Liduina van Schiedam
Andere namen: Lidwina
Gedachtenis: 14 april
Heiligverklaring: 1890
Levensbeschrijving
De ouders van Lidwina van Schiedam heetten Peter Janszoon en Petronella en kregen liefst negen kinderen. Lidwina, hun enige dochter, werd tussen 1380 en 1386 geboren. Toen ze als jong meisje aan het schaatsen was, kwam ze ten val en brak een rib. Het herstel vlotte niet, ze kreeg er andere kwalen bij en vanaf 1399 kon ze niet meer van haar ziekbed opstaan. Haar ziekte werd steeds erger en uiteindelijk stierf ze ruim dertig jaar later op 14 april 1433.
Ze wilde zich tijdens haar ziekbed verenigen met het lijden van Christus en kreeg verschillende hemelse verschijningen die haar troostten. Een engel vervoerde haar naar het Heilig Land, waar ze het kruis van Christus mocht omhelzen. In een visioen tijdens een kerstnacht zag ze Maria met een grote stoet maagden, waarin ze ook zelf was opgenomen. In een ander visioen werd ze naar het hemels paradijs gebracht, waar Maria haar een kleurige en geurige bloemenkrans op het hoofd zette.
Vaker dan de gewoonte was in die tijd mocht ze van haar biechtvader de heilige communie ontvangen en eens verscheen Jezus haar als een kindje met vijf wonden, dat in een hostie veranderde. Kort voor haar dood liet een engel haar een tak met rozenknoppen zien en zei dat ze zou sterven, zodra ze de rozen zou zien bloeien.
Vanwege de wonderlijke verhalen kreeg Lidwina tijdens haar ziekte vaak bezoek, ook van voorname personen, onder wie gravin Margaretha van Holland. Meteen na haar dood bouwde het Schiedamse stadsbestuur een kapel boven haar graf. Een gedeelte van haar relieken rust nu in de Lidwinakapel van de huidige basiliek. Paus Leo XIII keurde in 1890 haar verering als heilige goed.
Lidwina wordt doorgaans afgebeeld als een jonge vrouw met lang, loshangend haar. In haar rechterhand draagt ze een kruis en in haar linker een tak met rozen. Bovendien heeft ze een brede bloemenkrans om haar hoofd. Het zijn duidelijke verwijzingen naar haar visioenen. Ze wordt vereerd als patrones van zieken en verpleegkundigen.
© SRKK. Deze tekst is met toestemming overgenomen.