De betekenis van brood
Brood is een symbool voor het leven, net als
water. Het is ook het uiterlijke teken dat een uitermate belangrijke rol speelt in de Eucharistie. Jezus noemt zichzelf 'het levende Brood' in het evangelie van Johannes: "Ik ben het brood om van te leven. Wie naar Mij toe komt krijgt geen honger meer, en wie in Mij gelooft krijgt nooit meer dorst.", om even later de kern nogmaals te herhalen:
Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dát brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld.’ Toen ontstond er onder de Joden een discussie: ‘Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?’ Daarop hernam Jezus: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt, die bezit eeuwig leven: op de laatste dag laat Ik hem opstaan, want mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft met Mij verbonden en Ik met hem. Zoals Ik leef uit de Vader, de Levende, die Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich met Mij voedt, leven uit Mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald, niet dat wat uw voorouders hebben gegeten, die niettemin gestorven zijn. Wie zich met dit brood voedt, zal leven in eeuwigheid.’ (Joh 6, 51-58)
Tijdens het
Laatste Avondmaal deelt Jezus het levende brood aan de mensen, om aan Hem te denken: "Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’"
Daarmee is het brood, samen met
wijn, kernelement in de Eucharistie. Brood en
wijn zijn de uiterlijke tekenen waarmee Jezus onder ons komt. In de Eucharistie verworden brood en
wijn tot Lichaam en Bloed van Jezus.
De vis met een mandje met brood is nog zo'n symbool: vijf broden en twee vissen. Met de vijf broden wordt verwezen naar het Eucharistische brood, in het tabernakel of op het altaar.
Ook deze verwijzing is terug te vinden in de Bijbel (in het evangelie van Marcus, hoofdstuk 6):
Hij antwoordde hun: ‘Jullie moeten hun te eten geven.’ Ze zeiden tegen Hem: ‘Moeten we voor tweehonderd denariën brood gaan kopen en hun te eten geven?’ Maar Hij zei hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie? Ga eens kijken.’ En toen ze het waren nagegaan, zeiden ze: ‘Vijf, en nog twee vissen.’ Hij zei dat ze allemaal in groepen in het groene gras moesten gaan zitten. Ze gingen zitten in groepjes van honderd en van vijftig. Hij nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze onder hen uit te delen; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen. Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden twaalf korven vol brokken op, en ook wat van de vis over was. Het waren vijfduizend man die van het brood gegeten hadden.