart zijn glimlach weer
José van de Rijdt
(bij de uitvaartsdienst van mijn vader)