Katholieke Actie
Paus Pius XI wilde met de
Katholieke Actie de secularisering van de samenleving tegengaan.
De officiële omschrijving van het doel van de Katholieke Actie was `de participatie van de
leek in het hiërarchisch apostolaat van de kerk te bevorderen.’ Paus Pius XI beschrijft deze wens in zijn
encycliek In fermo proposito uit 1905.
De term “katholieke actie” werd voor het eerst gebruikt door paus Pius X (1903-1914) in zijn encycliek Il firmo proposito uit 1905. Met deze term duidde hij het geheel van katholieke organisaties aan, die in ieder land aangepast aan de plaatselijke omstandigheden opereerden. Hij zag het als hun prioriteit activiteiten te ontplooien met betrekking op het sociale vraagstuk, en verklaarde dat goede leken in aanmerking kwamen voor het leiderschap voor deze organisaties.
De term werd opnieuw gebruikt in de eerste encycliek van Pius XI (1922-1939) uit 1922 getiteld Ubi Arcano Dei (Consolio). In deze tekst sprak Pius zijn bezorgdheid uit over de slechte situatie in de wereld na de Eerste Wereldoorlog (onder andere zedenverwildering) en riep hij vooral de bisschoppen op het katholieke gedachtegoed in de individuele mens, het gezinen de maatschappij herstellen. Hij zag daarbij een speciale rol voor organisaties op het gebied van de verhouding tussen kerk en gezin en jeugd. In aanvullende brieven aan enkele bisschoppen lichtte hij zijn ideeën toe, waarbij hij duidelijk maakte dat de Katholieke Actie (nu met hoofdletters geschreven) gezien moest worden als een nieuwe organisatie waarin gelovigen het apostolaat (geloofsverbreiding) zouden beoefenen onder leiding van de bisschoppen als aanvulling op de bestaande zielzorg. Organisaties die al (gedeeltelijk) op het gebied van de zielzorg actief waren moesten in de KA worden geïntegreerd. Deze `klerikale centralisatie’ moest worden doorgevoerd opdat het episcopaat “animerend, regelend en disciplinerend” kon optreden.
In zijn proefschrift “Van volgzame elitestrijder tot kritische gelovige" (online te lezen in dit
PDF-bestand) beschrijft Petrus de Haan de geschiedenis van de Katholieke Actie in Nederland. In Nederland wordt de KA eind jaren dertig ingevoerd.
Eén van de omslagpunten zijn de wereldcongressen voor Lekenapostolaat geweest. Bij de voorbereiding op het Tweede Wereldcongres in oktober 1957 kwam de Nederlandse delegatie (uitgaande van de landelijke leiding van de Katholieke Actie) met een aantal algemene uitgangspunten voor het lekenapostolaat. In de uitgangspunten werd niet meer het institutionele aspect benadrukt maar juist ‘de levende gemeenschap in Christus’, De Haan zegt hierover: ‘Het apostolaat moest gericht zijn op het tot bloei brengen van deze gemeenschap die met de Franse term ‘communion’ werd aangeduid. In dat verband kon men beter spreken van een ‘getuigend aanwezig zijn in de wereld’ dan van ‘apostolaat’.
De Katholieke Actie verandert van koers. Waar tot dat moment de hiërarchische lijn of monopoliepositie wordt gevolgd, wordt eind jaren ’50 meer en meer opgeschoven naar een coördinerende en dienstverlende rol van het lekenapostolaat beoogd – de naamswijziging naar Landelijk Centrum in plaats van Landelijke Leiding wijst daar op.In de jaren ’60 raakt de rol van de KA uitgespeeld en het werd uiteindelijk in 1966 opgeheven.
De activiteiten van de leken, met of zonder de KA, zorgden ervoor dat zij steeds mondiger werden en zich, met of zonder priester, verenigden in gespreksgroepen rondom bijvoorbeeld bijbel en oecumene.