Adventskrans
Een adventskrans is een hangende ronde krans van gevlochten denen- of sparrengroen als het symbool van hoop. Op de krans worden vier kaarsen geplaatst die tijdens de advent elke week één voor één worden aangestoken. Op de laatste zondag voor Kerst branden alle kaarsen. Het woord 'advent' is afkomstig van het Latijnse woord adventus, komst.
Christenen bereiden zich voor op de komst, de geboorte van Jezus, het Licht van de Wereld. Op de eerste zondag van de Advent begint het nieuwe kerkelijke jaar. Dit is eind november-begin december. Op de eerste zondag wordt de eerste kaars aangestoken in de kerk. Elke volgende zondag komt er eentje bij. De kaarsen staan symbool voor het komende Licht.
Tussen de kaarsen wordt een paars lint gedraaid om de krans. Deze kleur is de liturgische kleur voor de Adventstijd in de RK Kerk. Het verdient aanbeveling de krans zo eenvoudig mogelijk te houden, zonder al te veel extra versiering zodat de symboliek van de Adventskrans niet ondergesneeuwd raakt. Ook het gebruik van natuurlijke materialen zoals echt dennengroen en kaarsen van bijenwas dragen aan de symboliek bij.
In België bestaat hier en daar het gebruik ook in de kaarsen de liturgische kleuren te laten terugkomen: 3 paarse kaarsen en 1 roze kaars. De roze kaars verwijst naar de derde zondag in de Advent:
Gaudete-zondag, waarbij de Kerk al een voorproefje neemt op de aankomende Kerstvreugde.