De eerste christenen konden zich dopen waar ze wilden, op plaatsen waar maar stromend water aanwezig was. Bij de christenen van de Pinkstergemeente wordt deze traditie nog in stand gehouden. In de katholieke kerk is na enkele eeuwen een aparte liturgische ruimte ontstaan, die voor het H. Doopsel werden gebruikt. Een voorbeeld is het Baptisterium in Florence. Maar vooral in kerken zelf werd gezocht naar eigen plaatsen voor initiatieriten.
Een doopvont kent verschillende verschijningsvormen: rond, rechthoekig als een altaar, vier-, zes- of achtkantig, kruisvormig of anderszins.
|