Weerspreuken in april
Algemeen
Komt Pasen begin april, dan valt de vriezeman stil.
1 april
Op Sint Huigen valt de sneeuwman in duigen.
2 april
Sint Urbanus en de zon brengt wijn in de ton.
4 april
Is Isidoor voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.
10 april
Zaait ge op Sint Terentuel, lukt uw tuintje wel.
Wie zaait op Sint Ezecheël, zijn vlas gaart lukte altijd wel.
Zaait ge op Sint Ezechiel, zeker lukt de vlasgaard wel.
14 april
Op Sint Tiburtius na de noen worden alle velden groen.
23 april
Sint Joris warm en schoon, heeft ruw en nat tot loon.
Valt vóór Sint Joris geen regen meer, dan komt er nà hem des te meer.
Sint Joris, die de draak overwon, houdt meer van regen dan van zon.
Sint Joris warm en schoon, heeft ruw en nat tot loon.
24 april
Als het vriest op Sint Fideel of Sint Fitaal, vriest het nog veertig maal.
25 april
Zolang voor Sint Markus warm, zolang na hem koud.
Sint Marcus koud, ook het Heilig hout.
Als de vorst voor Marcus kwaakt, blijft hij later niet bespraakt.
Een kikker die vóór Marcus kwaakt, blijft later heel vaak zonder spraak
Sint Marcusdag zaaien voor zonne, om pompoenen te krijgen gelijk tonnen.
Sinte Merc, lang en sterk.
Plant pompoenen op Sint Marcusdag vóór zon, ze worden dan zo dik als een ton.
Sinte Merc, plant uw bonen en ga naar de kerk.
Zo lang vóór Sint Marcus warm, zo lang nà Marcus koud.
28 april
Als het vriest op Sint Vitaa, vriest het nog veertig maal.
Als het vriest op SintVitaal, een natte zomer volgen wil.
30 april
Met Sint Katrien opgenomen, heeft wortel geschoten.