Pater Damiaan
Andere namen:
Gedachtenis: 23 februari
Heiligverklaring: officieel niet, wel verheven tot kerkleraar in 1828
Levensbeschrijving
Van varkenshoeder tot kerkleraar. Het lijkt een sprookjescarrière. Maar zo eenvoudig was het niet voor Peter Damiaan. Hij voerde zijn leven lang een verwoede strijd tegen onrecht, niet om er beter van te worden, maar uit eer voor God en liefde voor de Kerk.
Al meteen vanaf zijn geboorte in 1007 wordt het 'strijden' hem met de paplepel ingegeven. Enkele van zijn broers zijn allerminst blij met de komst van hun jongste broertje: weer een mond en erfgenaam erbij, en er is al niet veel te verdelen in het arme Italiaanse gezin. Zijn moeder laat hem uit pure wanhoop aan zijn lot over, maar een doortastende vriendin brengt haar weer tot zinnen. Erg lang mag Peter er niet van genieten, want zijn ouders sterven als hij nog maar klein is.
Van zwaar wordt het dan nog zwaarder. Een van zijn broers adopteert hem, maar van broederliefde is geen sprake. Peter krijgt niet voldoende te eten en wordt gedwongen de varkens te hoeden. Gelukkig voor Peter ontfermt een meer liefhebbende broer zich dan over hem en laat hem studeren. Dit is een schot in de roos: Peter doorloopt zijn studie glansrijk en is al op zijn 25e zelf een befaamd leraar. Een veelbelovende toekomst ligt voor hem in het verschiet. Uit dank zal Peter de naam van zijn broer Damiaan aan zijn eigen naam toevoegen.
Maar het idee van wereldse roem kan Peter Damiaan niet behagen. Het boetekleed onder zijn nette kleding, zijn zelf opgelegde vasten, waken en bidden zijn hem niet genoeg. Hij verlangt naar een leven uitsluitend gewijd aan God. Na een korte oriëntatie bij de eremieten van Fonte Avellana zegt hij op negenentwintigjarige leeftijd zijn familie, vrienden en positie aan de universiteit vaarwel en wordt kluizenaar-monnik.
De eremieten leven volgens de regel van de heilige Benedictus, met evenwel nog strengere beperkingen voor het vasten en andere verstervingen. Maar ook dit is hem niet voldoende: in zijn overdadige ijver legt Peter Damiaan zichzelf nog meer beperkingen op, met als gevolg dat hij zwaar ziek wordt. De vreselijke hoofdpijnen en slapeloosheid die hem kwellen, waar hij als door een wonder van geneest, hebben hem de eer van patroon tegen hoofdpijn verschaft.
Zoveel ijver blijft natuurlijk niet ongezien. Zijn overste draagt Peter Damiaan op om zijn medebroeders te onderrichten, en al snel roepen ook de omringende kloosters om het bezielende optreden van de monnik. Peter Damiaan wordt een gevreesde en geliefde bekendheid; meester in het Latijn, kenner van de Schrift en de kerkvaders, dichter en denker. Zonder schroom trekt hij ten strijde tegen de wantoestanden in de Kerk, zoals het kopen en verkopen van kerkelijke ambten en de vele gehuwde priesters.
Zijn roem strekt tot de Heilige Stoel en paus Stephanus X moet en zal de monnik inzetten voor het herstel van de kerkelijke tucht. Peter Damiaan weigert tot enkele keren toe een benoeming tot kardinaal-bisschop van Ostia - en daarmee hoofd van het kardinalencollege -, maar uiteindelijk zwicht hij voor het dreigement van excommunicatie. Gegrepen door de verantwoordelijkheden van een kardinaal, schrijft hij zijn collega-kardinalen aan en maant hen een lichtend voorbeeld te zijn voor de gelovigen.
Tussen 1057 en 1072 gaat hij op diverse diplomatieke missies, hem door de Heilige Stoel opgedragen. In 1072 wordt hij naar zijn geboorteplaats Ravenna gestuurd om de inwoners weer met de paus te verzoenen. Hij slaagt in zijn opdracht, maar onderweg naar huis wordt de 65-jarige kardinaal ernstig ziek. In Faenza moet hij op 23 februari zijn strijd opgeven om thuis te komen bij zijn Schepper.
Hij is nooit officieel heilig verklaard, maar zijn roem, de devotie direct na zijn overlijden en zijn geschriften deden paus Leo XII in 1828 besluiten deze verering tot de gehele Kerk uit te breiden en hem de titel van kerkleraar te verlenen.