Relikwieën van de Drie Koningen
Sinds 1164 bevinden de relikwieën van de
Drie Koningen in de Dom in de Duitse stad Keulen.
De moeder van de Romeinse keizer Constantijn meent de overblijfselen omstreeks 325 na Christus te vinden tijdens een reis door Palestina. De overblijfselen bestaan uit stukjes bot en resten kleding. In 344 worden de relikwieën geschonken aan de stad Milaan.
Het duurt tot de 12e eeuw dat er weer melding wordt gemaakt van de relikwieën. De Franse abt Robert de Mont Saint-Michel schrijft dat nabij Milaan de lichamen van de drie wijzen zijn gevonden.
Omdat Milaan wordt belegert, worden de relikwieën bewaart in de klokkentoren van de San Giorgio al Palazzo kerk. In 1162 behaalt Frederik van Barbarossa een overwinning op de stad. De resten worden vervolgens overgebracht naar Keulen en dat is tegelijkertijd het startsein om de Dom te gaan bouwen.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw worden de kledingresten van de
Drie Koningen wetenschappelijk onderzocht. Volgens de uitkomsten van dat onderzoek dateert het textiel van tussen de 2de en 3de eeuw na Christus.
Op verzoek van de stad Milaan worden kleine botresten teruggegeven in 1903.